Rock Tribune Home
Walter Maes
Walter Maes
Walter Maes
Het Duitse Wraithcult bracht matige midtempo black waarin af en toe een aardig vleugje Celtic Frost te horen was, maar dat nooit écht wist te boeien. We hadden dan ook al snel het vermoeden dat zij de rol van opener nooit zullen ontgroeien.
Toch had men beter Verdelet als eerste band geplaatst, want deze Engelsen bleken echt belabberd te zijn. Alle black metal outfitclichés werden bovengehaald, maar een dikke laag corpsepaint en een paar kilo’s spikes zijn echt niet voldoende om te verbergen dat je muzikaal niks in huis hebt. De respons was dan ook nihil en we waren blij toen de band het podium af ging.
Nu kon men eindelijk een beetje serieus aanvatten. Dark Fortress heeft namelijk al een degelijke reputatie opgebouwd met hun sterke melodieuze black en de band staat ook live haar mannetje. Toch was deze set niet zo overdonderend als op Metal Méan vorige zomer en kwam men niet zo vlot uit de startblokken. ‘Osiris’ opende wat twijfelend, doch gelukkig werd dat al snel rechtgezet en verbeterde ook de sound. ‘Baphomet’ blijft toch steeds één van de hoogtepunten uit hun setlist, al snapten we niet waarom die pipo met zijn domme masker plots kwam meebrullen. Was het een schandknaapje van de Verdelet-boys misschien?
Nog een geluk dat Nachtmystium headliner was en alle voorvallen eerder die avond moeiteloos deed vergeten. Ze bleken echt een band die zich voor de volle pond geeft, of er nu vijf of vijfduizend mensen op staan te kijken. Van meet af aan bleek het een set te zijn die schroeiend intens was en waarin zowel de bandleden als de toeschouwers in een trance leken te komen. Dat trancegevoel is niet zo verwonderlijk als je weet dat Nachtmystium’s muziek wel eens ‘blackedelica’ wordt genoemd vanwege de succesvolle copulatie van snedige black met trippende psychedelica die ze sinds enige jaren brengen. Hun oude werk was nog meer recht door zee, maar nadat zij op ‘Instinct: Decay’ al enge wazige stukjes introduceerden, leken sommige passages op ‘Assassins’ en ‘Addicts’ zo weggelopen uit Pink Floyd’s ‘Ummagumma’ of ‘Piper At The Gates Of Dawn’. Frontman Blake Judd steekt zijn voorliefde voor drugs niet onder stoelen of banken en leek voor de show nog vrij wazig van de dag voordien, maar eenmaal op het podium gingen hij en zijn companen er zo hard tegenaan dat we dachten dat het podium er vroeg of laat aan moest! Ze speelden zo furieus en schroeiend dat het haast angstaanjagend was, maar ondanks hun drang naar chaos stond de sound wel als een huis. Vanaf opener ‘A Seed For Suffering’ zat het direct allemaal goed en zaten we in een dolgeslagen rollercoaster waarin geen plaats was voor gelul tussen de songs (en dat voor een Amerikaanse band!). Hier konden zelfs de Ramones nog een punt aan zuigen. Songs als ‘Your True Enemy’ waren zeldzame adrenalinebommen die iedereen moeiteloos over het rood joegen, terwijl een nummer als ‘No Funeral’ met zijn seventiestoetsen voor een pittig contrast zorgde. Tijdens ‘High On Hate’ en het door iedereen meegebrulde ‘Addicts’ liepen de gemoederen helaas even zo hoog op dat er in de slampit een vechtpartij ontstond, waarna de band plots de instrumenten neergooide en het podium afging. Gelukkig waren de heethoofden vooraan weer een beetje bekoeld en kwam de band terug voor een allerlaatste toegift, waarbij het rockende, doch melancholische ‘Ghosts Of Grace’ en het ophitsende, meezuigende ‘Assassins’ in ons gezicht werd geslingerd. Wat ons betreft had de band gerust nog eens zo lang mogen spelen, maar we konden het hen niet kwalijk nemen nadat ze zich zo hadden gegeven en opgebrand. Nadien spraken we Blake nog, waarbij hij het gevecht vooraan bleek te betreuren, maar niet zonder er met een sardonische grijns aan toe te voegen : ‘At least it feels good that our band can induce some proper violence.’ Wij hopen hen alleszins snel terug te zien, want dit smaakte naar véél meer. We hopen echter wel dat er dan véél meer volk komt opdagen , want Nachtmysium verdient het...
Vrijdag 6 april 2012
TrollfesT
Op plaat kan het rariteitenkabinet van TrollfesT ons maar matig boeien, maar live moeten we hen nageven dat ze de sfeer erin krijgen. Met een hilarische show, een eigen brabbeltaaltje, een fikse portie onderbroekenlol en huppelende deuntjes merken we al spoedig enige beweging in het publiek. Deze Noren vormen dan ook een geknipte opwarming voor Korpiklaani, die later op de avond op hetzelfde podium aantreden. De toevoeging van flink wat blazers maakt dat de band een eigen sound heeft en songs als ‘Die Verdammte Hungersnot’, ‘Karve’ en ‘Korstog’ worden behoorlijk enthousiast onthaald.
Septicflesh
Wanneer we ons vervolgens naar de andere kant van de zaal begeven, worden we van op de Omega Stage ondergedompeld in een totaal andere wereld: het Septicflesh-universum is mystiek, donker, dreigend en fascinerend. Muzikaal ervaren we het hoogtepunt van de dag, al zijn de Grieken de spreekwoordelijke vreemde eend in de bijt op dit festival. Toch verzamelt een aanzienlijk aantal mensen zich voor het podium om de beklijvende verrichtingen van Spiros Antoniou & Co aandachtig gade te slaan. Er valt ook heel wat te genieten. ‘The Vampire From Nazareth’ zet meteen zijn tanden in de onschuldige aanwezigen met beenharde riffs, vernuftige tempo’s en zwartgeblakerde zang die enkel soms onderbroken wordt door een laag gesproken oneliner. Met het titelnummer van vorig album ‘Communion’ en ‘A Great Mass Of Death’ bouwt het vijftal zijn imperium verder uit. Het naar Septicflesh-begrippen vrij catchy ‘Virtues Of The Beast’ dendert overweldigend uit de boxen, gevolgd door ‘Pyramid God’. De band, vrij statisch bezig voor de imposante backdrop, krijgt de handen op elkaar wanneer Spiros ‘Oceans Of Grey’ aankondigt met een kwinkslag: ‘This is a difficult song, I need your support’. De armen gaan de lucht in en zichtbaar opgetogen kiest de band daarop weer voor een atmosferisch moment. Met de rug naar het publiek wordt ‘Persepolis’ ingezet, waarin de weelderige orkestratie van toetsenist Christos Antoniou dramatische vormen aanneemt. Aangespoord door de voorman gaan de handen op elkaar en ontstaat er warempel een summiere wall of death. Akoestische gitaren en oosterse melodieën vormen de kern van ‘Anubis’, waarna de band nog eenmaal alles geeft in een oorverdovende, maar groteske versie van ‘Five Pointed Star’. Wij hopen dat er toch een paar nieuwe zieltjes gewonnen zijn voor de sympathieke Grieken.
Korpiklaani
Over Korpiklaani konden we destijds boeken schrijven, maar tegenwoordig hebben we een beetje een gevoel dat alles al gezegd is wanneer we een stukje schrijven over de populaire Finnen. Een opmerking van een collega, voor wie het een hele poos geleden was dat hij de band aan het werk zag, spreekt wat dat betreft boekdelen: ‘Het lijkt alsof ik nog steeds naar dezelfde show kijk.’ Natuurlijk is dit een mes dat aan twee kanten snijdt. Korpiklaani doet waar ze goed in zijn: een uitgelaten massa, gewapend met drinkhoorns, een fijne avond bezorgen. Zelf doen ze daar nog dapper aan mee, getuige de fles wodka die de ronde deed na het concert. Op het podium en tijdens de show is Korpiklaani echter een professionele, hardwerkende band die nooit een steekje laat vallen en ook vanavond met veel energie het beste van zichzelf geeft. Het is dan ook nog maar het begin van een nieuwe toercyclus voor hen. ‘Hunting Song’, ‘Journey Man’ en ‘Cottages And Saunas’ bijten de spits af en daar zijn we blij mee, want dat zijn sterke nummers. Het is de eerste keer dat we nieuwe violist Tuomas Rounakari aan het werk zien en hij krijgt een solomoment tijdens het weemoedige ‘Metsalle’. Na dit melancholische intermezzo kunnen we terug huppelen op ‘Vaarinpolkka’. Vervolgens pakt de olijke band uit met zijn volledig arsenaal geestrijke dranken. Ja hoor, vrijwel zonder pauze raast men doorheen ‘Vodka’, het oudere ‘Wooden Pints’, ‘Happy Little Boozer’, ‘Tequila’ (met drumsolo, inclusief enige Zuid-Amerikaanse percussie) en ‘Beer Beer’. Wat betreft dit laatste: onze nationale drank vloeide rijkelijk. Het spetterende feest wordt besloten met een moment van bezinning. Dit jaar viert Korpiklaani het tienjarige bestaan en daarom krijgen we een mooie uitvoering van het weemoedige ‘Pellonpekko’ uit het eerste album. Waar is alweer die tijd?
Rhapsody Of Fire
De Italiaanse band had de dankbare taak om de eerste dag van PPM af te sluiten. Ze kregen voor hun podium een tweeduizendtal metalfans die net daarvoor vakkundig werden warmgedraaid door Korpiklaani. Wanneer de tonen van ‘Act II: Dark Mystic Vision’ weergalmden en de muzikanten positie kozen, was mijn verbazing groot toen ik gitarist/componist Luca Turilli niet zag. Was hij ziek? Is hij uit de band gestapt? Die avond zouden die vragen onopgelost blijven. Ene Roberto Di Micheli stond op zijn plaats te soleren. De Italiaan speelde de partijen vakkundig in, maar Luca is toch van een ander kaliber, zeker wat uitstraling betreft. In het begin betrapte ik de band op enkele kleine foutjes, zo viel Fabio Lione te snel in tijdens ‘From Chaos To Eternity’. Voor de rest legde de charismatische zanger een bijna foutloos parcours af. De eerste keer ging het dak eraf met het oude en opzwepende ‘Unholy Warcry’. De show bevatte een bloemlezing van oude en nieuwe songs, zo als het op een festival betaamt. Uiteraard waren het de oudjes die het publiek konden bekoren. ‘Land Of Immortals’ uit hun debuut, de met veel overgave gespeelde power track ‘Dawn Of Victory’ en meezinger ‘Holy Thunderforce’ konden op veel bijval rekenen. De prachtige lichtshow en de aanstekelijkheid die Fabio en toetsenist Alex Staropoli tentoon spreidden, zorgden voor een onvergetelijke show. Achteraan in de set werd nog ‘Reign Of Terror’ ontketent, dit is beslist de hardste Rhapsody Of Fire-song, alsook de meest intensieve om live te vertolken. ‘Emerald Sword’ werd gehouden tot op het laatst en toverde nog een laatste maal een glimlach op de gezichten van de aanwezigen.
Zaterdag 7 april 2012
No Fatality
Op zaterdag wordt de aftrap gegeven door No Fatality, een lokale groep waarvan we jammer genoeg slechts het laatste nummer nog kunnen meepikken. Wat we horen, klinkt echter verdienstelijk.
Azylya
De band uit Rijsel kon op dit vroege uur het publiek niet warm krijgen. De schaars geklede zangeres kon daar geen verandering in brengen. Je kan er dan wel appetijtelijk bijlopen, maar als je niet kan zingen, dan stopt de pret. De riffgeoriënteerde metal kon er nog door, maar de songs waren allemaal inwisselbaar. Next.
NightQueen
‘For Queen And Metal’ is het onlangs verschenen debuut van de Limburgse band. Twee grote backdrops flankeerden het podium met de afbeelding van hun cd-cover en onder een smaakvolle lichtshow bracht de band het er behoorlijk vanaf. De traditionele melodieuze metal werd goed verpakt en de zangeres legde een degelijk parcours af. ‘Into The Night’, het mooie ‘Lady Fantasy’ en het pakkende ‘For Queen And Metal’ werden overtuigend neergezet. De cover ‘Diamonds And Rust’ werd goed door het publiek ontvangen. Op het laatst werd ‘Secret Of The Blind Man’ door zangeres Heely geblinddoekt vertolkt; de song werd opgedragen aan de mensen met een visuele handicap. Als de muzikanten met iets meer lef hun songs zouden vertolken, dan wordt dit beslist nog een band om rekening mee te houden.
Fury UK
Pure heavy metal werd hier geserveerd door een Brits trio. Compacte songs met een degelijk refrein en een energieke band die gedurende een kort half uur alles gaven. Niet baanbrekend, wel onderhoudend.
Evidence
Het Italiaanse gezelschap uit Rome oogde sympathiek, maar hun melodieuze metal kon op geen enkel ogenblik overtuigen. Aan de spelvreugde van de Italianen lag het alvast niet. Zij haalden alles uit de kast om de fans te vermaken, de muzikanten waren goed, maar de songs hebben ze niet in huis.
Pathfinder
De Pools/Griekse formatie Pathfinder zorgde voor een eerste hoogtepunt deze dag. Hun fantasy metal werd goed onthaald door de menigte. Pathfinder is een groep die vooral fans van Gamma Ray en Rhapsody Of Fire kan bekoren. Hun energieke set werkte aanstekelijk en de songs die vooral getapt werden uit hun album ‘Beyond The Space – Beyond The Time’ werden uitstekend vertolkt. Blikvanger is de sympathiek ogende zanger Simon Kostro die over een geweldig paar ontwikkelde stembanden beschikt en een groot bereik heeft. De bombastische songs, voorzien van orkestrale arrangementen, pakken goed uit en het publiek geniet ervan. Een sopraan mag op enkele nummers meezingen en vormt een mooi tegenwicht voor Simon. Afsluiter ‘Moonlight Shadow’ van Mike Oldfield doet even de wenkbrauwen fronsen, maar voor de rest hoor je ons niet klagen.
Eden’s Curse
Met ‘Trinity’ leverde het internationale gezelschap vorig jaar een mooie plaat af. In Bergen wordt de nieuwe Italiaanse zanger Marco Sandron voorgesteld; het is trouwens de eerste maal dat hij live optreedt met Eden’s Curse. Marco’s zangstijl ligt in het verlengde van zijn voorganger, van enige trendbreuk is er geen sprake. Eden’s Curse speelt een onderhoudende show, de sprankelende melodieën doen hun werk en worden gretig opgepikt door de aanwezigen. ‘Trinity’ en ‘Saints Of Tomorrow’ zijn aanstekelijke melodieuze tracks die op deze koude dag voor enige warmte zorgen. Na de oudere song ‘Fly Away’ wordt met ‘Time To Breath’ gezorgd voor een primeur. Deze nieuwe catchy song zal pas volgend jaar op een nieuw album verschijnen en wordt op PPM voor het eerst gespeeld. Het donker getinte ‘Black Widow’ en ‘No Holy Man’ sluiten de set in schoonheid af.
Andromeda
Deze Zweedse progrockformatie heeft met ‘Manifest Tyranny’ een nieuwe plaat op zak. Ook al heeft de band zes albums op zijn conto staan, het is de eerste maal dat ze in België spelen. Andromeda speelt het soort progressieve rock voor fijnproevers. Het zijn geen songs om lekker uit de bol te gaan, maar om rustig te beluisteren en te laten doorsijpelen. De mensen die voor het podium staan hebben die boodschap begrepen en ondergaan de sound van de Zweden. De muzikanten kwijten zich prima van hun taak, zijn stuk voor stuk klasbakken, maar op een festival komt de band niet helemaal tot zijn recht. In een kleine zaal zullen ze beslist voor een intieme sfeer kunnen zorgen en zal het genot optimaal zijn.
Hell
Tot voor kort had ik nog nooit van de Engelse band gehoord, maar met mij vele anderen niet. Begin jaren tachtig trad de band gedurende jaren op, maar werden ze genegeerd door de muziekpers. In hun tijd waren ze blijkbaar te extreem, te experimenteel en te baanbrekend. Nu moet ik eerlijkheidshalve bekennen dat toen de band op de bühne kwam en meteen stevig van leer trok, ik de eerste twee songs met open mond heb ondergaan. Holy shit, wat is dit? Toen ik de hal in keek, was ik blijkbaar niet de enige die er zo over dacht. Vele metalfans waren uit hun lood geslagen door de performance van Hell. De muzikanten waren grijs geschminkt en zagen er grauw uit. Op het podium stonden backdrops met glasraammotieven en een houten kist diende als preekstoel. Op cd klinkt ‘Human Remains’ al redelijk geflipt, live deed de band er nog een schep bovenop. Nooit een frontman gezien als David Bower; de man met doornkrans op het hoofd is een geboren entertainer/acteur. Zijn bijzondere stem met hoog timbre, zijn pasjes, zijn expressie en zijn aanwezigheid tartten gewoonweg alle verbeelding. Niet alleen hij, maar ook gitaristen Andy Sneap en Kev Bower, bassist Tony Speakman (een Dio look-alike) en drummer Tim Bowler waren op zijn minst opmerkelijke verschijningen. De gitaristen speelden strak en dynamisch en zaten vol ingestudeerde pasjes, maar niet de traditionele, net iets anders als bij andere bands. De nummers van ‘Human Remains’ passeerden de revue en allen werden met veel overtuiging neergezet. Het album scoorde al hoog in tal van eindejaarslijstjes. Dit concert staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Ik zou de band zo snel mogelijk terug aan het werk willen zien zodat ik nog eens kan genieten, maar dan met mijn mond dicht.
Finntroll
Na de overweldigende show van Hell is het voor Finntroll geen gemakkelijke taak om de aandacht vast te houden. Weliswaar worden de drinkhoorns en zwaarden op de eerste rijen weer boven gehaald, maar de Finse trollen kunnen we vandaag toch de vreemde eend in de bijt noemen. Hun allerminst toegankelijke black/pagan metal, met een zoals steeds energieke show van krijsbeest/zanger Vreth, heeft bovendien te kampen met een sterk vervormd geluid. Kortom, ik heb de veteranen van de polka metal al in betere omstandigheden aan het werk gezien. Nochtans halen de Scandinavische barden alles uit de kast om een degelijke show neer te poten. Klassiekers als ‘Nattfödd’, het nieuwere en ontzettend epische ‘Solsagan’, het antieke ‘Midnattens Windunder’ en het uitzinnige ‘Trollhammaren’ doen het immers altijd wel goed. We kunnen alleen hopen dat ze toch enige interesse opgewekt hebben voor het genre bij een publiek dat voornamelijk uit de bol gaat op een portie klassieke power metal. Hier speelden ze namelijk geen thuiswedstrijd zoals op menig Paganfest.
Evergrey
Evergrey is in grote doen vandaag. In het begin van de set moet het geluid nog wat bijgeregeld worden, maar wanneer de sympathieke Zweden aftrappen met ‘Leave It Behind Us’ en er meteen het betwiste, maar o zo aanstekelijke ‘Monday Morning Apocalypse’ tegenaan smijten, weten we toch dat dit een uur topkwaliteit uit Gotenburg gaat worden. Zanger Tom S. Englund praat de songs aan elkaar op zijn typische, minzame wijze en schittert vocaal in voortreffelijke uitvoeringen van het schuldbewuste ‘Wrong’ en het stevige ‘Blinded’. Daarbij zet de vernieuwde band – nu met Johann Niemann (ex-Therion, ex-Tiamat) op bas, Marcus Jidell op gitaar en Hannes van Dahl achter de drums – een goed geoliede show neer. Ze verrassen ons met twee songs uit ‘In Search Of Truth’. Tijdens ‘Rulers Of The Mind’ en ‘The Masterplan’ gaan de vuisten dan ook de lucht in. Een echt kippenvelmoment is de ballad ‘I’m Sorry’. Het publiek hangt als het ware aan de lippen van Englund. Klasse! Het nieuwe album ‘Glorious Collision’ is nog vertegenwoordigd door het stevige ‘Frozen’, een toepasselijke titel voor dit weekend waarin de zon het liet afweten. Fans die de band al wat langer kennen genieten van het knap uitgevoerde ‘Recreation Day’. Daarna mogen we kiezen welk het volgende nummer is. De keuze valt op ‘Broken Wings’ uit ‘Torn’. Wanneer Englund nog eenmaal zijn smartelijke zelve is in het gevoelige ‘A Touch Of Blessing’, vinden we dat dit concert veel te vlug voorbij is. Maar het was genieten geblazen tijdens dit uurtje Evergrey.
Sonata Arctica
De mannen van Sonata Arctica hadden ons beloofd om tijdens dit bezoek aan België al heel wat nieuw materiaal van het pas half mei te verschijnen album ‘Stones Grow Her Name’ te spelen. En ze hielden woord, want de show wordt geopend met ‘Only The Broken Hearts (Make You Beautiful)’, een meezinger waar weinig mis mee kan gaan en die meteen de toon zet voor het onderhoudende concert. Zanger Tony Kakko wandelt rustig van de ene uithoek van het podium naar de andere en weet de aandacht te behouden tijdens het vlotte ‘Black Sheep’ en een volgend nieuw nummer, ‘Losing My Insanity’. Maar er zijn ook oudjes in de set, zoals het relaxte ‘Broken’. Een eerste sensitief moment volgt tijdens de piano plus zangintro van ‘The Last Amazing Grays’. Mooi gebracht. Met veel omhaal wordt de nieuwe single ‘I Have The Right’ aangekondigd. Er is een videoclip voor gemaakt, het is de eerste maal dat de band het live speelt en het nodigt uit tot meezingen. Een hoogtepunt in de set is het weemoedig startende ‘Replica’, dat door velen wordt meegezongen en ons doet watertanden tijdens een knap duel tussen gitarist Elias Viljanen en toetsenist Henkka Klingenberg (veelvuldig in beweging met keytar rond de hals). Er zitten opvallend veel rustige momenten in de set. Niet dat het publiek daarom minder meeleeft echter, want tijdens de piano-intro van ‘Full Moon’ scandeert men moedig. Een echte ballad ontbreekt evenmin. Tijdens ‘Breathing’ ontstaat een melig meewuiven van het publiek, dat me net iets te ver gaat. Gelukkig kiest de band voor de laatste songs wat energiekere songs. Het oudere, van ‘Unia’ afkomstige ‘Paid In Full’ en ‘Don’t Say A Word’ zijn dan ook geknipt om de show af te sluiten. Tony geeft ons een laatste ‘proost’ met een fles wodka in de hand en daarna blikken we terug op een prima show waar we van genoten hebben, maar waar ik toch wat meer heftigheid in verwacht had.
Accept
In de jaren tachtig was Accept een grote band en moesten ze wat populariteit betreft in Duitsland enkel Scorpions voor zich duldden. Na wat grijze jaren en het verdwijnen van boegbeeld Udo staat de band er weer helemaal terug, en hoe. Mark Tornillo mistte zijn debuut niet op ‘Blood Of The Nations’ en nu schittert hij opnieuw op de kersverse release ‘Stalingrad’. Wanneer de band het podium opdraaft, is het meteen serieus en denderen de nieuwe songs ‘Hellfire’ en ‘Stalingrad’ uit de speakers. De band is energiek, dynamisch en zet een denderende show en dito geluid neer. Op de achtergrond worden ze geflankeerd door een batterij versterkers en een reusachtige vlag met daarop de nieuwe albumcover. Wanneer ‘Restless And Wild’ wordt ingezet, verschijnt er achter de drummer een reusachtige leeuwenkop, diegene die prijkt op hun eerste albums. Er volgen nog klassiekers: ‘Living For Tonite’, ‘Breaker’ en meebruller ‘Son Of A Bitch’. De songs worden allesbehalve routineus afgehaspeld. Accept zijn terug een stel jonge wolven, euh leeuwen op het podium, heerlijk om zien. Na een donderversie van ‘Monsterman’ wordt er teruggegrepen naar nieuwer materiaal. Na de obligate gitaarsolo worden we getrakteerd op ‘Bulletproof’, ‘Neon Nights’, het recente ‘Losers And Winners’ en het alles vermorzelende ‘Aiming High’. Ja ondergetekende geniet met volle teugen. Enkel met de klassieker ‘Princess Of The Dawn’ heb ik het moeilijk; deze song wordt routineus gebracht en hierop wordt Udo wel echt gemist. Voor de bisnummers wordt ‘Fast As A Shark’ nog losgelaten op de enthousiaste menigte. Hierna wordt de finale gespeeld met ‘Metal Heart’, ja ja, ‘Teutonic Terror’ en natuurlijk ‘Balls To The Wall’. Accept staat terug garant voor een feestje. Hopelijk blijft dit leidje nog lang duren.
Zondag, 8 april 2012
Nereids
Vandaag zijn we vroeg uit de veren. De eerste band is Nereids uit Marseille, inclusief zangeres. Hun gothic metal mist kracht en présence. Halverwege de set gaan we elders op verkenning.
Stonegoats
Dan is het Belgische Stone Goats al een stap in de goede richting. Hun stomende rock combineert de rock-n’-roll attitude van Motörhead, de zompige southern rock van bands als Black Label Society of Down en een snuifje occulte doom uit de eerste dagen van Black Sabbath. Zo indrukwekkend als hun helden zijn ze nog lang niet, maar er werd met groot enthousiasme gemusiceerd en wat we hoorden was zeker niet verkeerd.
Beyond The Labyrinth
Bandleider en oprichter Geert Fieuw heeft zijn strijd om faam en erkenning nooit willen opgeven! Dat siert de man en ook komt hij gemaakte beloftes waar! Zo start hij de set vandaag opnieuw met zonnebril op de neus en een lang gedrapeerde sjaal rond de hals. Hun laatste plaat ‘Chapter III – Stories’ kreeg goede recencies in de metalmagazines en bevatte ook enkele nieuwe wendingen, zoals het grootse ‘The Darkest Page’. Maar zanger Jo De Boeck hield het kort na de release voor bekeken en Geert kon terug zijn zoektocht naar een geschikte vervanger starten. Na een poos vervoegde PG Haggerty de gelederen en kon Beyond The Labyrinth opnieuw hun muziek ten gehore brengen. Live kennen de nummers een licht gewijzigde arrangement en PG is uiteraard een andere zanger dan Jo. PG beschikt over een warmer en voller stemgeluid. ‘Tomorrow Is Gone’ van het debuut wordt vlotjes gevolgd door het uptempo ‘The Peter Principle’. Opmerkelijk is het feit dat de bas van Gerry Verstreken zeer goed hoorbaar is, wat het nummer nog meer schwung bezorgt en het ook opzwepender maakt. Wanneer ‘In Flanders Fields’ wordt ingezet, begeef ik mij in de zaal (de fotonummers zijn immers voorbij) en dit komt het luistergenot ten goede. Een paar meter voor het podium klinkt alles toch een pak beter dan in de fotopit. Tijdens het licht naar Iron Maiden (Powerslave-periode) refererende ‘Fear’s The Killer’ kaapt drummer Michel Lodder de hoofdprijs weg. Natuurlijk kunnen we met volle teugen genieten van Geert’s eigen poses en bekkegetrek tijdens zijn solospots, waarin hij bewijst vooral een emotievolle gitarist te zijn! De korte set wordt afgesloten met het gevoelige lijflied ‘Beyond The Labyrinth’. De mannen van Beyond The Labyrinth mogen trots zijn op hun prestatie en hebben ongetwijfeld nieuwe metalen harten veroverd!
Lonewolf
Lonewolf heeft na jarenlang aanmodderen in de marge onlangs een contract getekend bij Napalm Records. Het zopas verschenen ‘Army Of The Damned’ sloeg niet meteen in als een bom en ontvangt verdeelde reacties. Grootste struikelblok bleek de zang. Toch eens kijken wat de ervaren muzikanten onder leiding van doordouwer Jens Börner ervan terecht brengen. Dat was een meevaller. Live maakt de band een veel betere indruk dan op plaat. We bleven dan ook geamuseerd kijken en lieten ons de spontane energie welgevallen die van op het podium de zaal in gulpte. Op een clicheetje meer of minder werd daarbij niet gekeken, maar songs als ‘Viktoria’, ‘Made In Hell’ en de nieuwe songs ‘Lonewolf’, ‘Army Of The Damned’ en ‘Hellbent For Metal’ gingen er in als zoete koek. Het publiek ontving hen eveneens enthousiast.
Manigance
In Vlaanderen zou het Franse Manigance wellicht op minder bijval kunnen rekenen dan in Wallonië, aangezien ze hun progressief getinte power metal brengen in de moedertaal. Meezingen zat er voor nieuwkomers dan ook niet in, maar voor kenners van de band was het genieten van een set waarin alle vier platen waren vertegenwoordigd. De aftrap – na obligatoire intro ‘Aura’ – was voor de stevige leadmelodie van ‘Larme De L’Univers’ en de melodieuze charmes van ‘Délivrance’, beide van op het laatste album ‘Récidive’. Zanger Didier Delsaux was in topvorm en wij vonden hem zelfs beter klinken live dan op cd. Met krakers als ‘Héritier’, ‘En Mon Nom’ en ‘Récidiviste’ laste Manigance niet een rustpuntje in en het resultaat was een knappe opwarmer voor een drukke dag.
Power Quest
Op plaat valt het Britse Power Quest nog het best te omschrijven als ‘fluffy’. Pas op het meest recente album ‘Blood Alliance’ werd er stevig van leer getrokken en dat heeft zich blijkbaar vertaald naar de livesetting. Het power metalvijftal scheurde er op los met de furieuze opener ‘Battle Stations’ en de eerste meezinger ‘Rising Anew’. Van op ‘Blood Alliance’ passeerde verder ook het toepasselijk getitelde ‘Glorious’ de revue, maar Power Quest putte vooral uit hun tweede wapenfeit ‘Neverworld’ met de titeltrack, ‘Temple Of Fire’ en ‘Edge Of Time’. Nieuwe frontman Colin Callanan had de grote schoenen van Alessio Garavello en Chity Somapala te vullen en slaagde daarin met verve. Favorieten ‘Cemetary Gates’ en ‘Power Quest’ vulden de set aan en daarmee was een tweede power metalhoogtepunt van de dag gevestigd.
Stormwarrior
Het bleef vergeefs wachten op de klassieke ‘Ride The Sky’-cover van Helloween, maar verder haalde het Duitse Stormwarrior het beste uit hun korte speeltijd met hun typische snelle variant van Teutoonse power metal. Songtitels van deze band uit elkaar houden kan een opgave zijn, maar de melodieën zijn catchy genoeg om het onderscheid te maken tussen ‘Iron Gods’, ‘Iron Prayers’, ‘Heathen Warrior’ en ‘Óðinn’s Warriors’. De mooiste parels kwamen van ‘Heading Northe’, met het avontuurlijke titelnummer en het opzwepende ‘Metal Legacy’ en ‘Fyre & Ice’ deed ons zelf even denken naar Running Wild zelve te staan kijken. Geen Helloween-hommage dus, maar zanger/gitarist Lars Ramcke & Co hoeven live helemaal niet onder te doen voor Weikath en de zijnen.
Mystic Prophecy
Voor Mystic Prophecy hebben wij al jaren een boon. Niet alleen duikt zanger R.D. Liapakis overal op als producer, met zijn eigen band heeft hij tot nog toe zeven albums uitgebracht die wij graag op hoog volume door onze boxen jagen. De laatste, ‘Ravenlord’, is nog maar een half jaartje uit en is wederom een aanrader voor fans van Brainstorm en Nevermore. Nu weet je meteen uit welke richting de wind waait: stevige power metal met een thrashrandje waar men ons altijd voor mag wakker maken. Wakker waren we meteen toen ‘Eyes Of The Devil’ (nochtans eerder een epische track) en ‘Savage Souls’ onze oren teisterden. We zijn dan maar halverwege de zaal gaan staan, waar het geluid meer te genieten was. Zo konden we nog meegeven dat ‘Sacrifice Me’, ‘Endless Fire’ en de superaanstekelijke titelsong van ‘Ravenlord’ best een sterke set met oud en nieuw werk vormden. Liapakis weet bovendien de massa flink op te jutten en gooit zelfs twee T-shirts de zaal in. Een kleine troost voor zij die volhardden in de boosheid, want ‘Die Now’ klonk nu toch wel oorverdovend hard. Dat is spijtig, want de heren zetten een energieke show met veel excellent gitaarwerk neer. Het met logge riffs opgesmukte ‘Wings Of Destiny’ was een welkom episch moment met een beter geluid. Het wilde ‘Evil Empires’ (met semi-grunts!) was echter weer zo’n aanval op de oren dat we vluchtten naar de bar. Dit was toch wel de band waarvan het geluid echt té hard stond en mede daardoor zijn zuiverheid verloor. Spijtig…
Powerwolf
Powerwolf is zonder enige twijfel de winnaar van de dag en voor vele aanwezigen een nieuwe revelatie. Er gebeurt iets op het podium, de songs zijn aanstekelijk en de robuuste frontman Attila Dorn weet op een geraffineerde manier het publiek bij de zaak te betrekken. Heen en weer geslingerd tussen verbazing en bewondering bij het publiek, slaagt Powerwolf er in om de vroegere optocht van bands als Firewind en Sabaton in ons land te evenaren. In Duitsland zijn ze al langer overtuigd van de kwaliteiten van deze weerwolven met de Roemeense (ex-)operazanger. Dit Belgische concert viel dan ook middenin een tournee (met Mystic Prophecy, Stormwarrior en Lonewolf) bij onze oosterburen. Hier is er nog werk aan de winkel, maar de eerste stap is gezet! Ten eerste is er de tot in de puntjes verzorgde aankleding van het podium. Naast een opvallende frontman zijn de gitaarcapriolen en composities van de witbeschilderde Matthew en Charles Greywolf evenmin te versmaden. Met de nodige humor raast de band door zijn repertoire. ‘Sanctified With Dynamite’ opent, in snel tempo gevolgd door ‘Prayer In The Dark’, ‘We Drink Your Blood’ en ‘All We Need Is Blood’. Op die tijd heeft Powerwolf heel de zaal mee en gaan de vuisten de lucht in. Dit is zo over-the-top dat het goed wordt. Attila zwaait met een grote vlag, werkt zich doorheen ‘Dead Boys Don’t Cry’, gooit er wat hoge tenorzang tussen om te bewijzen dat hij dit nog niet verleerd is en laat dan het dak eraf gaan door iedereen te laten meebrullen met ‘Werewolves Of Armenia’. Later wordt de song nog wat gerokken door eerst de mannen en dan weer de vrouwen te laten zingen, maar intussen blijft het feest verder gaan met ‘Raise Your Fist, Evangelist’ en het hilarische ‘Resurrection By Erection’, waarbij een grapje over het mannelijke lid niet uitblijft. ‘Saturday Satan’ krijgt als repliek dat het al zondag is, terwijl toetsenist Falk Maria Schlegel nog eens vanachter zijn keyboards komt om vooraan op het podium het publiek op te jutten. Attila doet op plechtige wijze zijn cape terug aan en zwaait met een wierookvat. Gewichtig spreekt hij: ‘I bless this festival’, prevelt wat in het Latijn en de band zet het lijflied ‘Lupus Dei’ in. Heerlijk! De teksten toveren altijd een brede grijns op mijn gezicht en rondom mij zag ik enkel enthousiaste reacties. Met ‘Wolves Against The World’ wordt het pact besloten. Volgende afspraak op Graspop?
Freak Kitchen
Gitarist Mattias ‘IA’ Eklundh verbaasde mij voor het eerst met zijn flitsend en vurig gitaarwerk op het vierde album ‘Scratch N’ Sniff’ van het Deense AOR- en melodieuze rockcollectief Fate. Fate werd mede opgericht door niemand minder dan Mercyful Fate’s stergitarist Hank Shermann. De gitaarvirtuoos bleef echter pas één album bij Fate, want de groep werd ontbonden. Mattias dook op als gastgitarist bij verschillende bands zoals Evergrey, Chroming Rose, Bumblefoot en vele andere. In 1994 stampte hij Freak Kitchen uit de grond, waar hij zijn kunsten volledig kwijt kon. Toen het trio op het podium kwam, verscheen onmiddellijk een glimlach op mijn gezicht. Bassist Christer Örtefors droeg een soort van ouderwetse motorhelm met bijpassende bril en heeft een baard met vlechten. Wanneer de band na de komische introductie van Mattias van wal schoot met ‘God Save The Spleen’ snappen vele toeschouwers dat dit eigenlijk een humorband is die een geweldige instrumentbeheersing heeft. De nummers van Freak Kitchen zijn niet de gemakkelijkste om te volgen met het hoge prog-gehalte, de vele plotse wendingen en de absurde teksten. Maar het zijn net die kleine details die het doen bij mij. Zo stottert Mattias ‘D ddddddddd Daddy’ tijdens het hilarische ‘Porno Daddy’. Wanneer het supercatchy ‘Speak When Spoken To’ uit de speakers knalt, vergeet ondergetekende zowaar om foto’s te schieten en begint spontaan op de beat mee te springen (met grote verbazing van de andere fotografen) en te zingen. De band is het ultieme bewijs van het feit dat als de muziek goed is de teksten eigenlijk extra kleur geven aan het geheel! Songtitels zoals ‘Teargas Jazz’, ‘Vaseline Bizniz’, ‘Razor Flower’ en ‘Hatefull Little People’ vormen het ultieme onweerlegbare bewijs van deze stelling. Niet alleen zanger/gitarist Mattias is de komische eend in de bijt, maar ook bassist Christer kent de klappen van de humorzweep. Zo krijgt hij het publiek zo ver om zijn kreunende geluiden en gekke moves na te bootsen. De stopwoordjes van Mattias ‘Goodie-goodie’ worden door het publiek spontaan luidruchtig herhaald. In zijn woordenboek vinden we ook nog ‘Tip Top – Tip Top’ en ‘gurigura’ terug. Er wordt zelfs gecrowdsurft tijdens enkele nummers en op klap op de vuurpijl bijt Mattias van een toegeworpen appel. Wel eigenlijk hoort een appel wel thuis in deze keuken! Drummer Björn Fryklund perst op een bepaald moment zelfs wat grunts uit zijn longen. De stem is bij Freak Kitchen eigenlijk een extra instrument en beide frontmannen kunnen nadien nog een carrière als stand-up comedian ambiëren. De technisch hoogstaande set wordt afgesloten met ‘Murder Groopie’. Velen waren aangenaam verrast door het kookprogramma van deze rare kwieten en graag had ik ze nog eens op een podium gezien binnenkort!
Epica
Onze noorderburen van Epica strijken geregeld neer in ons landje en hebben nog nooit een slechte indruk gemaakt. Hun stevige symfonische metal werkt even uitstekend live als op plaat en met nieuweling ‘Requiem For The Indifferent’ kwam daar geen verandering in. ‘Monopoly Of Truth’ trok de set op gang en even later kwamen ook ‘Deter The Tyrant’ en ‘Storm The Sorrow’ aan de beurt. Natuurlijk bezocht de set ook klassiekers als ‘Sensorium’, ‘Cry For The Moon’ en ‘The Obsessive Devotion’. Verrassend sterk was de uitvoering van ‘Blank Infinity’ en ook het titelnummer van ‘Consign To Oblivion’ wist zoals altijd te bekoren. Ondanks bezettingswissels die niemand nog kan bijhouden, zette Epica een strakke show neer met centraal de immer charmante verschijning van Simone Simons. Het deed ons mijmerend terugdenken aan de tijd waarin ze nog maar net begonnen door te breken, maar als je ze nu aan het werk ziet, valt hen niks van hun internationale succes te misgunnen.
Blind Guardian
Het spreekt voor het sfeerscheppend talent van Duits power metalicoon Blind Guardian dat ze helemaal geen fancy decorstukken nodig hebben om de zaal in lichterlaaie te zetten. Wanneer de intro van ‘Sacred Worlds’ door de speakers galmt, is de toon al gezet en Hansi Kürsch heeft zelfs met kort haar nog steeds charisma in overschot. Hun setlist verschilde aanzienlijk van hun vorige doortocht in de Brielpoort te Deinze twee jaar terug, met verrassingen als het wervelende ‘Turn The Page’ en het door Tolkien geïnspireerde ‘Into The Storm’. Brullen was het geblazen met klassiekers ‘Welcome To Dying’, ‘Nightfall’ en ‘Valhalla’, waarbij het publiek tot Kürsch’ plezier botweg weigerde om te stoppen met meezingen. De aankondiging dat men slechts een nummer van ‘Imaginations From The Other Side’ zou spelen, kon op wat boegeroep rekenen, maar de enkeling ‘Bright Eyes’ was een schot in de roos. Daarbij kregen ‘Somewhere Far Beyond’ en ‘Tales From The Twilight Hall’ meer ruimte met hun respectievelijke titeltracks en de atmosferische ballades ‘The Bard’s Song (In The Forest)’ en ‘Lord Of The Rings’. ‘Wheel Of Time’ van het meest recente kleinood ‘At The Edge Of Time’ klonk deze maal indrukwekkender dan in Deinze en afsluiten deed men traditiegetrouw met het aanstekelijke ‘Mirror Mirror’. Blind Guardian blijft een van de top liveacts in de power metalscène en zorgde voor een uitstekend slotakkoord van het festival.
Ghost Brigade ging voor een goedgevulde zaal van start en gooide er meteen het zwaar raggende ‘Lost In A Loop’ tegenaan. Zinderend riffwerk en de verscheurende – aan Neurosis gelijke – grunts van Manne Ikonen heersen eveneens in het nieuwe ‘Traces Of Liberty’, maar incidenteel zijn er ook zachtere passages. De band is geen onbekende meer voor het Belgische publiek en kan dan ook op enthousiaste reacties rekenen wanneer deze vijf Finnen hun melancholische edoch stevige songs voor de leeuwen gooien. Onlangs brachten ze ‘Until Fear No Longer Defines Us’ uit, hun derde album. Maar liefst vier van de acht songs zijn nieuw in de set, waaronder het lange, beklijvende ‘Breakwater’ dat enige rustpauzes kent. Hier bewijst Ikonen ook een zuivere, cleane stem te bezitten, qua timbre niet ver verwijderd van Jonas Renkse (Katatonia). Deze ingetogenheid siert ook het intense, al oudere ‘Deliberately’, waarbij uiterst sensitief gitaarwerk voor prachtige momenten zorgt. ‘My Heart Is A Tomb’ weet dit contrast tussen pure weemoed en razernij eveneens tot op het bot uit te diepen. Het groovende, instrumentale ’22.22 – Nihil’ gunt de stembanden van de frontman even rust. Men sluit af met de nieuwe single ‘Clawmaster’ en het onvolprezen ‘Soulcarvers’. Ook nieuw, maar nu al in ons geheugen gebeiteld alsof het er al jaren zit. Wat ons betreft, mogen deze gasten hun ding ook wel eens loslaten op grotere podia!
Dat geldt natuurlijk nog meer voor Enslaved, die zich op het podium altijd als een vis in het fjordwater voelen, of dat nu in een club of op een festival is. Hun concerten vorig jaar in Trix en op Metal Méan behoorden tot de beste die we in 2011 te zien kregen en ook nu zetten ze een performance neer waarvan de meeste acts enkel maar mogen dromen. Op het eerste zicht waren er eigenlijk weinig verrassingen te melden, gezien de set grotendeels dezelfde was als tijdens die tournee, op enkele kleine wijzigingen na. Maar hey, het gaf niemand aanleiding tot klagen en er ontstond een behoorlijk haargordijn vanaf het episch openende ‘Ethica Odini’. ‘Raidho’ zette de drive helemaal aan, maar vergat niet uit te pakken met enige klassieke rockstukken die Pink Floyd niet zouden hebben misstaan en meer dan eens liepen de rillingen over onze rug, al was het inmiddels bloedheet in Biebob. ‘Fusion Of Sense And Earth’ blijft een opzwepende brok viking metal van de bovenste plank met zijn geniale syncope structuren, terwijl het machtige en dreigende ‘Giants’ even verpletterend was als het spoor van vernieling dat de IJsreuzen zelf achterlieten. We doken ook eventjes heel diep de oudheid in met ‘Jotunblod’ en het old school demonummer ‘Allfadr Odinn’, dat een klassieker is in hun set en het reguliere deel afsloot. Zoals U echter weet, zegt de Gulden Wet der Rock’n’Roll’ dat een band altijd nog eens terugkomt voor een toegift als ze het naar haar zin heeft en dat was met Enslaved zeker het geval. En daar kwam plots toch wel een stevige verrassing uit de mouw, want wie had gedacht dat ze ons de Led Zeppelin-klassieker ‘Immigrant Song’ zouden voorschotelen?! Wij alvast niet, maar het knalde als de beesten. En daarna moest het dak er voor een laatste keer af met de verplichte afsluiter ‘Isa’, waarbij iedereen zich de longen uit het lijf brulde. Toen de laatste akkoorden uitstierven, was iedereen moe maar voldaan, zoals dat zo mooi heet.
Setlist Enslaved:
Intro ‘Axioma’
Raidho
Fusion Of Sense And Earth
Ground
Giants
Ruun
As Fire Swept Clean The Earth
Encores:
Immigrant Song (Led Zeppelin cover)
Isa
Setlist Ghost Brigade:
Lost In A Loop
Traces Of Liberty
Breakwater
Deliberately
My Heart Is A Tomb
22:22 – Nihil (instrumental)
Clawmaster
Soulcarvers
Morbid Geert & Vera Matthijssens
Walter Maes
Setlist:
1) A New Age Moving In
2) Jihad
3) The End
4) Everything Glows
5) Point Of View
6) Monster Philosephy
7) Reconstrucdead
8) Riding With Sue
9) Last Time In Neverland
10) We All Fall Down
11) I Want What She’s Got
12) Bad Craziness
Eerste bis:
13) The Place Of The Heart
14) Sleeping My Day Away
Tweede bis:
15) Laugh ‘N’ A ½
16) It’s After Dark
Openers Soror Dolorosa waren trouwens helemaal geen metalband, want zij namen ons mee terug in de tijd, naar de hoogdagen van Joy Division, The Cure en Sisters Of Mercy. Waar is de tijd van de vleermuizenfuiven in de Limelight en de Cinderella in Antwerpen?! Blijkbaar is die geest toch enigszins in ’t Stad blijven hangen, want deze Franse cold wavers hadden meteen het publiek mee. De start ging wat moeizaam vanwege problemen met de zangsound en een manke backline op het podium, doch dat kon de pret niet vergallen. Nummers als ‘Low End’ (met een knipoog naar The Cure) of ‘Autumn Wounds’ (schatplichtig aan de Sisters) gingen erin als koek en ook al is dit natuurlijk niet echt origineel te noemen, toch is het dat weer wel dankzij het feit dat er nauwelijks nog bands van deze strekking zijn. Gave opener.
Op Les Discrets hadden we lang gewacht en zij maakten alle verwachtingen waar. Deze melancholische rockers rond Fursy Teyssier zitten serieus in de lift en dat is niet zonder reden. Met als begeleidingsband allemaal leden van Alcest (Neige op bas, Winterhalter die eigenlijk in beide bands zit op drums, en gitarist Zero) die een dubbele shift voor hun rekening namen, zat het overigens helemaal snor. Het heerlijke ‘Song For Mountains’ zweefde langs, ‘La Nuit Muette’ kon de fans van post rock wel overtuigen en de donkere schoonheid van ‘Le Mouvement Perpétuel’ maakte ons tegelijk depressief en toch opgetogen. En hoewel frontman Fursy achteraf klaagde over het totale gebrek aan backline op het podium, zodat ze zichzelf niet hoorden spelen, konden we daar vanuit het publiek niets van horen en kregen we een geweldig doorleefde set te horen. Wat ons betreft mogen ze snel terugkeren!
Met Alcest weet je eigenlijk vooraf al dat je zelfs in een warme zaal meermaals kippenvel mag verwachten en dat was deze avond niet anders. De mix van post black, shoegaze en post rock die deze Parijzenaars brengen is zonder meer uniek te noemen en brengt de toeschouwers steeds weer in vervoering. Nu ze pas hun nieuwste album ‘Les Voyages De L'Âme’ uit hebben, was het natuurlijk hoog tijd om dit op het podium te brengen, al werd het eerdere werk zeker niet vergeten. ‘Écailles de Lune’ en ‘Sur L'Océan Couleur De Fer’ van hun voorgaande album mochten niet ontbreken en waren weerom bloedmooi, maar ook een cover van henzelf kwam eraan te pas in de vorm van ‘Gas In Veins’ (van hun oude band Amesoeurs). Het fragiele ‘Ciel Errant’ van hun debuut passeerde, maar dat viel een beetje in het niet in vergelijking met nieuwe songs als ‘Les Voyages De L'Âme’, ‘Là où Naissent les Couleurs Nouvelles’ of het bloedmooie ‘Autre Temps’, dat wel van een andere wereld afkomstig leek. Ook hier liet het geluid af en toe een beetje aan de wensen over, maar niettemin was het weer een erg geslaagde set van Alcest en achteraf liepen de fans dan ook op wolkjes de zaal uit. Vive la France!
Tekst: Morbid Geert
Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker
Setlist
Simple Things
Let me Walk U Home
Bad Sexxx
In My Time
Language Of Superstars
Another Fine Display
Share The Goods
Worth Your While
U Draw The Line
Waiting At The Gates
Question VS Answer
Sign Of The Omen
Highly Overrated
Ghost In The Speaker
Tijdens het Britse luik van hun tournee had men onze eigenste Trigger Finger meegenomen als opwarmertje maar aangezien die band in eigenland te populair is werd er voor een lokale opener gekozen. Het ons totaal onbekende Roof was vast van plan die taak met verve te volbrengen. Helaas is 100% inzet en veel lef niet altijd een garantie om een doorgewinterd rockpubliek, dat vanavond toch aangroeide tot een meute van om en bij de 700 liefhebbers, te overtuigen. Muzikaal viel het nog enigszins mee, al hoorde je van ver dat de drummer uit een jazz milieu komt en de bassist eerder een schooljongen leek te zijn dan een woeste rocker. De gitarist kweet zich aardig van zijn taak maar het was vooral de zanger die de aandacht trok met zijn nagelwitte pak. Keurig met stropdas en al bewoog het heerschap zich vrij spastisch over het podium waardoor hij ons eerder deed denken aan een bastaard neef van Bart Kaël of Billy idols mindervalide broer. Kortom: weg ermee.
Nu kon het de aanwezigen ook weinig of niets schelen. Thin Lizzy, daar kwam men voor en net als vorige zomer schitterde de band vanaf de eerste tonen van ‘Are You Ready’. Niet alleen het publiek was er klaar voor ook de groep reed een foutloos parcours. Ricky Warwick is nu echt wel helemaal ingespeeld in zijn rol van frontman en doet dat met ongelooflijk veel klasse en stijl. Zijn stem klinkt perfect en classics als ‘Jailbreak’ en het heel beklijvende ‘Angel Of Death’ onderstreepten dat nog eens dubbel en dik.
Ook nieuwkomer Damon Johnson viel op met zijn sublieme gitaarspel dat perfect aanklampte met de nog steeds op dreef zijnde Scott Gorham. Ondertussen heeft iedereen zijn stek opgeëist en ook keyboardspeler Darren Wharton vertolkte een hoofdrol tijdens ‘Still In Love With You’ waarbij hij samen met Warwick de lead vocals deelde.
De zaal genoot en ging helemaal mee in de feestroes toen ‘Whiskey In The Jar’ de revue passeerde. De reguliere set werd afgesloten met ‘The Boys Are Back in Town’ en dan nog was het hoogtepunt van de avond nog niet bereikt. Dat kwam er bij de eerste bisronde toen met het aan Trigger Finger opgedragen ‘Emerald’ uit de mouw schudde.
IJzersterk en wat een gitaarsolo persten beide gitaristen eruit. Geniaal noemen we zoiets. Het werd perfect opgevolgd door de Bob Seger-cover ‘Rosalie’. Zo goed zelf dat het afsluitende ‘Black Rose’ een beetje in het niets verzonk. In elk geval Thin Lizzy toonde nog maar eens, zoveel jaren na de dood van Phil Lynott, dat ze de eer, erfenis en geest van de band met respect en waardigheid hoog houden. Dat verdient een staande ovatie.
Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker
Setlist
Are You Ready
Jailbreak
Bad Reputation
Don't Believe A Word
Killer On The Loose
Dancing in the Moonlight (It's Caught Me in It's Spotlight)
Massacre
Angel of Death
Still In Love With You
Whiskey in the Jar
Sha La La
Suicide
Waiting For An Alibi
Cowboy Song
The Boys Are Back In Town
Emerald
Rosalie
Black Rose
Tekst: Stef Maes
De geschiedenis
Ze scoorden in 1971 een hit met ‘Back Street Luv’ en mijn vader bracht vanuit Engeland de lp ‘Second Album’ mee, een plaat met een prachtige gelaagde en arty klaphoes in pastelkleuren en boordevol schitterende en verbluffende muziek. Ze hadden toen een jaar eerder al een debuut uitgebracht en dat was meteen een van de eerste picture discs uit de rockgeschiedenis. Daarop stonden klassiekers zoals ‘Vivaldi’, ‘Stretch’ en ‘It Happened Today’. In 1972 volgt hun derde album ‘Phantasmagoria’ met krakers zoals het titelnummer, het verbluffende ‘Marie Antoinette’ en ‘Melinda (More Or Less)’. Nadien valt de band uit elkaar en bouwt Krisitina aan een nieuwe line-up met o.a. Eddie Jobson (Roxy Music, UK, Zappa, …). Het album ‘Air Cut’ is commercieel geen succes, maar bevat het schitterende ‘Metamophosis’. Onmiddellijk na de release neemt deze line-up nog een album op, maar dat zal slechts het levenslicht zien in 1990 onder de titel ‘Lovechild’. Een jaar later zijn Way, Monkman en Pilkington-Miska terug en wordt er een live lp opgenomen. Op het nieuwe studioalbum ‘Midnight Wire’ zijn Monkman en Pilkington-Miska opnieuw verdwenen en heeft Kristina een relatie met Stuart Copeland, die nu ook achter de trommels zit. Later zou hij wereldberoemd worden als drummer van The Police. Het titelnummer van deze plaat staat nog steeds op de playlist van de groep. Een jaar later volgt ‘Airborne’ en dan is het over. Kristina gaat solo en Monkman vindt de roem bij de superband Sky. Way heeft een groep Wolf genaamd en maakt ook klassiek getinte platen. In 1990 volgt een reünie met Way, Monkman en Pilkington Miksa, maar die is van korte duur en levert een live album op van middelmatige opnamekwaliteit. In 2008 is het terug menens. Way en Pilkington-Miksa nemen samen met gitarist Andy Christie en Marvin Ayres (waarmee Kristina ook samenwerkt in Mask) een nieuwe cd op met beste van Curved Air onder de muzikale leiding van Darryl Way. Het resultaat is de schitterende cd ‘Reborn’. De balans tussen de instrumenten en de productie van Way laat de nummers perfect tot hun recht komen en Kristina zingt de sterren van de hemel. Way is ondertussen opnieuw verdwenen en Curved Air is nu vooral een live band bestaande uit zes topmuzikanten die de complexe en subtiele arrangementen van het repertoire alle recht aandoen. Het was die bezetting die we aan het werk zagen in de Spirit Of 66.
Het concert
Wat allereerst opvalt is dat Sonja Kristina op de gezegende leeftijd van 62 jaar er nog steeds goed uitziet, ze is wat bijgekomen, maar ze heeft niets van haar uitstraling verloren. En wat de stem en de zang betreft is alles nog perfect in orde. Ze mist geen enkele noot en klinkt nog steeds bijzonder toonvast met haar prachtige stem. Muzikaal heeft de groep een unieke progressieve fusion weten te creëren tussen rock, folk, jazz en klassiek. Ook het musicalverleden van Kristina klinkt af en toe door in haar zangvoordracht (ze begon haar carrière in de originele cast van Hair in Londen). Alles zit bovendien zo in elkaar dat deze stijlen niet als een soort collage elkaar opvolgen, maar alles is mooi geconsolideerd, wellicht dankzij de aanzienlijke muzikale bagage van eerder componisten zoals Monkman en Way. De setlist trakteert ons op alles wat we willen horen en de band blijft twee uren lang boeien. Het publiek geniet mateloos en hangt aan de lippen van Kristina. Gitarist Kit Morgan speelt zich vlekkeloos en gedreven doorheen de complexe partijen en de ritmesectie met Pilkington-Miksa en bassist Chris Harris leggen de perfecte ritmische basis. Violist Paul Sax is de lolbroek van de band en alhoewel hij niet de klassieke beheersing heeft van Darryl Way, is hij als violist een waardige vervanger. Keyboardspeler Robert Norton mist elke vorm van uitstraling op het podium, maar speelt verbluffende piano- en keyboardpartijen, inclusief de soms elektronische sounds die Monkman zo geniaal wist te verwerken in de muziek. Jammer genoeg kon de band geen bisnummers meer spelen omwille van een handprobleem van een van de muzikanten. Hij moest zich sparen om de dag nadien ook nog in Nederland te kunnen spelen. Geen nood, de band komt vrijwel onmiddellijk de zaal in en mengt zich onder de aanwezigen. Kristina begint onmiddellijk aan een handtekeningsessie en de merchandising wordt bestormd en verkoopt cd’s aan de lopende band. Kristina vertelt me dat er een live cd met bonus dvd zit aan te komen. Er wordt ook al gedroomd van een nieuwe studioplaat. Kristina poseert nog vriendelijk om samen op de foto te gaan. Ik droom weg met nog 160 km te gaan in de ijskoude nacht. Wat een concert!
Geert Ryssen
www.curvedair.com
Wij zijn eerst echter razend benieuwd naar The Man-Eating Tree. Na de uitstekende albums ‘Vine’ en ‘Harvest’ willen we weten hoe de nieuwe band van ex-Sentenced-drummer Vesa Ranta het er live vanaf brengt. Ironisch genoeg is Ranta zelf niet aanwezig: hij moest verstek laten gaan voor heel deze tour omdat zijn vrouw gaat bevallen. Gelukkig heeft men vervanging gevonden in Aksu Hanttu van Entwine. Vanaf de beklijvende, introverte intro ‘Harvest Bell’ waarna in ‘At The Green Country Chapel’ dynamische gitaren invallen tot het wilde ‘Code Of Surrender’ heeft het zestal het publiek in de ban. We merken zelfs dat vele mensen al goed met het materiaal vertrouwd zijn en de teksten kennen. De muziek van de band is weemoedig en atmosferisch, met de stem van Tuomas Tuominen welhaast zwevend boven de instrumentatie. Die man is één van de opvallendste zangers van dit moment en ook live weet hij dit volledig waar te maken. Hij weet ons te vertellen dat één van zijn voorvaders van België naar Finland getrokken is en deze plek dus herinneringen bij hem oproept. Leuke anekdote om te delen met de aanwezigen. Met het stevige ‘Amended’ gaan zowaar al enkele vuisten de lucht in en men houdt deze heftigheid vast tijdens het opzwepende ‘The White Plateau’. Een moment van rustige magie is ‘Of Birth For Passion’. Fantastisch dat dit ook live gebracht wordt. Natuurlijk is het slim om te eindigen met het catchy ‘Code Of Surrender’, waarna de band zich al spoedig onder de fans begeeft. The Man-Eating Tree moet even groot worden als Amorphis! Hun stijl is vergelijkbaar, hun songs zijn kwalitatief even goed (of beter) en ze hebben met Tuomas een opvallende frontman in huis.
Leprous is al enkele jaren de vaste live-band van Ihsahn en daarom was onze interesse destijds meteen gewekt. Het vijftal bestaat dan ook uit geschoolde, virtuoze muzikanten. Bovendien vertoont vooral zanger/keyboardspeler Einar Solberg een enorme energie op het podium en hij is met zijn springerige dreadlocks een entertainend heerschap. Het drie kwartier durende concert was dan ook geen straf om te bekijken, maar de rode draad in de muziek raakt geregeld zoek. Gelukkig speelt het zestal vooral materiaal uit ‘Bilateral’, het laatste album, zodat we toch een beetje herkenning ervoeren. Het weemoedige ‘Thorn’ is de verrassende opener, normaal met gastrol van Ihsahn en sax, maar hier volgt een gestripte versie. ‘Restless’ doet zijn naam alle eer aan, terwijl in ‘MB Indifferentia’ de samenzang goed uit de verf komt en duidelijke Porcupine Tree invloeden niet te ontkennen zijn. Het gebalde ‘Waste Of Air’ is dan weer gemakkelijker te behappen, maar wanneer de band afsluit met het lange ‘Forced Entry’ bevinden we ons alweer in een complex klankentapijt waar we het spoor bijster raken. Leprous blijft een band om thuis rustig te beluisteren, ondanks hun tomeloze inzet op het podium. Daar gaat een flink deel van hun raffinement (letterlijk en figuurlijk) in rook op.
Na de ombouw van het podium is het rond tien uur tijd voor Amorphis. Deze tour staat in het teken van het vorig jaar verschenen ‘Beginning Of All Times’. Men gaat dan ook van start met de intro van ‘Battle For Light’, ‘Song Of The Sage’ en ‘Mermaid’, waarna we later nog kunnen genieten van ‘You I Need’ en ‘Crack In A Stone’. Het geluid zit meteen goed en de band heeft er zin in. Zanger Tomi Joutsen steelt – moeten we dit nog vermelden? – de show met zijn lange dreadlocks en begeesterde uitstraling. Maar ook met zijn vlekkeloze overgangen tussen grunts en cleane zang. Het publiek eet uit zijn hand en gaat verrukt uit de bol tijdens de oudjes ‘The Smoke’ en ‘Against Windows’ en later in de set ‘Into Hiding’. Deze songs mogen als vaste prik in de set beschouwd worden, maar vanavond was de grootste verrassing de Abhorrence-cover ‘Vulgar Necrolatry’ dat ooit te vinden was op het eerste album ‘The Karelian Isthmus’. Lekker ruig! Wanneer Amorphis na een uur de bisnummers inzet is de strijd al lang gewonnen. De bisset is standaard, maar heerlijk. De intro van ‘Thousand Lakes’ gaat over in hun eerste ‘hit’ ‘Black Winter Day’, een semi-akoestisch moment met ‘My Kantele’ en de meezinger ‘House Of Sleep’. Na twintig jaar staat Amorphis nog steeds als een rots in de branding en op deze manier kunnen ze nog wel een tijdje verder.
Setlist Amorphis
Battle For Light intro
Song Of The Sage
Mermaid
The Smoke
Against Windows
Sampo
You I Need
Sky Is Mine
Karelian intro
Vulgar Necrolatry
Into Hiding
Crack In A Stone
Alone (plus introduction band)
Silver Bride
Encores:
Thousand Lakes intro
Black Winter Day
My Kantele
House Of Sleep
Setlist Leprous
Thorn
Restless
Passing
MB. Indifferentia
Waste Of Air
Dare You
Forced Entry
Setlist The Man-Eating Tree
Harvest Bell
At The Green Country Chapel
Amended
The White Plateau
Of Birth For Passing
Code Of Surrender
Tekst: Vera Matthijssens
Het Nederlandse Vanderbuyst heeft de laatste tijd een goede reputatie opgebouwd met heel wat live-shows. Wij waren nog niet van de partij, maar hoorden later niets dan lof over deze opener van de avond. Wanneer Skull Fist aanvangt met een cover van Tokyo Blade’s ‘Attack Attack’ weten we al dat de jaren tachtig en meer bepaald NWOBHM hun set zal bepalen. Dat doen ze met een aanstekelijk enthousiasme, waardoor songs als ‘Sign Of The Warriors’ en ‘Heavier Than Metal’ goed ontvangen worden. De Canadezen beleven er duidelijk veel plezier aan en beide gitaristen excelleren geregeld in voortvarende twinsolo’s.
Glitter en spandexbroeken heersen nog steeds bij Steelwing, een naam die allerminst uitblinkt in originaliteit en dat kunnen we evengoed zeggen van hun muziek. Zwaar geïnspireerd door Iron Maiden presenteren ze vanavond een aantal songs van het nieuwe album ‘Zone Of Alienation’, afgewisseld met wat ouder werk. Zanger Riley zoekt daarbij graag de hogere regionen op. ‘Full Speed Ahead’ en ‘They Came From The Skies’ onthouden we als beste momenten. Maar er zijn nog straffere copycats. Wat te denken van het Zweedse Bullet? Met Airbourne hebben we al een – behoorlijk succesvolle – kloon van de Aussies, de heren van Bullet doen er nog een schepje bovenop. Zonder blikken of blozen – maar gelukkig met de nodige humor en relativering – spelen ze een strakke set die in goede aarde valt bij het publiek. AC/DC is nu eenmaal razend populair en omdat deze formule zelfs voor coverbands werkt, ondervindt Bullet evenmin weinig kritiek. Zanger Dag Hell Hofer - een iets te gezellige dikkerd – weet alle clichés netjes na te bootsen en de gitaristen kijken op geen noot meer of minder. Amusant maar ook niet meer dan dat. Onze portie Spinal Tap hebben we dan wel gehad, want bij Grand Magus gaat het er (gelukkig) heel wat serieuzer aan toe. Met albums als ‘Iron Will’ en het recente ‘Hammer Of The North’ staan ze kwalitatief dan ook mijlenver boven de andere bands. Wel missen ze de uitgelatenheid van diezelfde bands, zodat Grand Magus het eerder van hun muziek alleen moet hebben. Het Zweedse trio oogt van oudsher al wat norser, maar geeft kordaat de aftrap met het beenharde ‘Kingslayer’, meteen gevolgd door het bijzonder aanstekelijke ‘Like The Oar Strikes The Water’. Het geluid wordt elk moment beter, al blijft het geen sinecuur om met slechts drie man het geluid van de albums te evenaren. Tijdens ‘Silver Into Steel’ lijkt JB’s stem wel wat op die van David Coverdale, maar dit is dan ook een sensitieve track. De lont wordt terug aan het vuur gestoken met het nieuwe ‘I, The Jury’. Het is genieten geblazen wanneer in het oudere, stuwende ‘Wolf’s Return’ de aloude doominvloeden nog even komen bovendrijven. Maar verder is dit toch zeker ‘power doom’ inclusief overwinningsgevoel tijdens ‘Ravens Guide Our Way’. Om voorlopig af te ronden kiest Grand Magus voor twee aanstekelijke, stuwende tracks: ‘The Shadow Knows’ en ‘Hammer Of The North’. Maar de band heeft nog een verrassing in petto. Wanneer ze na een korte pauze terug opkomen, zetten ze ‘Ulvaskall (Vargr)’ in. Deze pure doom metaltrack uit het ‘Monument’-album waarin JB als zanger schittert, hadden we allerminst verwacht! Daarna is ‘Iron Will’ de spetterende afsluiter. Volgende keer wat minder bands en een langere set? Daar tekenen wij voor, want nu misten we bijvoorbeeld ‘Savage Tales’ in de set.
Setlist Grand Magus:
Intro
Kingslayer
Like The Oar Strikes The Water
Silver Into Steel
I, The Jury
Wolf’s Return
Ravens Guide Our Way
The Shadow Knows
Hammer Of The North
Encores:
Ulvaskall (Vargr)
Iron Will
Tekst: Vera Matthijssens
Openers Farsot kozen voor de lastige aanpak en gingen direct voor hun gloednieuwe album ‘Insects’, dat pas enkele dagen in de winkels lag. Weinig bands zouden dit aandurven en eerder kiezen voor een ‘best off’-aanpak, zeker op een festival en als opener, maar deze eigenzinnige Duitsers verkozen ervoor om hun fans niet te pamperen en dat waarderen wij bij Rock Tribune enorm. Qua show was Farsot erg minimalistisch: er was geen enkel showelement te bekennen en de band liet alles over aan de songs zelf, die wel perfect werden gebracht. Op dat gebied was er zeker geen klagen, maar Farsot mist helaas nog zoiets als uitstraling op het podium. Men stond er erg droog bij en dat scheelt meteen als je je publiek wil meekrijgen. Toch was het niettemin een aardige start van wat een lange dag zou worden.
Het Roemeense Negura Bunget is altijd een beetje een vreemde eend in de bijt. Niemand verstaat hun teksten, die ze in de moedertaal brengen, maar gelukkig lenen de bijtende klanken ervan zich perfect voor het brengen van ‘Transylvanian black metal’. De sfeer zat meteen goed, zoals we dat van de band gewend zijn. Met hoorns, een panfluit en vreemde percussie-instrumenten weet het veelkoppige gezelschap steeds een sterke etnische sfeer op te bouwen die zondermeer uniek mag worden genoemd, maar ook de mystieke en bezwerende gitaarklank van de heren (en dame) doet een flinke duit in het zakje. Inmiddels was de zaal lekker gevuld en de reacties logen er niet om dat de show erg gesmaakt werd door de aanwezigen.
Met Virus had men een zo mogelijk nog vreemder geval weten te strikken. Deze band kwam voort uit het avantgarde black metal combo Ved Buens Ende, maar liet alle black metal elementen vallen terwijl Virus zich ontwikkelde. Je ziet hen niet vaak optreden, dus dit was een kans die je niet mocht missen als je hun bevreemdende muziek wel kan waarderen. Gezien de ‘arty’ aanpak van Aurora Infernalis stond de band zeker op haar plaats… al was ‘stond’ wat veel gezegd in het geval van zanger/gitarist Czral. De man viel of sprong in 2005 van de vierde verdieping van zijn appartement en zit daardoor op een kruk tijdens zijn optredens. Dat deed echter niet af aan zijn speelvreugde, want hij was duidelijk geraakt door de positieve ontvangst van zijn hersenkronkels. De bizarre songs wriemelden alle richtingen uit en konden vlotjes menig mens knettergek maken, maar in combinatie met de donkere en theatrale zang werd het een erg apart gebeuren. Je houd ervan of je hebt er een hekel aan, maar Arnhem lustte er duidelijk pap van.
Het was alweer jaren geleden dat we de Noren van Khold (met leden van Tulus en Sarke) nog aan het werk gezien hadden, dus hier keken we ook erg naar uit. We waren niet alleen daarin, want Khold was de eerste band die het publiek ook echt aan het meebrullen van de songs kreeg. Het ging initieel een beetje stroef vanwege een uitgelopen soundcheck en wegvallende vocalen in de eerste song, maar eenmaal die horde genomen was, kon het niet meer stuk. Deze band stond live dan ook als een huis en je kon absoluut niet stilstaan op de beukende, zompige midtempo black van de heren, waarbij het altijd vet headbangen geblazen is. De reutels van frontman Gard hebben een al even eigen klank als hun pakkende riffs en we werden dan ook getrakteerd op een knallende set die ons nog wel even zal heugen.
Dat mocht ook gezegd worden over de wonderlijke wederopstanding van Covenant. In 1999 moesten zij hun naam veranderen in The Kovenant vanwege een eerder bestaande Zweedse electropop-band, maar voor de gelegenheid werd de oude naam nog eens opgediept. Men bracht namelijk een exclusieve ‘one-off’ show deze avond, want speciaal voor dit festival werd debuutplaat ‘In Times Before The Light’ uit 1995 integraal gespeeld. Het gezelschap kwam ‘dressed to kill’ het podium op: strak in het pak en met een masker van ‘V for Vendetta’ op het gezicht (althans tijdens de eerste en laatste song).
Gezien Nagash de songs sindsdien nauwelijks nog speelde, had hij spiekbriefjes nodig voor zijn teksten (al had zijn bezoek aan een koffieshop eerder die middag ook zijn weerslag op ’s mans geheugen én op zijn vrolijke stemming), doch dat mocht de pret niet drukken. De songs werden strak gespeeld, de muzikanten hadden er evenveel zin in als het publiek en het zaakje stond als een huis. Blij dat we dit mochten meemaken!
Bij de doortocht van Dødheimsgard hadden we helaas een eerder gemengd gevoel. De verwachtingen waren nochtans hooggespannen, zeker omdat deze Noren al in geen eeuwigheid onze contreien nog aandeed. Op zich is Dødheimsgard altijd al een speciaal geval op muzikaal gebied en ook nu was de manier waarop ze old school black koppelden aan postmoderne bizarheden best uniek. Helaas ging men vooral tijdens de hypersnelle passages vooral de mist in en eindigde men met een geluidsbrij waarvan het moeilijk genieten was. Bovendien weigerden hun samples op computer op het laatst dienst, waardoor men zat te knoeien en het hele zaakje stilviel (of zelfs ineenstuikte als een soufflé). Men had de meubelen nog kunnen redden wanneer men meteen had doorgespeeld zonder de samples, maar nu was de vaart er compleet uit en ging men op het einde jammerlijk onderuit. Spijtig, maar net als veel andere aanwezigen hadden we hier meer van verwacht.
Qua headliner hadden we ons geen betere keuze durven dromen dan Absu. De Texanen gebruikten deze one-off show als Europese cd-presentatie van hun nieuwste worp ‘Abzu’ en geloof ons vrij dat het keihard in de roos was. Tegenwoordig is Absu nog slechts een drietal, wat af en toe wat stress opleverde voor gitarist Vis Crom, die moest voorkomen dat er te grote gaten ontstonden van zodra hij een solopartij moest spelen. Misschien had men daarom voor een tweede sessiegitarist gekozen zoals tijdens hun tournee in 2009, toen men toch een voller geluid had, maar dat was slechts een kleine kanttekening op een verder overrompelende show. Hun bassist/vocalist Ezezu plamuurde dit gaatje al deels mee dicht, maar het was toch niemand minder dan opperhoofd/drummer/zanger Proscriptor McGovern die alle aandacht naar zich toetrok en imponeerde ondanks zijn kleine gestalte. Zijn aankondigingen doen aan als een maniakaal ritueel, zijn gezicht was bedekt met zilveren verf en zijn onovertroffen en uiterst gevarieerde drumpartijen flitsen om je oren, terwijl de man tegelijk ook op vocaal gebied zijn demonen op je loslaat... en dat gedurende de volle 75 minuten! We kennen niemand die hem dat nadoet met zoveel overtuiging en het was dan ook genieten van begin tot einde. Nieuwe songs als ‘Earth Ripper’ en de instant klassieker ’13 Globes’ (van ‘Absu’) werden afgewisseld met ouder werk als ‘The Coming Of War’ en de verplichte afsluiter ‘Never Blow Out the Eastern Candle’. Na afloop van al dat black/thrash geweld zat iedereen behoorlijk op zijn tandvlees, maar jongens, wat een dag! Had elk festival maar zo’n affiche, de wereld zou meteen een pak mooier zijn…
Tekst: Morbid Geert
Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker
Geert Ryssen
Wanneer we binnenkomen is Artweg bezig aan een potje metalcore dat allerminst aan ons of het publiek besteed is. Publiek? Er is geen publiek, hoogstens enkele mensen die een drankje nuttigen of de merchandising bekijken. Maar de lucht klaart met de komst van Myrath. Hun album ‘Desert Call’ (2010) kon al op aanbeveling rekenen en met het recente ‘Tales Of The Sands’ is het hek helemaal van de dam. We zouden zeggen: ze worden de hemel in geprezen, maar die uitspraak ligt vanavond gevoelig. We zagen de band vorig jaar al aan het werk tijdens ProgPower, maar met een nieuw album uit werd dit een gloednieuwe ervaring, want enkel ‘Madness’ deed nog een stapje terug in de tijd. Met een natuurlijke charme weet de band de progressief getinte power metal met oosterse strijk- en percussieornamenten aan de man te brengen. Zanger Zaher Zorgati maakt contact met het publiek op een charmante manier en in meerdere songs vinden vinnige duels tussen gitaren en keyboards plaats. Vooral in ‘Under Siege’ is dit erg geslaagd. Met het titelnummer van de nieuwe cd neemt de band ons mee naar de woestijn in Tunesië, aldus Zaher. ‘Beyond The Stars’ is de afsluiter van een prima concert van de eerste band in Tunesië dat een buitenlands label wist te interesseren.
Arkan geniet al iets langer bekendheid in onze contreien. Ze werden aan ons voorgesteld als de nieuwe band van Foued Moukid, voorheen drummer bij The Old Dead Tree, waarin hij zijn culturele roots meer in de muziek zou integreren. Het eerste album ‘Hilal’ beviel ons net iets meer dan het tweede, omdat de band nu gekozen heeft voor meer vrouwelijke zang, naast de toch al niet misselijke ruwe grunts en mannelijke cleane zang. Het is wat krap op het podium: Foued zit rechts weggedoken achter zijn drumstel, voor ons beweegt zich een bijzonder energieke bassist, beide gitaristen overdonderen ons ook met zang, en dan spreken we nog maar van een begin. Die start kiest men voor heftigheid (en zo horen we de band het liefst): met ‘Origins’ en ‘Tied Fates’ weekt men enthousiasme los bij het publiek. Maar men heeft nog meer troeven: vanaf ‘Inner Slaves’ komt zangeres Sarah Layssac in een schitterende (letterlijk) creatie op (een wit kleed met pareltjes en zijde) en voegt haar charismatische stem toe aan de songs. Tijdens ‘Deus Vult’ komt Kobi van Orphaned Land meezingen (dat deed hij ook al op het album), waarna het hardere ‘Groans Of The Abyss’ nog even terugkeert naar het ‘Hilal’-debuut. Het is opvallend hoe Arkan en Orphaned Land muzikaal naar elkaar toe gegroeid zijn, dezelfde doelen nastreven en logischerwijze daar samen voor ijveren. Sterk hoe de band soms wild tekeer gaat, maar er telkens in slaagt om een folky toets of melodie er tussen te smijten. Wij denken dat ze de aanwezigen wel overtuigd hebben.
Maar we hebben natuurlijk nog het summum van de samensmelting tussen (melodieuze) death metal en invloeden uit het Midden Oosten tegoed. Voor het eerst kunnen we in België een volledige show beleven van Orphaned Land en deze deed ons qua setlijst terugdenken aan de zopas verschenen dvd ‘The Road To OR-Shalem’, ook al zijn er geen gastmuzikanten en klinkt de band daardoor wat meer ‘rudimentair’. Dat is een groot woord, wanneer we het over Orphaned Land hebben, want hun sierlijke ornamenten zijn telkens aanwezig, ook in songs zoals ‘From Broken Vessels’ en ‘Ocean Land’ waar het er wat ruwer aan toe gaat. ‘Barakah’ en ‘Sapari’ vertonen dan weer een toegankelijkheid die je in de popcultuur terugvindt, verfraaid met oosterse melodieën. Melancholie heerst in ‘A Neverending Way’, en het aanverwante ‘In Thy Never Ending Way’. Zanger Kobi Farhi houdt zich er aan om in verschillende toga’s te verschijnen, maar relativeert dit ook: ‘I am not Jesus Christ and I like to run around in my pyjama’, meldt hij ons grinnikend na enkele songs. Een Orphaned Land-concert blijft een unieke belevenis. Niet alleen zingt Kobi zowel in het Engels, Hebreeuws als in het Arabisch en neemt hij dikwijls vredelievende poses aan; hij is ook de motor (en mentor) die de band doorheen hun technisch hoogstaande passages voert. Gitarist Yossi mogen we daarbij niet vergeten te vermelden. Hij kronkelt omheen zijn gitaar als de Carlos Santana uit het Midden-Oosten, maar verblijdt allen ook door in ‘El Meod Na’ala’ bouzouki te spelen. Gitarist Matti is in onze ogen de meest westerse muzikant, maar ook de bijzonder enthousiaste drummer Mathan Shmuely draagt bij tot de uitzonderlijke plaats die Orphaned Land inneemt in onze geliefde metalcultuur. Rest ons nog bassist Uri, een sympathieke bonk met baard en lange haren die eveneens het metalen karakter van Orphaned Land accentueert. Zangeres Shlomit is niet aanwezig, maar we krijgen wel een wulpse en overdadig versierde buikdanseres te zien, die zich naar het einde van de set toe, kronkelend een weg baant over het (te kleine) podium. De bisnummers nemen ons mee naar het prille begin van Orphaned Land. Enkel Kobi en Yossi nemen bezit van het podium en brengen beklijvende versies van ‘The Beloved’s Cry’ en ‘The Storm Still Rages On’, deze laatste is een song die cryptisch overal aanwezig is in het oeuvre. Magisch! Het publiek uit zich in spreekkoren wanneer zij van het podium verdwijnen, maar na enkele minuten baden we in de oosterse klanken van ‘Norra El Norra’ en voegen onze vrienden er nog een uitgelaten versie van ‘Ornaments Of Gold’ aan toe. Deze band heeft een uniek geluid dat ze ook live kunnen waarmaken. Het is dan ook ronduit schandalig dat de opkomst vrij karig was. Na al die jaren noeste arbeid hadden we toch minstens een volle Biebob verwacht.
Setlist Orphaned Land:
Halo Dies (The Wrath of God)
Birth of the Three (The Unification)
Olat Ha'tamid
Barakah
The Kiss of Babylon (The Sins)
A Neverending Way
Sapari
From Broken Vessels
The Path, Part 1: Treading Through Darkness
Ocean Land (The Revelation)
Vayehi Or
The Warrior
El Meod Na'Ala
In Thy Never Ending Way
The Beloved's Cry
The Storm Still Rages Inside
Norra el Norra (Entering the Ark)
Ornaments of Gold
Setlist Arkan:
Origins
Tied Fates
Inner Slaves
Deus Vult
Groans Of The Abyss
Beyond Sacred Rules
Salam
Setlist Myrath:
Sour Sigh
Braving The Seas
Merciless Times
Under Siege
Wide Shut
Tales Of The Sands
Madness
Beyond The Stars
Tekst & foto’s: Vera Matthijssens
Ook bij Crimfall is het nog niet druk, maar men weekt zich ten minste al los van de bar wanneer de flamboyante frontvrouwe Helena Haaparanta op het podium verschijnt en samen met de woeste Viking Mikko Häkkinen er wild tegenaan gaat in het vrij catchy ‘The Crown Of Treason’. We zagen de band al in het voorjaar aan het werk met Turisas en dat was toen een aangename verrassing. Hun twee albums zijn tot in de puntjes afgewerkte orkestrale Viking metal, die wel wat gemeen heeft met Turisas. Crimfall is natuurlijk de band van componist Jakke Viitala, maar het zijn toch vooral beide vocalisten die de show moeten dragen. Dat lukt hen aardig met ‘Frost Upon Their Graves’ want refreinen worden gretig meegezongen. Met het hectische‘Storm Before The Calm’, het melodieuze ‘Son Of North’ en het geraffineerde en complexe ‘Silver And Bones’ als afsluiter krijgen we nog drie songs van het dit jaar verschenen ‘The Writ Of Sword’. ‘Ascension Pyre’ en het opzwepende ‘Wildfire Season’ zijn blijvertjes van het debuut. We kunnen niet ontkennen dat een flink deel van de veelgelaagde, filmische muziek van een tape komt, terwijl de drukke songs live ook niet gemakkelijk te volgen zijn, maar het enthousiasme op het podium werkt aanstekelijk.
Týr en Moonsorrow zijn deze tour aangekondigd als ‘double headliner’. Dat betekent dat de ene keer Moonsorrow afsluit, de andere keer Týr. Tijdens de podiumwissel wordt al vlug duidelijk dat vanavond Moonsorrow als eerste aan de beurt is. We maken ons dus klaar voor een tocht voorbij het einde van de wereld. Elk Moonsorrow-concert is net even anders, maar allen hebben gemeen dat de liefhebbers met hart en ziel opgaan in de lange, ruwe songs met folky, semi-akoestische passages. Het recente ‘Tähdetön’ van het nieuwe album ‘Varjoina Kuljemme Kuolleiden Maassa’ opent de set, een slepende hymne vol excellent gitaarwerk, met natuurlijk Ville Sorvali’s zwartgeblakerde krijs er bovenuit. ‘Sankarihauta’ gaat terug in de tijd en zet toetsenist Markus Eurén even in het zonnetje. Hij zorgt doorlopend voor de toegankelijke folk melodieën. Na het uit 2003 stammende ‘Raunioilla’ stelt Ville (overbodig) de band voor en meldt dat hij ons een les in Finse geschiedenis gaat geven. Een Zweedse bisschop zette voet aan wal in Finland, maar de Finse regering liet hem aan mootjes hakken. Dat is het verhaal achter ‘Köyliönjärven Jäällä (Pakanavedet II)’, een stokoud nummer uit het debuut. Gitarist Mitja Harvilahti wisselt wijdbeens en molenwiekend riffs en solo’s af, maar samen met eeuwige live-sessiegitarist Janne Perttilä verzorgt hij ook de heidense koorzang die zo kenmerkend is voor de band. Het feest gaat verder met ‘Jotunheim’ en ook nog ‘Sankaritarina’. Maar gelukkig ontbreekt het hoogtepunt van het nieuwe album ook niet. Het machtige ‘Kuolleiden Maa’ houdt men voor het laatste en na deze allerlaatste epische uitbarsting vormt het sfeervolle ‘Matkan Lopussa’ op band een mooi afbouwen van de adrenaline na anderhalf uur Moonsorrow met een verrassende set.
Het vergt een aanpassing in geestesgesteldheid om daarna Týr op waarde te schatten. Gelukkig blijft het gezellig druk en doet het viertal van de Faeröer Eilanden er alles aan om het de aanwezigen naar de zin te maken. Dat betekent veel meezinghymnen en toegankelijke songs. Het publiek lust daar wel pap van en leeft zich dan ook volop uit op recente songs als ‘The Lay Of Thrym’, ‘Shadow Of The Swastika’ en ‘Flames Of The Free’, allen te vinden op het nieuwe werkje ‘The Lay Of Thrym’. Later zullen nog drie nieuwe songs volgen, terwijl de twee eerste albums en het progressievere ‘Land’ volledig genegeerd worden. Natuurlijk heeft men intussen al veel andere songs om uit te kiezen en uit ‘By The Light Of The Northern Star’ (2009) wordt dan ook het titelnummer gespeeld, gevolgd door het knappe ‘Tróndur I Gøtu’. Frontman Heri Joensen toont zich een stoere, maar beminnelijke Viking en een fris gekortwiekte Terji Skibenæs (gitaar) en bassist Gunnar Thomsen (de enige die duidelijk niet naar de gym gaat) zorgen ook nu weer voor de vlekkeloze koorzang, wat vooral in het net vermelde ‘Tróndur I Gøtu’ mooi geïllustreerd werd. Terji is trouwens onherkenbaar, nu zijn lange blonde lokken plaats hebben gemaakt voor een vetkuif met bakkebaarden. De meezinger ‘Take Your Tyrant’ brengt de handen op elkaar. We genieten van de neoklassieke gitaarsolo ‘The Rage Of The Skullgaffer’ die overgaat in ‘The Hunt’, waarmee meteen aangetoond wordt dat het materiaal op ‘Ragnarok’ toch wel complexer was. Een mooie onderbreking der strijdliederen komt er in de vorm van het sensitieve ‘Evening Star’, met een kanjer van een bloedstollende gitaarsolo. Zo wordt het toch nog een erg geslaagd concert, dat met ‘Northern Gate’ en ‘Hall Of Freedom’ de feestvierders pleziert. Na een korte pauze krijgen we nog een greep uit het vorige album ‘By The Light Of The Northern Star’. Het ophitsende ‘Hold The Heathen Hammer High’ en het heroïsche ‘By The Sword In My Hand’ laten enkel verhitte gezichten achter. We stellen vast dat Týr zes nieuwe songs en vijf van het vorige album heeft gespeeld. Het is duidelijk dat de simpelere songs beter aanslaan bij het publiek, maar wij missen toch een beetje de aloude krakers zoals ‘Regin Smiður’ en ‘Sinklars Visa’. Dat heb je nu eenmaal als je vasthoudt aan het verleden van een band.
Setlist Týr:
The Lay of Thrym
Shadow of the Swastika
Flames of the Free
By the Light of the Northern Star
Tróndur Í Gøtu
Take Your Tyrant
The Rage of the Skullgaffer
The Hunt
Evening Star
Northern Gate
Hall of Freedom
Encores:
Hold the Heathen Hammer High
By the Sword in My Hand
Setlist Moonsorrow:
Tähdetön
Sankarihauta
Raunioilla
Köyliönjärven Jäällä (Pakanavedet II)
Jotunheim
Sankaritarina
Kuolleiden Maa
Matkan Lopussa @Tape
Setlist Crimfall:
The Crown Of Treason
Frost Upon Their Graves
Ascension Pyre
Storm Before The Calm
Son Of North
Wildfire Season
Silver And Bones
Tekst & foto’s: Vera Matthijssens
Walter Maes
De website van de organiserende zaal rept van een openingstijd om 17.30 uur, maar bij aankomst rond zessen staat er een lange rij voor een potdichte deur. Dat metalheads fatsoenlijk, kalm en bedeesd zijn wisten we al, maar het verschil met een om niets morrend poppubliek dat deze recensent een week eerder ervoer is wel erg groot. Dat het een gezellige avond wordt, is daarom op dat moment al aan te voelen. De reden van de vertraging lijkt na opening direct duidelijk: openingsact Mortal Sin zit nog steeds middenin de soundcheck. Zoiets kan een concertavond flink in de war schoppen, want gezien de verplichte sluitingstijd kunnen bands wel eens nummers moeten inleveren. Sepultura lijkt het daar later in het programma niet mee eens te zijn en negeert de aan de zijkant gebarende organisatoren langdurig tegen het einde van zijn set. De Brazilianen leken overigens de gedoodverfde headliner, maar wanneer de intro van ‘Arise’ inzet wanneer we Exodus denken te gaan zien, is duidelijk dat in elk geval in Leeuwarden de kaarten anders liggen. Lee Altus, die ook in Exodus speelt, schreeuwt tijdens zijn Heathen-set nog iets onaardigs door de microfoon, maar daarmee hebben we alle (zichtbare) strubbelingen toch echt gehad.
Alhoewel het er dus op lijkt dat er achter de schermen iets broeit, halen alle bands het onderste uit de kan om de bezoekers te geven waar ze voor kwamen: thrash uit de oude, metalen doos. Het Australische Mortal Sin brengt vooral songs van zijn eerste twee platen, aangevuld met onder meer ‘Hatred’ van de nieuwe cd ‘Psychology Of Death’. Gitarist Andy Eftichiou laat met zijn strijdvaardige poses zien wie de scepter zwaait in de band en geeft met zijn maten een goede show weg, dat begint met een iets tegenvallend geluid dat snel bijgesteld wordt en waarin de eerste en enige stagediver langskomt. Een nors kijkende beveiliger voorkomt de rest van de avond dat er meer de stoute schoenen aantrekken.
Heathen is daarna aan de beurt en komt ook met een ‘best of’ set. Voor dit publiek lijkt de band iets te ‘muzikaal’: de prachtige, gedragen metalzang van David White en de lange soloblokken contrasteren nogal met de stampende beukthrash van de andere acts op de bill. Van alle acts krijgt Heathen misschien daarom de handen nog het minst op elkaar, maar de show is er beslist niet minder om en met de rappe afsluiter ‘Death By Hanging’ weet de sympathieke band toch nog de volledige aandacht op zich gevestigd.
Destruction staat altijd garant voor een metalfeestje, waarbij het leer, ijzer en de podiumaankleding de authentieke, drukke thrash behoorlijk versterken. Hoewel de nadruk ligt op materiaal van ‘Sentence Of Death’ en ‘Infernal Overkill’, komen ook krakers als ‘Curse The Gods’ voorbij en het publiek, waaronder opvallend veel dertigers en veertigers - soms met meegebrachte headbangende kinderen, smult ervan.
Dan worden weer de podiumdoeken verwisseld, maar het is niet Exodus dat naar verwachting aantreedt maar het ooit veel grotere Sepultura. De band speelt enkel songs uit de gouden periode dat beide Cavalera’s nog het beeld bepaalden en velen zijn sceptisch, maar Derrick Green (die al veertien jaar in de band zingt maar altijd ‘the new guy’ zal blijven) veegt de vloer aan met alle kritiek. Zijn podiumpresentatie, uitstraling en hondsagressieve strot bewijzen de setlist, waarin van mij best wat van ‘Schizophrenia’ had gemogen, alle eer.
Exodus sluit het feest zoals gezegd af en doet dat met verve. Met een overdaad aan inzet, speelplezier en aantrekkelijke agressie leveren de hard en strak spelende heren rond oerlid Gary Holt een daverende show, met een publiek waar de overleden eerste zanger Paul Baloff trots op zou zijn: geen poser die zich tussen de eerste rijen zou durven begeven tijdens nummers als ‘Bonded By Blood’ of ‘Piranha’.
Het is lang geleden dat er een metalavond van dit formaat en met zo’n gemoedelijk publiek in deze Noordelijke stad was, en dat doet een mens goed.
Johannes Keekstra
Dominique Van Hauteghem
Dominique Van Hauteghem.
Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker
Setlist
White Knuckles
Slip to the Void
Before Tomorrow Comes
I Know It Hurts
All Hope Is Gone
Metalingus
Ghost of Days Gone By
Broken Wings
Come to Life
Watch Over You
Ties That Bind
Open Your Eyes
Find the Real
Blackbird
Isolation
Dueling Guitar Solos – Mark and Myles
Rise Today
Al 22 jaar hebben deze heren uit Germantown, Maryland een cult status en vandaag wandelden ze zonder schroom het grote podium op en stonden daar 30 minuten lang te schitteren dat het geen naam had. Alhoewel 90% van de aanwezigen totaal geen besef had van wie daar op de bühne stond, en dus ook amper reageerde op al dat fraais, bleef de band gaan. Zanger Neil Fallon zijn zware maar cleane stem kwam, net als alle andere instrumenten, loepzuiver de PA uit. Die was werkelijk perfect afgeregeld. Voor heel veel Clutch-fans was de ticketprijs van 38 Euro net iets te hoog want aan Volbeat hebben de meesten van hen absoluut geen boodschap. Hierdoor kregen deze top muzikanten amper reactie. Het klopt natuurlijk dat een groep als Clutch veel beter tot zijn recht komt in een knusse club, maar toch zag je de bandleden genieten en daar draait het uiteindelijk om.
Waar het bij het gros van het talrijk opgekomen publiek om draaide was Volbeat. Vooral sinds ze de overstap naar Universal maakte, beschikt de groep rond frontman Michael Poulsen over de nodige fondsen om er een waar feest van te maken. Succes heeft natuurlijk ook een prijs. Heel wat die hard fans die een paar jaar geleden Trix, toen nog gewoon Hof Ter Loo, tot aan de nok vulde hebben afgehaakt. Te comemrcieel. Een oud zeer maar zo agat dat nu eenmaal. In de plaats krijg je dan veel meer vrouwelijk schoon, al zitten daar een hoop huppelkutten bij die luisteren naar de roepnaam Marina en komen voor de blinkende ogen van Poulsen. Met bijna 25 minuten vertraging, een technisch probleempje zo bleek, schoot Volbeat uit de startblokken en leefde de volle Lotto Arena helemaal op. Het eerste wat ons opviel nadat het grote Volbeat-doek viel, was dat de podiumopstelling exact dezelfde bleek te zijn als vorig jaar. Ergens begrijpelijk maar een beetje pyro had wonderen gedaan. Het zou de aanwezigen echter worst wezen. Poulsen en de zijnen gooiden er met ‘Guitar Gangsters & Cadillac Blood’ en ‘Heaven Nor Hell’ onmiddellijk enkele hits tegenaan waardoor ze eigenlijk nog weinig verkeerd konden doen. Aangezien het hier niet meer gaat om een doorsnee metal publiek vonden de meeste aanwezigen het natuurlijk ontzettend leuk dat het geluid knoerthard stond. Dan konden ze de dag erna op kantoor opscheppen dat ze een echte hard rock show hadden meegemaakt. Van waar wij stonden zagen we de verplichtte db-meter echter constant in het rood gaan, met pieken tot boven de 110db. Nu hebben we daar niet echt iets op tegen, het is en blijft immers rock-‘n-roll, maar waar was het prima geluid dat we bij Clutch mochten genieten. Nu stond alles veel te schel. De zang was te fel op de voorgrond gemixt en telkens weer leek het alsof de geluidsman dan trachtte de gitaren en drums daar boven te zetten. Al gauw kreeg je een soort van geluidsbrij over je heen. Het publiek stoorde er zich echter niet aan. Ze gingen en masse uit de bol en de Volbeat jongens draafde door.
In het eerste deel van de set had ik de indruk dat er een beetje op automatische piloot werd gespeeld. Gitarist Thomas Bredahl trok vel rustoger dan anders aan zijn 6 snaren en bassist Anders Kjølholm huppelde op zijn gemak van links naar rechts op het toneel. Het ging er pas losser aan toe toen men plots met ‘We Will Rock You’ een Queen classic inzette die werd gevolgd door het vrij amusante ‘I Want To Break Free’ dat luidkeels door het publiek werd aangevuld. Applaus voor jezelf dus en terecht. Tot onze tevredenheid werd ook ‘Rebel Monster’ nog eens van stal gehaald en de massa nieuwe fans lieten zich niet onbetuigd bij ‘Still Counting’. Nu zat het geluid eindelijk ook stukken beter. Helaas niet voor lang want toen men met ‘A Warrior’s Call’ de bisronde inzette was het alweer een grote brij die over je heen spoelde. Er werden bij ‘Thanks’ gewoontegetrouw weer een horde fans op de bühne getrokken, al viel het ons op dat er plots verdacht veel Marinakes van uit de coulissen opdoken. De pret was er niet minder om al kon de security net iets minder glimlachen met de talrijke enthousiastelingen die langs voor het podium opklauterden. De echte finale, met de Dusty Springfield evergreen ‘I Only Wanna be With You’, dat de zanger opdroeg aan zijn vrouwtje en haar prompt een zoen gaf, en het onvermijdelijke ‘Pool Of Booze, Booze, Booza’ verzande een beetje in een chaos. Dat zou veel sterker kunnen, ook al was dat stukje Slayer (dat kennen we nu wel) er weer bonk op. We kunnen concluderen dat de meeste aanwezigen heel tevreden huiswaarts keerden. Wij hebben het nu wel even gehad met Volbeat. Ons lijkt het tijd voor een break en de start van een nieuwe creatieve periode die moet leiden tot een volgende cd. Dat zal nog wel even duren als je weet dat 2012 begint met alweer een tournee in de VS. Misschien moeten ze daar hun pijlen eens wat extra op richten zodat we hier opnieuw honger krijgen want het zou totaal verkeerd zijn om Volbeat nu al af te schrijven. In deze groep huist talent. Het is alleen aan hun om dat nu te laten primeren boven alle commerciële voordelen die zich op dit moment ongetwijfeld voordoen. Stay heavy, stay true. Elvis is watching you.
Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker
Setlist
Intro Born To Raise Hell [Motörhead]
Find That Soul / Hallelujah Goat
Guitar Gangsters & Cadillac Blood
Mr. & Mrs. Ness
Heaven nor Hell
Sad Man's Tongue
The Mirror and the Ripper
Mary Ann's Place
A New Day
The Garden's Tale
The Human Instrument
We Will Rock You / I Want to Break Free
Radio Girl
Rebel Monster
Still Counting
River Queen
16 Dollars
A Warrior's Call
Fallen
Thanks
I Only Want to Be with You / Boa [JDM]
Pool of Booze, Booze, Booza
Vicious Rumors is dat zeker niet. We zagen hen deze zomer al in bloedvorm tijdens het Alcatraz Metal Festival, maar ook nu vertonen ze de gretigheid van een stel jonge honden. Vooral nieuwe zanger Brian Allen laat het publiek uit zijn hand eten en blijkt een aanwinst wanneer strakke versies van ‘Don’t Wait For Me’ en het populaire ‘Digital Dictator’ als handgranaten de zaal in gemikt worden. Oudgedienden gitarist Geoff Thorpe en drummer Larry Howe blijken een sterke bezetting bijeen gescharreld te hebben. Zij brengen zowel nieuwe thrashkrakers ‘Murderball’ en ‘Let The Garden Burn’ als oudere songs ‘Minute To Kill’, ‘Lady Took A Chance’ en ‘Abandoned’ op een energieke manier tot leven. De priemende blik van Brian Allen brengt de hoogtijdagen van bands als Annihilator en Metal Church tot leven. Opvallend is dat de Amerikanen enkel teruggrijpen naar de vier eerste albums plus een tweetal songs uit het recente ‘Razorback Killers’. Dankzij deze scherpe keuze uit hun repertoire weten ze tegen ‘Hellraiser’ en het afsluitende ‘Soldiers Of The Night’ – titelsong debuutalbum - de zaal in vuur en vlam te zetten. (Vera)
Zijn de gloriedagen van HammerFall achter de rug of zijn er teveel metalbands die ons land op heel korte tijd aandoen? Feit is dat HammerFall de zaal niet vol kreeg, er waren nog enkele lege plaatsen in Trix te bespeuren. Aan het nieuwe album zal het alvast niet liegen. ‘Infected’ is hun beste cd in jaren en de band verkeert in grote vorm. Wat meteen opvalt is het harde doch heldere geluid. Minpunt was wel de snare drum en de zang die te hard in de mix stonden. Opener ‘Patient Zero’ uit het nieuwe album was meteen een schot in de roos en knalde hard de zaal in. Joacim Cans was goed bij stem en zette gedurende de hele avond een goede vocale prestatie neer. Het moet wel gezegd dat hij weinig uitstraling heeft, dit viel enorm op na de geweldige show die Brian Allen van Vicious Rumors neerzette. Uit ‘Infected’ werd het nummer ‘Bang Your Head’ opgedragen aan Saxon, de band waardoor Joacim een echte metalhead werd. ‘Dia De Los Muertas’ viel enigszins tegen, maar de twee andere nieuwe songs ‘One More Time’ en ‘Let’s Get It On’ zijn regelrechte meezingers en blijvertjes. Er zat een goede vaart in de show van de Zweden, er vielen geen zwakke momenten te noteren. Je moet het toch maar voor elkaar spelen, zonder echt grote songs/klassiekers een groot publiek weten aan te boren. Geen grote nummers, wel vlotte eenvoudige meezingers zoals: ‘Hearts On Fire’, ‘Steel Meets Steel’ en ‘Riders On The Storm’ die na de show bleven nazinderen. Op het laatst ging het nog even mis toen Joacim tijdens ‘Glory To The Brave’ zijn micro het liet afweten, maar het publiek nam dankbaar de tekst over. Na een uur en veertig minuten werd de hammer in de ring gegooid en keerde iedereen tevreden huiswaarts. (Walter)
Fury UK heeft de moeilijke taak te openen voor weinig volk en slaagt er met zijn sterk op Iron Maiden geënte heavy metal amper in om de mensen van de bar weg te lokken. Nochtans klinken ‘Saviour’ en ‘Alien Skies’ niet verkeerd, maar aan enige originaliteit mag nog danig gewerkt worden. White Wizzard is eenzelfde lot beschoren. Iedereen komt duidelijk voor Iced Earth en ondanks de gedreven inzet van de band weet hun klassieke heavy metal maar weinig reactie los te weken. Alle aandacht is dus gericht op de hoofdact om van deze avond een memorabele gebeurtenis te maken. Iced Earth had ons, naast de vuurdoop van Stu Block, enkele verrassingen in de setlist beloofd en ze hielden woord. Er wordt slim afgetrapt met het aanstekelijke ‘Dystopia’, eveneens de opener van het nieuwe album. De handen gaan meteen op elkaar en de vuisten de lucht in. Er volgt een ontlading van jewelste in het publiek. Het wordt bovendien een keuze uit het repertoire om U tegen te zeggen, want na ‘Burning Times’ gaat men met het briljante ‘Angel’s Holocaust’ en ‘Slave To The Dark’ terug naar de beginperiode van de Amerikaanse band. Stu Block heeft zijn huiswerk goed gemaakt en vooral: hij toont zich een charismatische frontman die moeiteloos contact met het publiek legt en heel wat beweeglijker is dan zijn voorgangers. Bovendien evenaart hij de warme melancholie in Barlow’s stem, terwijl hij de hoge uithalen eveneens ogenschijnlijk moeiteloos uit zijn strot knijpt. Bandleider Jon Schaffer heeft duidelijk een fantastische keuze gemaakt met deze Canadees binnen te halen. Hij staat dan ook heel het optreden tevreden zijn band te over schouwen en gaat geheel op in zijn rol van strakke ritmegitarist en stoere bandleider. Zoals we verwachtten, kregen we vanavond heel wat nieuwe songs te zien, maar liefst zeven, waarvan ‘V’ en ‘Dark City’ vervolgens aan de beurt zijn. Ook songs die we zelden aantroffen in de set, zoals ‘When The Night Falls’ uit het debuut en ‘Damien’ uit ‘Horror Show’, maken van deze show een waar spektakel. Stu bewijst ook van een semi-ballad als ‘End Of Innocence’ een kippenvelmoment te kunnen maken. Het publiek staat er ademloos naar te kijken en geniet met volle teugen. Het is opvallend dat men vooral teruggrijpt naar de beginperiode, want ‘Ten Thousand Strong’ was één van de zeldzame momenten dat men uit de pas achter ons liggende albums puurde. ‘The Glorious Burden’ was enkel vertegenwoordigd door het strakke ‘Declaration Day’. Het wordt omsingeld door een keur aan nieuw werk: ‘Anthem’ en ‘Days Of Rage’ passeren nog de revue alvorens het epische ‘Tragedy And Triumph’ de reguliere set afsluit. Wanneer de band – duidelijk aangedaan door het enthousiasme in de zaal – terugkomt, gaat een wens van velen in vervulling. Het lange, epische ‘Dante’s Inferno’ houdt allen een kwartier lang in de ban. Dit is werkelijk briljant! Met het luchtige ‘Iced Earth’-anthem is het dan nog eenmaal feest vooraleer we kunnen besluiten dat Stu Block live een openbaring was, dit natuurlijk zonder de voortreffelijke kunde van de ritmesectie (bassist Freddie Vidales en drummer Brent Smedley), de fantastische solo’s van Troy Steele en de intense strakheid van Schaffer’s spel te onderschatten. Iced Earth schrijft meteen geschiedenis na deze nieuwe start!
Setlist Iced Earth:
Dystopia (Dystopia)
Burning Times (Something Wicked This Way Comes)
Angel’s Holocaust (Night Of The Stormrider)
Slave To The Dark (The Dark Saga)
V (Dystopia)
Stand Alone (Something Wicked This Way Comes)
When The Night Falls (Iced Earth)
Damien (Horror Show)
Dark City (Dystopia)
Pure Evil (Night Of The Stormrider)
End Of Innocence (Dystopia)
Ten Thousand Strong (Framing Armageddon)
Anthem (Dystopia)
Declaration Day (The Glorious Burden)
Days Of Rage (Dystopia)
Tragedy And Triumph (Dystopia)
Encores:
Dante’s Inferno (Burnt Offerings)
Iced Earth (Iced Earth)
MyGrain verraste ons vorig jaar met een bijzonder energiek naamloos derde album. Ook live presenteren ze hun melodieuze death metal met de inzet van bezetenen. Toetseniste Eve is in haar olijke ‘Cat-on-a-snowboard’ T-shirt een aantrekkelijke verschijning en speelt, net als op het album een vrij dominante rol. Beide gitaristen geven echter flink tegengas en zanger Tommy schreeuwt de boel aan elkaar met ruwe zang met een metalcore tintje. Het half uur speeltijd, waarin o.a. ‘Plastic’ en ‘Trapped In An Hourglass’ passeren is dan ook zo voorbij.
Wij hebben een boon voor alle muzikale activiteiten van Tuomas Saukkonen en Before The Dawn is daarvan de bekendste exponent. In het voorjaar kwam het uitstekende ‘Deathstar Rising’ uit bij Nuclear Blast en de man hoopte hiermee potten te kunnen breken door te toeren. Dat is nu dan toch gelukt. We weten allemaal dat de band werkt met sessiemuzikanten, maar het verdwijnen van Lars Eikind vinden we geen goede zet. Op bas is er adequate jonge vervanging gevonden in Pyry Hanski (erbij gesleept uit Tuomas’ andere projecten Black Sun Aeon en RoutaSielu), maar het is vreemd om de songs met enkel de grunts van Tuomas te horen. Daar ontbreekt een wezenlijk deel. Uit de keuze van de setlist blijkt ook de eigenzinnigheid van onze componist. Enkel ‘Wraith’ wordt gespeeld van het laatste album, terwijl ‘The Ghost’ uitverkoren is met ‘Disappear’ en ‘Repentance’. De singles ‘Deadsong’ en ‘Faithless’ schitteren door afwezigheid. Bovendien is de man alweer bezig met een volgende episode in zijn muzikale universum, getuige het spelen van drie nieuwe songs tijdens dit luttele drie kwartier op het podium. Before The Dawn laat ons een beetje met gemengde gevoelens achter. Er mag dringend terug een heerschap voor cleane zang zijn intrede maken.
Insomnium vereerde ons land al met meerdere bezoeken, o.a. tournees met Ghost Brigade en Dark Tranquillity. Vooral tijdens hun laatste doortocht viel hun bekendheid me op. De tijd was rijp om als hoofdact te toeren, nu onder de vleugels van Century Media, zo kunnen we eindelijk genieten van een volledige show van anderhalf uur. Men gaat de baan op om vooral het pas verschenen album ‘One For Sorrow’ een duwtje in de rug te geven en dat album wordt vanavond bijna helemaal gespeeld (behalve twee songs). Maar het is ook heerlijk wentelen in de doorgedreven weemoed van ‘The Killroy’ en het van het eerste album afkomstige ‘The Elder’. Zanger/bassist Niilo Sevänen weet met zijn minzame persoonlijkheid het publiek mee te trekken in een perfecte herfststemming. Immers, geen Fin kan zonder dat melancholieke tintje en daar is deze band ook heel straf is. De gevoelige solo’s van gitaristen Ville Friman en Ville Vänni missen hun uitwerking niet en hierbij laten we niet na om het perfecte geluid in de zaal te vermelden. Het meeslepende ‘Weighed Down With Sorrow’ is een voorlopig culminatiepunt, maar er wachten ons nog twee lange bissets. Het eerste blokje grijpt terug naar het doorbraakalbum ‘Above The Weeping World’ (met ‘The Gale’ en ‘The Mortal Share’), het tweede voert het enthousiaste publiek nieuw werk. Een betere afsluiter dan het titelnummer ‘One For Sorrow’ had men niet kunnen bedenken voor deze Finse muzikale belevenis van hoge kwaliteit! Insomnium is dan ook de naam headliner waardig!
Setlist Insomnium:
Inertia
Through The Shadows
Only One Who Waits
Where The Last Wave Broke
The Killroy
The Elder
Song Of The Blackest Bird
Down With The Sun
Unsung
The Day It All Came Down
Weighed Down With Sorrow
The Gale
The Mortal Share
Every Hour Wounds
One For Sorrow
Setlist Before The Dawn:
Disappear
Fear Me
Repentance
Wraith
Unbreakable
Vege
Surmaproge
Juntta
Narko
De albums van Gurd vonden wij altijd vrij inconsistent, maar live was dit – tot onze verbazing – een meevaller. Onder aanvoering van bandleider V.O. Pulver (een Zwitserse versie van Peavy Wagner van Rage) bolderen ze het podium op om daar veertig minuten te excelleren in meedogenloze thrash metal met degelijke groove. Het recente ‘Never Fail’ zou immers hun hardste plaat zijn en wanneer die klinkt als wat we vanavond hoorden, geloven wij dat graag. Het enthousiasme van de band werkte aanstekelijk en wie de moeite nam om aandachtig te volgen hield hier zeker geen verkeerd gevoel aan over.
Varg kregen we ooit al eens te zien tijdens een Paganfest, maar de in warpaint gedropte Duitsers blijken er een drukke agenda op na te houden. De agressieve act – met een zanger in maliënkolder – zet er flink de beuk in en zorgt voor een portie strijdvaardige death metal. Het showelement lijkt me vooralsnog een grotere troef om te scoren dan hun muzikale originaliteit, maar ook hier merken we een inzet alsof men voor een uitverkocht huis speelt.
Het album ‘Metamorphosis’ betekende dit jaar een nieuwe start als kwartet voor Mercenary. In die hoedanigheid lieten ze geen verpletterende indruk na tijdens de Power of Metal tour in maart en ook nu stellen we vast dat de vroegere progressieve trekjes van de band opgeborgen zijn en plaats hebben gemaakt voor een meer rechttoe rechtaan thrash metalgeluid; dit alles onder aanvoering van zanger/bassist René Pedersen als enige vocalist. De setlist is een beetje door elkaar gegooid, maar bevat grotendeels dezelfde songs als in maart, vooral recent materiaal dus. Nog steeds is de aandacht bij het publiek bedroevend. Na een fanatieke eerste rij gaapt er een kloof van jewelste en staat men met een afwachtende houding het gebeuren gade te slaan.
De metamorfose in de zaal grijpt pas plaats wanneer alles in gereedheid gebracht wordt voor beide hoofdacts. Wij konden Eluveitie nog nooit betrappen op een zwakke show en ook deze avond doen ze waar ze goed in zijn: een energieke show met een prima keuze uit het steeds groeiende repertoire, waarbij luchtige folkriedels fladderen rond de rauwe death growls van Chrigel. Sinds begin september werkt Eluveitie aan een nieuw album. Chrigel vertelde ons dat ze er zelfs aan verder werken op de tourbus tijdens deze tournee. Een trek die veel betekent voor de zanger, want hij is immers steeds een fan geweest van de Gotenburg sound. Bovendien is deze tour ook een uitstekende gelegenheid om nieuwe fans te overtuigen, want totnogtoe predikten ze vooral voor eigen parochie door deel uit te maken van Paganfest en Heidenfest tours. Het wordt vanavond dan ook een “best of” setlist met na de introtape van ‘Otherworld’ het titelnummer van de laatste cd ‘Everything Remains As It Never Was’ en het opzwepende ‘Nil’. Om de toegankelijkheid ten top te drijven last men al vlug een moment in waarop Anna (het meisje met de draailier) en violiste Meri wat meer in de schijnwerpers treden. Dan hebben we het natuurlijk over de hit ‘Inis Mona’ en ‘Slania’s Song’. Naast de dames hebben folkinstrumentalist Päde Kistler en bassist Kay Brem sinds 2008 ook een vaste stek in de band veroverd. Chrigel weet de massa (nu zijn ze eindelijk wakker!) op zijn hand te krijgen met zijn fluitspel en een integer moment op mandoline. Na het recente ‘Quoth The Raven’ is er natuurlijk ook aandacht voor oudjes als ‘Your Gaulish War’, The Somber Lay’ en ‘Tarvos’, allen van het succesvolle ‘Slania’. Men bouwt de spanning geleidelijk op, zodat zelfs het oude ‘Tegernakô’ (van het eerste album ‘Spirit’) een heerlijke afsluiter vormt. Wij vernamen achteraf dat vele aanwezigen die niet meteen opgezet zijn met folk metal deze band toch een interessante ontdekking vonden. Dan is je missie als band geslaagd, denken wij zo.
Maar de avond is nog niet voorbij, integendeel. We kennen Dark Tranquillity als een band dat zich altijd voor 200% geeft op het podium en ook ditmaal stelden ze ons geenszins teleur. De ongekroonde Zweedse koningen van melodieuze death metal hadden ons enkele verrassingen beloofd en zij hielden hun belofte. Er wordt nu al een poos getoerd na het verschijnen van ‘We Are The Void’, maar het was opvallend hoeveel men – naast drie songs uit dit ‘nieuwe’ album – teruggrijpt naar songs uit ‘Fiction’. Opener ‘Terminus’ ontplooit zich langzaam van dat typische keyboardgeluid van Martin Brandström in solide riffs, het handelsmerk van de heren. Maar later in de set komen ook ‘The Mundane And The Magic’, ‘Blind At Heart’ en ‘Inside The Particle Storm’ voorbij van dat album uit 2007, terwijl het opzwepende ‘Misery’s Crown’ vaste prik blijft tijdens de bisnummers. Zanger Mikael Stanne rent als bezeten over het podium, daarbij de massa opjuttend met zijn mimiek. Hij springt zelfs even tussen het volk om uitgebreid handjes te schudden. Verrassingen uit de oude doos waren er ook: ‘The Sun Fired Blanks’ (uit ‘Projector’) en ‘The Wonders At Your Feet’ uit ‘Haven’ zagen we zelden of nooit live. Een speciale toureditie van ‘We Are The Void’ met lekker veel extras is nu verkrijgbaar. Tussen de nooit eerder verschenen nummers bevindt zich ‘Zero Distance’ en dit kregen we voor het eerst live te zien. Kortom, met een weloverwogen keuze van songs die we nooit eerder live te zien kregen, was dit een fantastisch concert, dat met het prachtige ‘The Fatalist’ nog een mooi slotakkoord kreeg. De afwezigen hadden ongelijk!
Setlist Dark Tranquillity:
Terminus (Where Death Is Most Alive)
In My Absence
The Treason Wall
Lost To Apathy
The Wonders At Your Feet
The Mundane And The Magic
Blind At Heart
The Sun Fired Blanks
Inside The Particle Storm
Zero Distance
Dream Oblivion
Final Resistance
Misery’s Crown
The Fatalist
Setlist Eluveitie:
Otherworld (intro – tape)
Everything Remains As It Never Was
Nil
Inis Mona
Slania’s Song
Quoth The Raven
The Song Of Life
Your Gaulish War
Kingdom Come Undone
The Somber Lay
Tarvos
Tegernakô
Setlist
The Black Widow
Brutal Planet
Eighteen
Under My Wheels
Billion Dollar Babies
No More Mr. Nice Guy
Hey Stoopid
Is It My Body
Halo of Flies
I'll Bite Your Face Off
Muscle of Love
Only Women Bleed
Cold Ethyl
Feed My Frankenstein
Clones
Poison
Wicked Young Man
I Love the Dead
School's Out / Another Brick in the Wall part II
Elected
Nieuws
Judas Priest, Saxon, After All - woensdag 23 mei 2012 - Lotto Arena, AntwerpenMichael Schenker Group, Fury UK - dinsdag 8 mei 2012 - Biebob - VosselaarNazareth, Revenge 88, All I Know - zondag 20 mei 2012 - CC Zomerloos - GistelNachtmystium, Dark Fortress, Verdelet, Wraithcult - zaterdag 28 april 2012 - Biebob, VosselaarPPM FEST - 6-7-8 April 2012 - Lotto Expo - BergenEnslaved + Ghost Brigade - zaterdag 25 februari 2012 - Biebob, VosselaarD:A:D + Black Bone - vrijdag 2 maart 2012 - The Rock Temple, Kerkrade (NL)Alcest, Les Discrets, Soror Dolorosa - woensdag 22 februari 2012 - Rockfort, HobokenCowboys And Aliens / Fields Of Troy / We Eat The Cat - zaterdag 25 februari 2012 - Magdalenazaal, BruggeThin Lizzy + Roof - zondag 5 februari 2012 - Trix, AntwerpenCurved Air - donderdag 2 februari 2012 - Spirit Of 66, VerviersAmorphis / Leprous / The Man-Eating Tree - zaterdag 14 januari 2012 - Biebob, VosselaarGrand Magus / Bullet / Steelwing / Skull Fist / Vanderbuyst - zondag 8 januari 2012 - Biebob, VosselaarAurora Infernalis Festival - zaterdag 29 oktober 2011 - LuxorLive, Arnhem - NLDiablo Blvd - zondag 18 december 2011 - AB, BrusselMachiavel - zondag 11 december 2011 - Spirit Of 66, VerviersOrphaned Land / Arkan / Myrath / Artweg - zondag 20 november 2011 - Biebob, VosselaarTyr / Moonsorrow / Crimfall / Hamfero - donderdag 17 november 2011 - Biebob, VosselaarMonster Magnet / Black Spiders - maandag 29 november 2011 - Trix, AntwerpenThrashfest Classics - zaterdag 26 november 2011 - Schaaf City Theater, Leeuwarden - NLYES - AB, Brussel - zondag 20 november 2011Dimmu Borgir - zaterdag 12 november 2011 - Trix, AntwerpenOpeth / Pain Of Salvation - dinsdag 15 november 2011 - 013, TilburgWithin Temptation/Anneke Van Giersbergen - zondag 13 november 2011 - AB, BrusselAlter Bridge / Black Stone Cherry - zaterdag 5 november 2011 - AB, BrusselVolbeat / Clutch - 14 november 2011 - Lotto Arena, AntwerpenHammerfall / Vicious Rumors / Amaranthe / Death Destruction - 1 november 2011 - Trix, AntwerpenIced Earth / White Wizzard / Fury UK - donderdag 3 november 2011 - Trix, AntwerpenInsomnium / Before The Dawn / MyGrain - 16 november 2011 - Trix - AntwerpenNeckbreakers Ball Tour - 6 november 2011 - Trix - AntwerpenAlice Cooper, The Treatment - 2 november 2011 - AB, BrusselJudas Priest, Saxon, After All - woensdag 23 mei 2012 - Lotto Arena, Antwerpen
In de laatste week voor aanvang van de Epitaph tour van de Britse metallegende werd After All nog toegevoegd om de Lotto Arena op te warmen. Door omstandigheden zagen we de Belgen niet aan het werk maar enkele kennissen die ze wel zagen vonden hun prestatie niet slecht, al kregen ze het publiek niet mee. Een publiek wel naar zijn hand zetten is op het lijf geschreven van Saxon. Keer op keer slaagt de groep erin om er een feest van herkenning van te maken. Het ruim gevulde middenplein ging al uit de bol op de eerste tonen van ‘Heavy Metal Thunder’. Negen nummers lang waarbij de hits als: ‘Strong Arm Of The Law’, ‘Wheels Of Steel’ en ‘Princess Of The Night’ voorbij draafden, werd er massaal gesprongen, gezongen en geschreeuwd. De Priest kon zich geen betere support band voorstellen. Wanneer ‘War Pigs’ (Black Sabbath) door de speakers galmde betrad Judas Priest het podium. The Priest is back riep boegbeeld Rob Halford, na deze gezegende woorden kon het feest beginnen met ‘Rapid Fire’ en ‘Metal Gods’. Het podium werd optimaal benut met een reusachtig videoscherm waarop de hoezen van de albums gemonteerd werden van de songs die ze speelden. De versterkers waren gedecoreerd met grote kettingen. Veel vuur, rook en bommen en tegen het einde aan een lasershow maakten het visuele spektakel kompleet. Niet alleen oogde alles mooi, de nummers werden feilloos gespeeld en Rob verkeerde in grote vorm. De hoge noten werden moeiteloos gehaald. Gitaristen Glenn Tipton en Richie Faulkner (vervanger van K.K. Downing) schudden de ene na de andere solo uit hun mouwen. Tijdens de show vroeg ik me regelmatig af waarom deze band er mee stopt? Tussen de oude krakers werd ook recenter werk geserveerd: ‘Judas Rising’ en ‘Prophecy’ deden niet onder voor de klassiekers. Het ooit verguisde ‘Turbo Lover’ werd ook gretig onthaald en meegezongen. Ja, de Priest kon niets verkeerd doen. Bij de kippenvelmomenten rekenen we graag het uitgesponnen ‘Victim Of Changes’, ‘Breaking The Law’ en ‘Painkiller’. Tussen de songs door kregen we nog leuke anekdotes te horen van de heer Halford. Rob genoot en mocht zich heel de avond uitleven door verkleedpartijen te houden en zijn talloze vesten te showen. In de bissen zaten nog ‘The Hellion’ en ‘Electric Eye’, deze songs fungeerden lang als opener voor hun shows. Met ‘You’ve Got Another Thing Comin’’ en feestnummer ‘Living After Midnight’ werd het feest in stijl afgesloten. Meer dan twee uur en eenentwintig songs later verlieten we meer dan tevreden de Lotto Arena. Vaarwel Priest! Of zien we jullie toch nog eens terug? In de muziekwereld zijn er (gelukkig) geen zekerheden…Walter Maes
Michael Schenker Group, Fury UK - dinsdag 8 mei 2012 - Biebob - Vosselaar
Veel volk deze avond in Biebob voor gitaarlegende Michael Schenker die op tournee is met een gelegenheidsformatie. Bij aankomst waren we verrast dat het Britse Fury UK het publiek al aan het opwarmen was. Het drietal was vooraf niet aangekondigd. Enkele weken geleden zagen we de band al aan het werk tijdens het PPM Fest in Mons waar ze niet echt tot hun recht kwamen. Op een klein podium gedijt de band veel beter. Fury UK speelt traditionele heavy metal, hun invloeden hebben ze duidelijk uit de jaren tachtig gehaald. De band speelt strak en heeft enkele sterke songs in aanbieding maar overstijgt de middenmoot niet. Iets voor half tien zagen we Michael Schenker onder begeleiding van security tussen het publiek lopen om vervolgens het podium op te klauteren. Na een lange intro kwamen de andere muzikanten van achter de coulissen tevoorschijn. Tijdens deze avond hing er een vleugje magie in de lucht, met ex-leden van Scorpions: Schenker, Herman Rarebell en Francis Buchholz stond er een brokje muziekgeschiedenis op het podium. Dit drietal werd vervolledigd met zanger Doogie White (ex-Rainbow en Malmsteen) en gitarist Wayne Findlay (MSG). Na de mooie opener ‘Into The Arena’ volgde meteen ‘Armed And Ready’, deze Schenker song kon het publiek al best smaken. Hierna werd het oude ‘Lovedrive’ van Scorpions gespeeld, raar om het door Doogie te horen zingen maar best wel goed gedaan. ‘Another Piece Of Meat’ van datzelfde album werd met veel overgave vertolkt. Leuk om zien dat Buchholz en Rarebell genoten om deze songs te spelen. Bij de drummer was het rock imago volledig verdwenen, getooid in rood T-shirt en witte pet leek het erop of Herman had net voordien nog een klusje in de tuin geklaard. Een beetje gas werd er teruggenomen met ‘Cry For The Nations’. Na ’Let Sleeping Dogs Lie’ werd het alom bekende gitaarnummer ‘Coast To Coast’ van stal gehaald. De heer Schenker die goed geluimd oogde kreeg pretlichtjes in de ogen bij deze song. Bij de introductie van de eerste U.F.O. song ‘Lights Out’ zong het publiek massaal mee. ‘On And On’ van MSG werd zeer mooi neergezet en zorgde voor een kippenvel moment. Het feest werd helemaal compleet met nog drie U.F.O. krakers: ‘Let It Roll’, ‘Shoot Shoot’ en party song ‘Rock Bottom’. Daartussen ging het dak er nog af met ‘Rock You Like A Hurricane’ waarbij drummer Herman een deel van het refrein voor zijn rekening nam. Bij de bissen werden we nog getrakteerd op: ‘Holiday’, het stevige ‘Blackout’ en tenslotte ‘Doctor Doctor’ dat een volwaardige afsluiter bleek. Dit avondje verzorgd door topmuzikanten die er erg veel zin in hadden zal nog lang bijblijven.Walter Maes
Nazareth, Revenge 88, All I Know - zondag 20 mei 2012 - CC Zomerloos - Gistel
Voor het eerst trokken we naar Gistel (nabij Oostende) om een optreden bij te wonen. Nazareth speelde daar zijn laatste optreden van een uitgebreide Europese tournee. De Kortrijkse band All I Know die we jammerg genoeg misliepen mocht openen. Hierna speelde Revenge 88. De band uit de buurt speelde een thuismatch, dit was duidelijk aan de publieksreacties te merken. De groep kweet zich niet onaardig van zijn taak en speelde leuke covers van o.a. David Bowie en Billy Idol. Aangevuld met eigen songmateriaal was dit beslist een leuke band om te aanschouwen. Om 22:00 uur was het tijd voor het grote werk en betraden hard rockveteranen Nazareth de bühne. Na een typisch Schotse instrumentale intro werd aangevat met het uit vierenzeventig stammende ’Silver Dollar Forger’. Ondanks de lange tournee oogde de band fris en hadden ze er duidelijk zin in. ‘Telegram’ is een aanstekelijk nummer waarbij zanger Dan McCafferty laat horen dat zijn hese stem nog venijnig kan schuren. Een beetje later in de set zat het mooie dromerige ‘Dream On’ dat nog steeds even mooi klonk als dertig jaar geleden. Het was opvallend dat de nummers die overwegend dertig jaar of ouder zijn nog steeds heel geconcentreerd worden neergezet. Oudgediende bassist Pete Agnew die bepaalde songs al duizend keer gespeeld moet hebben was nauwgezet met zijn instrument bezig. Hij vormde een perfecte tandem met drummer, tevens zoon Lee Agnew. Gitarist Jimmy Murrison speelde sober maar efficiënt. Opnieuw uit de oude doos klonken ‘Turn On Your Receiver’ en ‘My White Bicycle’ nog lang niet gedateerd. Het enige nieuwe nummer uit de recent verschenen cd ‘Big Dogz’ was ‘Radio’. Een song die mooi aansluit bij het oudere repertoire. Net voor de bissen werden nog drie nummers vertolkt uit hun succesalbum ‘Hair Of The Dog’ uit 1975. De fijne humor die Dan opviste tussen de nummers door, deed ons vermoeden dat de songs uit dit album tot zijn favorieten behoren. We werden getrakteerd op: ‘Whisky Drinkin’ Woman’, ‘Changing Times’ en de meezingbare titeltrack. Na een uurtje trok de band zich even terug en kwamen ze nog opzetten met ‘Night Woman’ en ‘Razamanaz’, beiden uit ’73. Uiteraard werd er vakkundig afgesloten met de Everly Brothers song ‘Love Hurts’. De song waarmee Nazareth zich onsterfelijk maakte. Jammer dat er geen songs uit hun vorige albums gepuurd werden, ik denk maar aan ‘When Lights Go Down’ dat tot de betere songs gerekend mag worden. Enfin, het was een memorabel optreden waarbij een tweehonderd vijftigtal personen zich mee konden identificeren. Meer moet dat niet zijn.Walter Maes
Nachtmystium, Dark Fortress, Verdelet, Wraithcult - zaterdag 28 april 2012 - Biebob, Vosselaar
Het is haast onbegrijpelijk als je ziet welke evolutie er tegenwoordig aan de gang is: bepaalde matige bands trekken volle zalen, terwijl kwaliteitsbands meer dan eens moeten knokken om er te komen. In een tijd waarin bands het louter nog van liveshows moeten hebben (gezien de cd-verkoop zo drastisch gezakt is), is dat een droeve gang van zaken en wij mochten er getuige van zijn op deze zaterdagavond. Nachtmystium en Dark Fortress zijn beide topacts, maar er was pijnlijk weinig volk komen opdagen. Nu, aan de openingsacts was er weinig gemist.Het Duitse Wraithcult bracht matige midtempo black waarin af en toe een aardig vleugje Celtic Frost te horen was, maar dat nooit écht wist te boeien. We hadden dan ook al snel het vermoeden dat zij de rol van opener nooit zullen ontgroeien.
Toch had men beter Verdelet als eerste band geplaatst, want deze Engelsen bleken echt belabberd te zijn. Alle black metal outfitclichés werden bovengehaald, maar een dikke laag corpsepaint en een paar kilo’s spikes zijn echt niet voldoende om te verbergen dat je muzikaal niks in huis hebt. De respons was dan ook nihil en we waren blij toen de band het podium af ging.
Nu kon men eindelijk een beetje serieus aanvatten. Dark Fortress heeft namelijk al een degelijke reputatie opgebouwd met hun sterke melodieuze black en de band staat ook live haar mannetje. Toch was deze set niet zo overdonderend als op Metal Méan vorige zomer en kwam men niet zo vlot uit de startblokken. ‘Osiris’ opende wat twijfelend, doch gelukkig werd dat al snel rechtgezet en verbeterde ook de sound. ‘Baphomet’ blijft toch steeds één van de hoogtepunten uit hun setlist, al snapten we niet waarom die pipo met zijn domme masker plots kwam meebrullen. Was het een schandknaapje van de Verdelet-boys misschien?
Nog een geluk dat Nachtmystium headliner was en alle voorvallen eerder die avond moeiteloos deed vergeten. Ze bleken echt een band die zich voor de volle pond geeft, of er nu vijf of vijfduizend mensen op staan te kijken. Van meet af aan bleek het een set te zijn die schroeiend intens was en waarin zowel de bandleden als de toeschouwers in een trance leken te komen. Dat trancegevoel is niet zo verwonderlijk als je weet dat Nachtmystium’s muziek wel eens ‘blackedelica’ wordt genoemd vanwege de succesvolle copulatie van snedige black met trippende psychedelica die ze sinds enige jaren brengen. Hun oude werk was nog meer recht door zee, maar nadat zij op ‘Instinct: Decay’ al enge wazige stukjes introduceerden, leken sommige passages op ‘Assassins’ en ‘Addicts’ zo weggelopen uit Pink Floyd’s ‘Ummagumma’ of ‘Piper At The Gates Of Dawn’. Frontman Blake Judd steekt zijn voorliefde voor drugs niet onder stoelen of banken en leek voor de show nog vrij wazig van de dag voordien, maar eenmaal op het podium gingen hij en zijn companen er zo hard tegenaan dat we dachten dat het podium er vroeg of laat aan moest! Ze speelden zo furieus en schroeiend dat het haast angstaanjagend was, maar ondanks hun drang naar chaos stond de sound wel als een huis. Vanaf opener ‘A Seed For Suffering’ zat het direct allemaal goed en zaten we in een dolgeslagen rollercoaster waarin geen plaats was voor gelul tussen de songs (en dat voor een Amerikaanse band!). Hier konden zelfs de Ramones nog een punt aan zuigen. Songs als ‘Your True Enemy’ waren zeldzame adrenalinebommen die iedereen moeiteloos over het rood joegen, terwijl een nummer als ‘No Funeral’ met zijn seventiestoetsen voor een pittig contrast zorgde. Tijdens ‘High On Hate’ en het door iedereen meegebrulde ‘Addicts’ liepen de gemoederen helaas even zo hoog op dat er in de slampit een vechtpartij ontstond, waarna de band plots de instrumenten neergooide en het podium afging. Gelukkig waren de heethoofden vooraan weer een beetje bekoeld en kwam de band terug voor een allerlaatste toegift, waarbij het rockende, doch melancholische ‘Ghosts Of Grace’ en het ophitsende, meezuigende ‘Assassins’ in ons gezicht werd geslingerd. Wat ons betreft had de band gerust nog eens zo lang mogen spelen, maar we konden het hen niet kwalijk nemen nadat ze zich zo hadden gegeven en opgebrand. Nadien spraken we Blake nog, waarbij hij het gevecht vooraan bleek te betreuren, maar niet zonder er met een sardonische grijns aan toe te voegen : ‘At least it feels good that our band can induce some proper violence.’ Wij hopen hen alleszins snel terug te zien, want dit smaakte naar véél meer. We hopen echter wel dat er dan véél meer volk komt opdagen , want Nachtmysium verdient het...
PPM FEST - 6-7-8 April 2012 - Lotto Expo - Bergen
Sinds enkele jaren zijn we in België – meer bepaald in Bergen – een festival rijker. PPM Fest focust zich nu eens niet op de gangbare trends, maar heeft vooral aandacht voor (progressieve) power metal, een genre dat in België en Nederland (in tegenstelling tot Duitsland) nogal vaak over het hoofd gezien wordt en ook wel eens op hoongelach wordt onthaald. De eerste editie in 2010 had Scorpions als hoofdact, nog voor zij hun afscheidstournee aankondigden. De tweede editie, in april 2011, bracht HammerFall en Europe als hoofdacts. Deze trend zette zich dit jaar door met misschien minder ‘grote’ namen, maar wel meer bands, wat resulteert dat er zelfs een derde dag aan toegevoegd wordt. De Expo in Bergen is groot, héél groot! Misschien wel een beetje te groot voor het aantal bezoekers dat dit weekend het evenement bezoekt. De hoge hal voldoet overigens niet meteen aan de akoestische eisen om van een perfect geluid te spreken. Echo, iemand? Al ligt dat misschien aan het feit dat de zaal niet eens voor de helft gevuld is met ruim geschat tweeduizend bezoekers per dag. (De organisatie zelf zegt elfduizend bezoekers over de vloer te hebben gehad over de drie dagen, maar geeft tegelijkertijd aan niet uit de kosten te zijn geraakt. Een kans op een volgende editie is dusdanig klein, aldus de promotor.) Ondanks de knappe opbouw van de twee tegenover elkaar opgestelde podia, valt er spijtig genoeg ook nooit een échte festivalsfeer te bespeuren. Het is ook bitter koud in de zaal, waardoor het niet echt warm loopt aan de centraal opgestelde megagrote toog. Uiteraard zijn de ruime (gratis) parking en de verder fraaie infrastructuur (ondermeer mooie toiletten en pipi doen kostte geen geld) pluspunten die eveneens vermeldenswaardig zijn. Rock Tribune-journalist Geert Rijssen vat het misschien wel het beste samen: ‘Prog Power Festival is een evenement waar alles rond de muziek draait, met verder niet te veel poespas. Alleen wie écht voor de bands en de muziek komt, treffen we hier aan. De festivalganger die hier enkel voor de sfeer komt, is er aan voor de moeite.’ Hoe dan ook gaat het bij Rock Tribune om de bands zelf en met Rik Bauters, Arno Callens, Vera Mathijssens, Geert Rijssen en Walter Maes hadden we maar liefst vijf reporters ter plaatse om verslag uit te brengen. Rik zorgde ook voor de plaatjes.Vrijdag 6 april 2012
TrollfesT
Op plaat kan het rariteitenkabinet van TrollfesT ons maar matig boeien, maar live moeten we hen nageven dat ze de sfeer erin krijgen. Met een hilarische show, een eigen brabbeltaaltje, een fikse portie onderbroekenlol en huppelende deuntjes merken we al spoedig enige beweging in het publiek. Deze Noren vormen dan ook een geknipte opwarming voor Korpiklaani, die later op de avond op hetzelfde podium aantreden. De toevoeging van flink wat blazers maakt dat de band een eigen sound heeft en songs als ‘Die Verdammte Hungersnot’, ‘Karve’ en ‘Korstog’ worden behoorlijk enthousiast onthaald.
Septicflesh
Wanneer we ons vervolgens naar de andere kant van de zaal begeven, worden we van op de Omega Stage ondergedompeld in een totaal andere wereld: het Septicflesh-universum is mystiek, donker, dreigend en fascinerend. Muzikaal ervaren we het hoogtepunt van de dag, al zijn de Grieken de spreekwoordelijke vreemde eend in de bijt op dit festival. Toch verzamelt een aanzienlijk aantal mensen zich voor het podium om de beklijvende verrichtingen van Spiros Antoniou & Co aandachtig gade te slaan. Er valt ook heel wat te genieten. ‘The Vampire From Nazareth’ zet meteen zijn tanden in de onschuldige aanwezigen met beenharde riffs, vernuftige tempo’s en zwartgeblakerde zang die enkel soms onderbroken wordt door een laag gesproken oneliner. Met het titelnummer van vorig album ‘Communion’ en ‘A Great Mass Of Death’ bouwt het vijftal zijn imperium verder uit. Het naar Septicflesh-begrippen vrij catchy ‘Virtues Of The Beast’ dendert overweldigend uit de boxen, gevolgd door ‘Pyramid God’. De band, vrij statisch bezig voor de imposante backdrop, krijgt de handen op elkaar wanneer Spiros ‘Oceans Of Grey’ aankondigt met een kwinkslag: ‘This is a difficult song, I need your support’. De armen gaan de lucht in en zichtbaar opgetogen kiest de band daarop weer voor een atmosferisch moment. Met de rug naar het publiek wordt ‘Persepolis’ ingezet, waarin de weelderige orkestratie van toetsenist Christos Antoniou dramatische vormen aanneemt. Aangespoord door de voorman gaan de handen op elkaar en ontstaat er warempel een summiere wall of death. Akoestische gitaren en oosterse melodieën vormen de kern van ‘Anubis’, waarna de band nog eenmaal alles geeft in een oorverdovende, maar groteske versie van ‘Five Pointed Star’. Wij hopen dat er toch een paar nieuwe zieltjes gewonnen zijn voor de sympathieke Grieken.
Korpiklaani
Over Korpiklaani konden we destijds boeken schrijven, maar tegenwoordig hebben we een beetje een gevoel dat alles al gezegd is wanneer we een stukje schrijven over de populaire Finnen. Een opmerking van een collega, voor wie het een hele poos geleden was dat hij de band aan het werk zag, spreekt wat dat betreft boekdelen: ‘Het lijkt alsof ik nog steeds naar dezelfde show kijk.’ Natuurlijk is dit een mes dat aan twee kanten snijdt. Korpiklaani doet waar ze goed in zijn: een uitgelaten massa, gewapend met drinkhoorns, een fijne avond bezorgen. Zelf doen ze daar nog dapper aan mee, getuige de fles wodka die de ronde deed na het concert. Op het podium en tijdens de show is Korpiklaani echter een professionele, hardwerkende band die nooit een steekje laat vallen en ook vanavond met veel energie het beste van zichzelf geeft. Het is dan ook nog maar het begin van een nieuwe toercyclus voor hen. ‘Hunting Song’, ‘Journey Man’ en ‘Cottages And Saunas’ bijten de spits af en daar zijn we blij mee, want dat zijn sterke nummers. Het is de eerste keer dat we nieuwe violist Tuomas Rounakari aan het werk zien en hij krijgt een solomoment tijdens het weemoedige ‘Metsalle’. Na dit melancholische intermezzo kunnen we terug huppelen op ‘Vaarinpolkka’. Vervolgens pakt de olijke band uit met zijn volledig arsenaal geestrijke dranken. Ja hoor, vrijwel zonder pauze raast men doorheen ‘Vodka’, het oudere ‘Wooden Pints’, ‘Happy Little Boozer’, ‘Tequila’ (met drumsolo, inclusief enige Zuid-Amerikaanse percussie) en ‘Beer Beer’. Wat betreft dit laatste: onze nationale drank vloeide rijkelijk. Het spetterende feest wordt besloten met een moment van bezinning. Dit jaar viert Korpiklaani het tienjarige bestaan en daarom krijgen we een mooie uitvoering van het weemoedige ‘Pellonpekko’ uit het eerste album. Waar is alweer die tijd?
Rhapsody Of Fire
De Italiaanse band had de dankbare taak om de eerste dag van PPM af te sluiten. Ze kregen voor hun podium een tweeduizendtal metalfans die net daarvoor vakkundig werden warmgedraaid door Korpiklaani. Wanneer de tonen van ‘Act II: Dark Mystic Vision’ weergalmden en de muzikanten positie kozen, was mijn verbazing groot toen ik gitarist/componist Luca Turilli niet zag. Was hij ziek? Is hij uit de band gestapt? Die avond zouden die vragen onopgelost blijven. Ene Roberto Di Micheli stond op zijn plaats te soleren. De Italiaan speelde de partijen vakkundig in, maar Luca is toch van een ander kaliber, zeker wat uitstraling betreft. In het begin betrapte ik de band op enkele kleine foutjes, zo viel Fabio Lione te snel in tijdens ‘From Chaos To Eternity’. Voor de rest legde de charismatische zanger een bijna foutloos parcours af. De eerste keer ging het dak eraf met het oude en opzwepende ‘Unholy Warcry’. De show bevatte een bloemlezing van oude en nieuwe songs, zo als het op een festival betaamt. Uiteraard waren het de oudjes die het publiek konden bekoren. ‘Land Of Immortals’ uit hun debuut, de met veel overgave gespeelde power track ‘Dawn Of Victory’ en meezinger ‘Holy Thunderforce’ konden op veel bijval rekenen. De prachtige lichtshow en de aanstekelijkheid die Fabio en toetsenist Alex Staropoli tentoon spreidden, zorgden voor een onvergetelijke show. Achteraan in de set werd nog ‘Reign Of Terror’ ontketent, dit is beslist de hardste Rhapsody Of Fire-song, alsook de meest intensieve om live te vertolken. ‘Emerald Sword’ werd gehouden tot op het laatst en toverde nog een laatste maal een glimlach op de gezichten van de aanwezigen.
Zaterdag 7 april 2012
No Fatality
Op zaterdag wordt de aftrap gegeven door No Fatality, een lokale groep waarvan we jammer genoeg slechts het laatste nummer nog kunnen meepikken. Wat we horen, klinkt echter verdienstelijk.
Azylya
De band uit Rijsel kon op dit vroege uur het publiek niet warm krijgen. De schaars geklede zangeres kon daar geen verandering in brengen. Je kan er dan wel appetijtelijk bijlopen, maar als je niet kan zingen, dan stopt de pret. De riffgeoriënteerde metal kon er nog door, maar de songs waren allemaal inwisselbaar. Next.
NightQueen
‘For Queen And Metal’ is het onlangs verschenen debuut van de Limburgse band. Twee grote backdrops flankeerden het podium met de afbeelding van hun cd-cover en onder een smaakvolle lichtshow bracht de band het er behoorlijk vanaf. De traditionele melodieuze metal werd goed verpakt en de zangeres legde een degelijk parcours af. ‘Into The Night’, het mooie ‘Lady Fantasy’ en het pakkende ‘For Queen And Metal’ werden overtuigend neergezet. De cover ‘Diamonds And Rust’ werd goed door het publiek ontvangen. Op het laatst werd ‘Secret Of The Blind Man’ door zangeres Heely geblinddoekt vertolkt; de song werd opgedragen aan de mensen met een visuele handicap. Als de muzikanten met iets meer lef hun songs zouden vertolken, dan wordt dit beslist nog een band om rekening mee te houden.
Fury UK
Pure heavy metal werd hier geserveerd door een Brits trio. Compacte songs met een degelijk refrein en een energieke band die gedurende een kort half uur alles gaven. Niet baanbrekend, wel onderhoudend.
Evidence
Het Italiaanse gezelschap uit Rome oogde sympathiek, maar hun melodieuze metal kon op geen enkel ogenblik overtuigen. Aan de spelvreugde van de Italianen lag het alvast niet. Zij haalden alles uit de kast om de fans te vermaken, de muzikanten waren goed, maar de songs hebben ze niet in huis.
Pathfinder
De Pools/Griekse formatie Pathfinder zorgde voor een eerste hoogtepunt deze dag. Hun fantasy metal werd goed onthaald door de menigte. Pathfinder is een groep die vooral fans van Gamma Ray en Rhapsody Of Fire kan bekoren. Hun energieke set werkte aanstekelijk en de songs die vooral getapt werden uit hun album ‘Beyond The Space – Beyond The Time’ werden uitstekend vertolkt. Blikvanger is de sympathiek ogende zanger Simon Kostro die over een geweldig paar ontwikkelde stembanden beschikt en een groot bereik heeft. De bombastische songs, voorzien van orkestrale arrangementen, pakken goed uit en het publiek geniet ervan. Een sopraan mag op enkele nummers meezingen en vormt een mooi tegenwicht voor Simon. Afsluiter ‘Moonlight Shadow’ van Mike Oldfield doet even de wenkbrauwen fronsen, maar voor de rest hoor je ons niet klagen.
Eden’s Curse
Met ‘Trinity’ leverde het internationale gezelschap vorig jaar een mooie plaat af. In Bergen wordt de nieuwe Italiaanse zanger Marco Sandron voorgesteld; het is trouwens de eerste maal dat hij live optreedt met Eden’s Curse. Marco’s zangstijl ligt in het verlengde van zijn voorganger, van enige trendbreuk is er geen sprake. Eden’s Curse speelt een onderhoudende show, de sprankelende melodieën doen hun werk en worden gretig opgepikt door de aanwezigen. ‘Trinity’ en ‘Saints Of Tomorrow’ zijn aanstekelijke melodieuze tracks die op deze koude dag voor enige warmte zorgen. Na de oudere song ‘Fly Away’ wordt met ‘Time To Breath’ gezorgd voor een primeur. Deze nieuwe catchy song zal pas volgend jaar op een nieuw album verschijnen en wordt op PPM voor het eerst gespeeld. Het donker getinte ‘Black Widow’ en ‘No Holy Man’ sluiten de set in schoonheid af.
Andromeda
Deze Zweedse progrockformatie heeft met ‘Manifest Tyranny’ een nieuwe plaat op zak. Ook al heeft de band zes albums op zijn conto staan, het is de eerste maal dat ze in België spelen. Andromeda speelt het soort progressieve rock voor fijnproevers. Het zijn geen songs om lekker uit de bol te gaan, maar om rustig te beluisteren en te laten doorsijpelen. De mensen die voor het podium staan hebben die boodschap begrepen en ondergaan de sound van de Zweden. De muzikanten kwijten zich prima van hun taak, zijn stuk voor stuk klasbakken, maar op een festival komt de band niet helemaal tot zijn recht. In een kleine zaal zullen ze beslist voor een intieme sfeer kunnen zorgen en zal het genot optimaal zijn.
Hell
Tot voor kort had ik nog nooit van de Engelse band gehoord, maar met mij vele anderen niet. Begin jaren tachtig trad de band gedurende jaren op, maar werden ze genegeerd door de muziekpers. In hun tijd waren ze blijkbaar te extreem, te experimenteel en te baanbrekend. Nu moet ik eerlijkheidshalve bekennen dat toen de band op de bühne kwam en meteen stevig van leer trok, ik de eerste twee songs met open mond heb ondergaan. Holy shit, wat is dit? Toen ik de hal in keek, was ik blijkbaar niet de enige die er zo over dacht. Vele metalfans waren uit hun lood geslagen door de performance van Hell. De muzikanten waren grijs geschminkt en zagen er grauw uit. Op het podium stonden backdrops met glasraammotieven en een houten kist diende als preekstoel. Op cd klinkt ‘Human Remains’ al redelijk geflipt, live deed de band er nog een schep bovenop. Nooit een frontman gezien als David Bower; de man met doornkrans op het hoofd is een geboren entertainer/acteur. Zijn bijzondere stem met hoog timbre, zijn pasjes, zijn expressie en zijn aanwezigheid tartten gewoonweg alle verbeelding. Niet alleen hij, maar ook gitaristen Andy Sneap en Kev Bower, bassist Tony Speakman (een Dio look-alike) en drummer Tim Bowler waren op zijn minst opmerkelijke verschijningen. De gitaristen speelden strak en dynamisch en zaten vol ingestudeerde pasjes, maar niet de traditionele, net iets anders als bij andere bands. De nummers van ‘Human Remains’ passeerden de revue en allen werden met veel overtuiging neergezet. Het album scoorde al hoog in tal van eindejaarslijstjes. Dit concert staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Ik zou de band zo snel mogelijk terug aan het werk willen zien zodat ik nog eens kan genieten, maar dan met mijn mond dicht.
Finntroll
Na de overweldigende show van Hell is het voor Finntroll geen gemakkelijke taak om de aandacht vast te houden. Weliswaar worden de drinkhoorns en zwaarden op de eerste rijen weer boven gehaald, maar de Finse trollen kunnen we vandaag toch de vreemde eend in de bijt noemen. Hun allerminst toegankelijke black/pagan metal, met een zoals steeds energieke show van krijsbeest/zanger Vreth, heeft bovendien te kampen met een sterk vervormd geluid. Kortom, ik heb de veteranen van de polka metal al in betere omstandigheden aan het werk gezien. Nochtans halen de Scandinavische barden alles uit de kast om een degelijke show neer te poten. Klassiekers als ‘Nattfödd’, het nieuwere en ontzettend epische ‘Solsagan’, het antieke ‘Midnattens Windunder’ en het uitzinnige ‘Trollhammaren’ doen het immers altijd wel goed. We kunnen alleen hopen dat ze toch enige interesse opgewekt hebben voor het genre bij een publiek dat voornamelijk uit de bol gaat op een portie klassieke power metal. Hier speelden ze namelijk geen thuiswedstrijd zoals op menig Paganfest.
Evergrey
Evergrey is in grote doen vandaag. In het begin van de set moet het geluid nog wat bijgeregeld worden, maar wanneer de sympathieke Zweden aftrappen met ‘Leave It Behind Us’ en er meteen het betwiste, maar o zo aanstekelijke ‘Monday Morning Apocalypse’ tegenaan smijten, weten we toch dat dit een uur topkwaliteit uit Gotenburg gaat worden. Zanger Tom S. Englund praat de songs aan elkaar op zijn typische, minzame wijze en schittert vocaal in voortreffelijke uitvoeringen van het schuldbewuste ‘Wrong’ en het stevige ‘Blinded’. Daarbij zet de vernieuwde band – nu met Johann Niemann (ex-Therion, ex-Tiamat) op bas, Marcus Jidell op gitaar en Hannes van Dahl achter de drums – een goed geoliede show neer. Ze verrassen ons met twee songs uit ‘In Search Of Truth’. Tijdens ‘Rulers Of The Mind’ en ‘The Masterplan’ gaan de vuisten dan ook de lucht in. Een echt kippenvelmoment is de ballad ‘I’m Sorry’. Het publiek hangt als het ware aan de lippen van Englund. Klasse! Het nieuwe album ‘Glorious Collision’ is nog vertegenwoordigd door het stevige ‘Frozen’, een toepasselijke titel voor dit weekend waarin de zon het liet afweten. Fans die de band al wat langer kennen genieten van het knap uitgevoerde ‘Recreation Day’. Daarna mogen we kiezen welk het volgende nummer is. De keuze valt op ‘Broken Wings’ uit ‘Torn’. Wanneer Englund nog eenmaal zijn smartelijke zelve is in het gevoelige ‘A Touch Of Blessing’, vinden we dat dit concert veel te vlug voorbij is. Maar het was genieten geblazen tijdens dit uurtje Evergrey.
Sonata Arctica
De mannen van Sonata Arctica hadden ons beloofd om tijdens dit bezoek aan België al heel wat nieuw materiaal van het pas half mei te verschijnen album ‘Stones Grow Her Name’ te spelen. En ze hielden woord, want de show wordt geopend met ‘Only The Broken Hearts (Make You Beautiful)’, een meezinger waar weinig mis mee kan gaan en die meteen de toon zet voor het onderhoudende concert. Zanger Tony Kakko wandelt rustig van de ene uithoek van het podium naar de andere en weet de aandacht te behouden tijdens het vlotte ‘Black Sheep’ en een volgend nieuw nummer, ‘Losing My Insanity’. Maar er zijn ook oudjes in de set, zoals het relaxte ‘Broken’. Een eerste sensitief moment volgt tijdens de piano plus zangintro van ‘The Last Amazing Grays’. Mooi gebracht. Met veel omhaal wordt de nieuwe single ‘I Have The Right’ aangekondigd. Er is een videoclip voor gemaakt, het is de eerste maal dat de band het live speelt en het nodigt uit tot meezingen. Een hoogtepunt in de set is het weemoedig startende ‘Replica’, dat door velen wordt meegezongen en ons doet watertanden tijdens een knap duel tussen gitarist Elias Viljanen en toetsenist Henkka Klingenberg (veelvuldig in beweging met keytar rond de hals). Er zitten opvallend veel rustige momenten in de set. Niet dat het publiek daarom minder meeleeft echter, want tijdens de piano-intro van ‘Full Moon’ scandeert men moedig. Een echte ballad ontbreekt evenmin. Tijdens ‘Breathing’ ontstaat een melig meewuiven van het publiek, dat me net iets te ver gaat. Gelukkig kiest de band voor de laatste songs wat energiekere songs. Het oudere, van ‘Unia’ afkomstige ‘Paid In Full’ en ‘Don’t Say A Word’ zijn dan ook geknipt om de show af te sluiten. Tony geeft ons een laatste ‘proost’ met een fles wodka in de hand en daarna blikken we terug op een prima show waar we van genoten hebben, maar waar ik toch wat meer heftigheid in verwacht had.
Accept
In de jaren tachtig was Accept een grote band en moesten ze wat populariteit betreft in Duitsland enkel Scorpions voor zich duldden. Na wat grijze jaren en het verdwijnen van boegbeeld Udo staat de band er weer helemaal terug, en hoe. Mark Tornillo mistte zijn debuut niet op ‘Blood Of The Nations’ en nu schittert hij opnieuw op de kersverse release ‘Stalingrad’. Wanneer de band het podium opdraaft, is het meteen serieus en denderen de nieuwe songs ‘Hellfire’ en ‘Stalingrad’ uit de speakers. De band is energiek, dynamisch en zet een denderende show en dito geluid neer. Op de achtergrond worden ze geflankeerd door een batterij versterkers en een reusachtige vlag met daarop de nieuwe albumcover. Wanneer ‘Restless And Wild’ wordt ingezet, verschijnt er achter de drummer een reusachtige leeuwenkop, diegene die prijkt op hun eerste albums. Er volgen nog klassiekers: ‘Living For Tonite’, ‘Breaker’ en meebruller ‘Son Of A Bitch’. De songs worden allesbehalve routineus afgehaspeld. Accept zijn terug een stel jonge wolven, euh leeuwen op het podium, heerlijk om zien. Na een donderversie van ‘Monsterman’ wordt er teruggegrepen naar nieuwer materiaal. Na de obligate gitaarsolo worden we getrakteerd op ‘Bulletproof’, ‘Neon Nights’, het recente ‘Losers And Winners’ en het alles vermorzelende ‘Aiming High’. Ja ondergetekende geniet met volle teugen. Enkel met de klassieker ‘Princess Of The Dawn’ heb ik het moeilijk; deze song wordt routineus gebracht en hierop wordt Udo wel echt gemist. Voor de bisnummers wordt ‘Fast As A Shark’ nog losgelaten op de enthousiaste menigte. Hierna wordt de finale gespeeld met ‘Metal Heart’, ja ja, ‘Teutonic Terror’ en natuurlijk ‘Balls To The Wall’. Accept staat terug garant voor een feestje. Hopelijk blijft dit leidje nog lang duren.
Zondag, 8 april 2012
Nereids
Vandaag zijn we vroeg uit de veren. De eerste band is Nereids uit Marseille, inclusief zangeres. Hun gothic metal mist kracht en présence. Halverwege de set gaan we elders op verkenning.
Stonegoats
Dan is het Belgische Stone Goats al een stap in de goede richting. Hun stomende rock combineert de rock-n’-roll attitude van Motörhead, de zompige southern rock van bands als Black Label Society of Down en een snuifje occulte doom uit de eerste dagen van Black Sabbath. Zo indrukwekkend als hun helden zijn ze nog lang niet, maar er werd met groot enthousiasme gemusiceerd en wat we hoorden was zeker niet verkeerd.
Beyond The Labyrinth
Bandleider en oprichter Geert Fieuw heeft zijn strijd om faam en erkenning nooit willen opgeven! Dat siert de man en ook komt hij gemaakte beloftes waar! Zo start hij de set vandaag opnieuw met zonnebril op de neus en een lang gedrapeerde sjaal rond de hals. Hun laatste plaat ‘Chapter III – Stories’ kreeg goede recencies in de metalmagazines en bevatte ook enkele nieuwe wendingen, zoals het grootse ‘The Darkest Page’. Maar zanger Jo De Boeck hield het kort na de release voor bekeken en Geert kon terug zijn zoektocht naar een geschikte vervanger starten. Na een poos vervoegde PG Haggerty de gelederen en kon Beyond The Labyrinth opnieuw hun muziek ten gehore brengen. Live kennen de nummers een licht gewijzigde arrangement en PG is uiteraard een andere zanger dan Jo. PG beschikt over een warmer en voller stemgeluid. ‘Tomorrow Is Gone’ van het debuut wordt vlotjes gevolgd door het uptempo ‘The Peter Principle’. Opmerkelijk is het feit dat de bas van Gerry Verstreken zeer goed hoorbaar is, wat het nummer nog meer schwung bezorgt en het ook opzwepender maakt. Wanneer ‘In Flanders Fields’ wordt ingezet, begeef ik mij in de zaal (de fotonummers zijn immers voorbij) en dit komt het luistergenot ten goede. Een paar meter voor het podium klinkt alles toch een pak beter dan in de fotopit. Tijdens het licht naar Iron Maiden (Powerslave-periode) refererende ‘Fear’s The Killer’ kaapt drummer Michel Lodder de hoofdprijs weg. Natuurlijk kunnen we met volle teugen genieten van Geert’s eigen poses en bekkegetrek tijdens zijn solospots, waarin hij bewijst vooral een emotievolle gitarist te zijn! De korte set wordt afgesloten met het gevoelige lijflied ‘Beyond The Labyrinth’. De mannen van Beyond The Labyrinth mogen trots zijn op hun prestatie en hebben ongetwijfeld nieuwe metalen harten veroverd!
Lonewolf
Lonewolf heeft na jarenlang aanmodderen in de marge onlangs een contract getekend bij Napalm Records. Het zopas verschenen ‘Army Of The Damned’ sloeg niet meteen in als een bom en ontvangt verdeelde reacties. Grootste struikelblok bleek de zang. Toch eens kijken wat de ervaren muzikanten onder leiding van doordouwer Jens Börner ervan terecht brengen. Dat was een meevaller. Live maakt de band een veel betere indruk dan op plaat. We bleven dan ook geamuseerd kijken en lieten ons de spontane energie welgevallen die van op het podium de zaal in gulpte. Op een clicheetje meer of minder werd daarbij niet gekeken, maar songs als ‘Viktoria’, ‘Made In Hell’ en de nieuwe songs ‘Lonewolf’, ‘Army Of The Damned’ en ‘Hellbent For Metal’ gingen er in als zoete koek. Het publiek ontving hen eveneens enthousiast.
Manigance
In Vlaanderen zou het Franse Manigance wellicht op minder bijval kunnen rekenen dan in Wallonië, aangezien ze hun progressief getinte power metal brengen in de moedertaal. Meezingen zat er voor nieuwkomers dan ook niet in, maar voor kenners van de band was het genieten van een set waarin alle vier platen waren vertegenwoordigd. De aftrap – na obligatoire intro ‘Aura’ – was voor de stevige leadmelodie van ‘Larme De L’Univers’ en de melodieuze charmes van ‘Délivrance’, beide van op het laatste album ‘Récidive’. Zanger Didier Delsaux was in topvorm en wij vonden hem zelfs beter klinken live dan op cd. Met krakers als ‘Héritier’, ‘En Mon Nom’ en ‘Récidiviste’ laste Manigance niet een rustpuntje in en het resultaat was een knappe opwarmer voor een drukke dag.
Power Quest
Op plaat valt het Britse Power Quest nog het best te omschrijven als ‘fluffy’. Pas op het meest recente album ‘Blood Alliance’ werd er stevig van leer getrokken en dat heeft zich blijkbaar vertaald naar de livesetting. Het power metalvijftal scheurde er op los met de furieuze opener ‘Battle Stations’ en de eerste meezinger ‘Rising Anew’. Van op ‘Blood Alliance’ passeerde verder ook het toepasselijk getitelde ‘Glorious’ de revue, maar Power Quest putte vooral uit hun tweede wapenfeit ‘Neverworld’ met de titeltrack, ‘Temple Of Fire’ en ‘Edge Of Time’. Nieuwe frontman Colin Callanan had de grote schoenen van Alessio Garavello en Chity Somapala te vullen en slaagde daarin met verve. Favorieten ‘Cemetary Gates’ en ‘Power Quest’ vulden de set aan en daarmee was een tweede power metalhoogtepunt van de dag gevestigd.
Stormwarrior
Het bleef vergeefs wachten op de klassieke ‘Ride The Sky’-cover van Helloween, maar verder haalde het Duitse Stormwarrior het beste uit hun korte speeltijd met hun typische snelle variant van Teutoonse power metal. Songtitels van deze band uit elkaar houden kan een opgave zijn, maar de melodieën zijn catchy genoeg om het onderscheid te maken tussen ‘Iron Gods’, ‘Iron Prayers’, ‘Heathen Warrior’ en ‘Óðinn’s Warriors’. De mooiste parels kwamen van ‘Heading Northe’, met het avontuurlijke titelnummer en het opzwepende ‘Metal Legacy’ en ‘Fyre & Ice’ deed ons zelf even denken naar Running Wild zelve te staan kijken. Geen Helloween-hommage dus, maar zanger/gitarist Lars Ramcke & Co hoeven live helemaal niet onder te doen voor Weikath en de zijnen.
Mystic Prophecy
Voor Mystic Prophecy hebben wij al jaren een boon. Niet alleen duikt zanger R.D. Liapakis overal op als producer, met zijn eigen band heeft hij tot nog toe zeven albums uitgebracht die wij graag op hoog volume door onze boxen jagen. De laatste, ‘Ravenlord’, is nog maar een half jaartje uit en is wederom een aanrader voor fans van Brainstorm en Nevermore. Nu weet je meteen uit welke richting de wind waait: stevige power metal met een thrashrandje waar men ons altijd voor mag wakker maken. Wakker waren we meteen toen ‘Eyes Of The Devil’ (nochtans eerder een epische track) en ‘Savage Souls’ onze oren teisterden. We zijn dan maar halverwege de zaal gaan staan, waar het geluid meer te genieten was. Zo konden we nog meegeven dat ‘Sacrifice Me’, ‘Endless Fire’ en de superaanstekelijke titelsong van ‘Ravenlord’ best een sterke set met oud en nieuw werk vormden. Liapakis weet bovendien de massa flink op te jutten en gooit zelfs twee T-shirts de zaal in. Een kleine troost voor zij die volhardden in de boosheid, want ‘Die Now’ klonk nu toch wel oorverdovend hard. Dat is spijtig, want de heren zetten een energieke show met veel excellent gitaarwerk neer. Het met logge riffs opgesmukte ‘Wings Of Destiny’ was een welkom episch moment met een beter geluid. Het wilde ‘Evil Empires’ (met semi-grunts!) was echter weer zo’n aanval op de oren dat we vluchtten naar de bar. Dit was toch wel de band waarvan het geluid echt té hard stond en mede daardoor zijn zuiverheid verloor. Spijtig…
Powerwolf
Powerwolf is zonder enige twijfel de winnaar van de dag en voor vele aanwezigen een nieuwe revelatie. Er gebeurt iets op het podium, de songs zijn aanstekelijk en de robuuste frontman Attila Dorn weet op een geraffineerde manier het publiek bij de zaak te betrekken. Heen en weer geslingerd tussen verbazing en bewondering bij het publiek, slaagt Powerwolf er in om de vroegere optocht van bands als Firewind en Sabaton in ons land te evenaren. In Duitsland zijn ze al langer overtuigd van de kwaliteiten van deze weerwolven met de Roemeense (ex-)operazanger. Dit Belgische concert viel dan ook middenin een tournee (met Mystic Prophecy, Stormwarrior en Lonewolf) bij onze oosterburen. Hier is er nog werk aan de winkel, maar de eerste stap is gezet! Ten eerste is er de tot in de puntjes verzorgde aankleding van het podium. Naast een opvallende frontman zijn de gitaarcapriolen en composities van de witbeschilderde Matthew en Charles Greywolf evenmin te versmaden. Met de nodige humor raast de band door zijn repertoire. ‘Sanctified With Dynamite’ opent, in snel tempo gevolgd door ‘Prayer In The Dark’, ‘We Drink Your Blood’ en ‘All We Need Is Blood’. Op die tijd heeft Powerwolf heel de zaal mee en gaan de vuisten de lucht in. Dit is zo over-the-top dat het goed wordt. Attila zwaait met een grote vlag, werkt zich doorheen ‘Dead Boys Don’t Cry’, gooit er wat hoge tenorzang tussen om te bewijzen dat hij dit nog niet verleerd is en laat dan het dak eraf gaan door iedereen te laten meebrullen met ‘Werewolves Of Armenia’. Later wordt de song nog wat gerokken door eerst de mannen en dan weer de vrouwen te laten zingen, maar intussen blijft het feest verder gaan met ‘Raise Your Fist, Evangelist’ en het hilarische ‘Resurrection By Erection’, waarbij een grapje over het mannelijke lid niet uitblijft. ‘Saturday Satan’ krijgt als repliek dat het al zondag is, terwijl toetsenist Falk Maria Schlegel nog eens vanachter zijn keyboards komt om vooraan op het podium het publiek op te jutten. Attila doet op plechtige wijze zijn cape terug aan en zwaait met een wierookvat. Gewichtig spreekt hij: ‘I bless this festival’, prevelt wat in het Latijn en de band zet het lijflied ‘Lupus Dei’ in. Heerlijk! De teksten toveren altijd een brede grijns op mijn gezicht en rondom mij zag ik enkel enthousiaste reacties. Met ‘Wolves Against The World’ wordt het pact besloten. Volgende afspraak op Graspop?
Freak Kitchen
Gitarist Mattias ‘IA’ Eklundh verbaasde mij voor het eerst met zijn flitsend en vurig gitaarwerk op het vierde album ‘Scratch N’ Sniff’ van het Deense AOR- en melodieuze rockcollectief Fate. Fate werd mede opgericht door niemand minder dan Mercyful Fate’s stergitarist Hank Shermann. De gitaarvirtuoos bleef echter pas één album bij Fate, want de groep werd ontbonden. Mattias dook op als gastgitarist bij verschillende bands zoals Evergrey, Chroming Rose, Bumblefoot en vele andere. In 1994 stampte hij Freak Kitchen uit de grond, waar hij zijn kunsten volledig kwijt kon. Toen het trio op het podium kwam, verscheen onmiddellijk een glimlach op mijn gezicht. Bassist Christer Örtefors droeg een soort van ouderwetse motorhelm met bijpassende bril en heeft een baard met vlechten. Wanneer de band na de komische introductie van Mattias van wal schoot met ‘God Save The Spleen’ snappen vele toeschouwers dat dit eigenlijk een humorband is die een geweldige instrumentbeheersing heeft. De nummers van Freak Kitchen zijn niet de gemakkelijkste om te volgen met het hoge prog-gehalte, de vele plotse wendingen en de absurde teksten. Maar het zijn net die kleine details die het doen bij mij. Zo stottert Mattias ‘D ddddddddd Daddy’ tijdens het hilarische ‘Porno Daddy’. Wanneer het supercatchy ‘Speak When Spoken To’ uit de speakers knalt, vergeet ondergetekende zowaar om foto’s te schieten en begint spontaan op de beat mee te springen (met grote verbazing van de andere fotografen) en te zingen. De band is het ultieme bewijs van het feit dat als de muziek goed is de teksten eigenlijk extra kleur geven aan het geheel! Songtitels zoals ‘Teargas Jazz’, ‘Vaseline Bizniz’, ‘Razor Flower’ en ‘Hatefull Little People’ vormen het ultieme onweerlegbare bewijs van deze stelling. Niet alleen zanger/gitarist Mattias is de komische eend in de bijt, maar ook bassist Christer kent de klappen van de humorzweep. Zo krijgt hij het publiek zo ver om zijn kreunende geluiden en gekke moves na te bootsen. De stopwoordjes van Mattias ‘Goodie-goodie’ worden door het publiek spontaan luidruchtig herhaald. In zijn woordenboek vinden we ook nog ‘Tip Top – Tip Top’ en ‘gurigura’ terug. Er wordt zelfs gecrowdsurft tijdens enkele nummers en op klap op de vuurpijl bijt Mattias van een toegeworpen appel. Wel eigenlijk hoort een appel wel thuis in deze keuken! Drummer Björn Fryklund perst op een bepaald moment zelfs wat grunts uit zijn longen. De stem is bij Freak Kitchen eigenlijk een extra instrument en beide frontmannen kunnen nadien nog een carrière als stand-up comedian ambiëren. De technisch hoogstaande set wordt afgesloten met ‘Murder Groopie’. Velen waren aangenaam verrast door het kookprogramma van deze rare kwieten en graag had ik ze nog eens op een podium gezien binnenkort!
Epica
Onze noorderburen van Epica strijken geregeld neer in ons landje en hebben nog nooit een slechte indruk gemaakt. Hun stevige symfonische metal werkt even uitstekend live als op plaat en met nieuweling ‘Requiem For The Indifferent’ kwam daar geen verandering in. ‘Monopoly Of Truth’ trok de set op gang en even later kwamen ook ‘Deter The Tyrant’ en ‘Storm The Sorrow’ aan de beurt. Natuurlijk bezocht de set ook klassiekers als ‘Sensorium’, ‘Cry For The Moon’ en ‘The Obsessive Devotion’. Verrassend sterk was de uitvoering van ‘Blank Infinity’ en ook het titelnummer van ‘Consign To Oblivion’ wist zoals altijd te bekoren. Ondanks bezettingswissels die niemand nog kan bijhouden, zette Epica een strakke show neer met centraal de immer charmante verschijning van Simone Simons. Het deed ons mijmerend terugdenken aan de tijd waarin ze nog maar net begonnen door te breken, maar als je ze nu aan het werk ziet, valt hen niks van hun internationale succes te misgunnen.
Blind Guardian
Het spreekt voor het sfeerscheppend talent van Duits power metalicoon Blind Guardian dat ze helemaal geen fancy decorstukken nodig hebben om de zaal in lichterlaaie te zetten. Wanneer de intro van ‘Sacred Worlds’ door de speakers galmt, is de toon al gezet en Hansi Kürsch heeft zelfs met kort haar nog steeds charisma in overschot. Hun setlist verschilde aanzienlijk van hun vorige doortocht in de Brielpoort te Deinze twee jaar terug, met verrassingen als het wervelende ‘Turn The Page’ en het door Tolkien geïnspireerde ‘Into The Storm’. Brullen was het geblazen met klassiekers ‘Welcome To Dying’, ‘Nightfall’ en ‘Valhalla’, waarbij het publiek tot Kürsch’ plezier botweg weigerde om te stoppen met meezingen. De aankondiging dat men slechts een nummer van ‘Imaginations From The Other Side’ zou spelen, kon op wat boegeroep rekenen, maar de enkeling ‘Bright Eyes’ was een schot in de roos. Daarbij kregen ‘Somewhere Far Beyond’ en ‘Tales From The Twilight Hall’ meer ruimte met hun respectievelijke titeltracks en de atmosferische ballades ‘The Bard’s Song (In The Forest)’ en ‘Lord Of The Rings’. ‘Wheel Of Time’ van het meest recente kleinood ‘At The Edge Of Time’ klonk deze maal indrukwekkender dan in Deinze en afsluiten deed men traditiegetrouw met het aanstekelijke ‘Mirror Mirror’. Blind Guardian blijft een van de top liveacts in de power metalscène en zorgde voor een uitstekend slotakkoord van het festival.
Enslaved + Ghost Brigade - zaterdag 25 februari 2012 - Biebob, Vosselaar
Tegenwoordig slaat men je alsmaar vaker om de oren met grote packages waarbij je zes bands moet uitzitten, terwijl er maar twee de moeite lonen. Dan zijn wij eerder te vinden voor een tour van slechts twee bands, maar dan wel bands die beide de moeite lonen om het huis voor te verlaten. Kijk nu naar deze affiche: Enslaved en Ghost Brigade tesamen op tour, daar kan toch niks mis mee zijn? De verwachtingen waren dus hoog gespannen toen we richting Biebob reden, want dit beloofde een avondje te worden dat niet licht vergeten zou worden. En ja hoor, het bleek een schot recht in de roos te zijn.Ghost Brigade ging voor een goedgevulde zaal van start en gooide er meteen het zwaar raggende ‘Lost In A Loop’ tegenaan. Zinderend riffwerk en de verscheurende – aan Neurosis gelijke – grunts van Manne Ikonen heersen eveneens in het nieuwe ‘Traces Of Liberty’, maar incidenteel zijn er ook zachtere passages. De band is geen onbekende meer voor het Belgische publiek en kan dan ook op enthousiaste reacties rekenen wanneer deze vijf Finnen hun melancholische edoch stevige songs voor de leeuwen gooien. Onlangs brachten ze ‘Until Fear No Longer Defines Us’ uit, hun derde album. Maar liefst vier van de acht songs zijn nieuw in de set, waaronder het lange, beklijvende ‘Breakwater’ dat enige rustpauzes kent. Hier bewijst Ikonen ook een zuivere, cleane stem te bezitten, qua timbre niet ver verwijderd van Jonas Renkse (Katatonia). Deze ingetogenheid siert ook het intense, al oudere ‘Deliberately’, waarbij uiterst sensitief gitaarwerk voor prachtige momenten zorgt. ‘My Heart Is A Tomb’ weet dit contrast tussen pure weemoed en razernij eveneens tot op het bot uit te diepen. Het groovende, instrumentale ’22.22 – Nihil’ gunt de stembanden van de frontman even rust. Men sluit af met de nieuwe single ‘Clawmaster’ en het onvolprezen ‘Soulcarvers’. Ook nieuw, maar nu al in ons geheugen gebeiteld alsof het er al jaren zit. Wat ons betreft, mogen deze gasten hun ding ook wel eens loslaten op grotere podia!
Dat geldt natuurlijk nog meer voor Enslaved, die zich op het podium altijd als een vis in het fjordwater voelen, of dat nu in een club of op een festival is. Hun concerten vorig jaar in Trix en op Metal Méan behoorden tot de beste die we in 2011 te zien kregen en ook nu zetten ze een performance neer waarvan de meeste acts enkel maar mogen dromen. Op het eerste zicht waren er eigenlijk weinig verrassingen te melden, gezien de set grotendeels dezelfde was als tijdens die tournee, op enkele kleine wijzigingen na. Maar hey, het gaf niemand aanleiding tot klagen en er ontstond een behoorlijk haargordijn vanaf het episch openende ‘Ethica Odini’. ‘Raidho’ zette de drive helemaal aan, maar vergat niet uit te pakken met enige klassieke rockstukken die Pink Floyd niet zouden hebben misstaan en meer dan eens liepen de rillingen over onze rug, al was het inmiddels bloedheet in Biebob. ‘Fusion Of Sense And Earth’ blijft een opzwepende brok viking metal van de bovenste plank met zijn geniale syncope structuren, terwijl het machtige en dreigende ‘Giants’ even verpletterend was als het spoor van vernieling dat de IJsreuzen zelf achterlieten. We doken ook eventjes heel diep de oudheid in met ‘Jotunblod’ en het old school demonummer ‘Allfadr Odinn’, dat een klassieker is in hun set en het reguliere deel afsloot. Zoals U echter weet, zegt de Gulden Wet der Rock’n’Roll’ dat een band altijd nog eens terugkomt voor een toegift als ze het naar haar zin heeft en dat was met Enslaved zeker het geval. En daar kwam plots toch wel een stevige verrassing uit de mouw, want wie had gedacht dat ze ons de Led Zeppelin-klassieker ‘Immigrant Song’ zouden voorschotelen?! Wij alvast niet, maar het knalde als de beesten. En daarna moest het dak er voor een laatste keer af met de verplichte afsluiter ‘Isa’, waarbij iedereen zich de longen uit het lijf brulde. Toen de laatste akkoorden uitstierven, was iedereen moe maar voldaan, zoals dat zo mooi heet.
Setlist Enslaved:
Intro ‘Axioma’
Raidho
Fusion Of Sense And Earth
Ground
Giants
Ruun
As Fire Swept Clean The Earth
Encores:
Immigrant Song (Led Zeppelin cover)
Isa
Setlist Ghost Brigade:
Lost In A Loop
Traces Of Liberty
Breakwater
Deliberately
My Heart Is A Tomb
22:22 – Nihil (instrumental)
Clawmaster
Soulcarvers
Morbid Geert & Vera Matthijssens
D:A:D + Black Bone - vrijdag 2 maart 2012 - The Rock Temple, Kerkrade (NL)
Twintig jaar geleden leerde ik door een collega van mijn vorig werk de Deense band D:A:D kennen, meteen was ik weg van hun sound en hun toenmalige release: ‘Riskin’ It All’. In hun thuisland en Zweden zijn ze grote supersterren, in de Benelux moeten ze vrede nemen om een klein zaaltje te vullen. Zelf maalt de band er niet om want telkens druipt het enthousiasme eraf wanneer ze een podium bekruipen. Zo ook weer deze avond in Kerkrade. Eerst krijgen we in de gezellige Rock Temple die het midden houdt tussen de Biebob en Spirit Of 66 de Nederlandse band Black Bone te horen. Deze drie jonge knapen brengen binnenkort hun debuut uit en spelen een uiterst aanstekelijke set no nonsense opzwepende hardrock. De zanger/gitarist is duidelijk beïnvloedt door Angus Young en speelt alsof zijn leven ervan af hangt, de ritmesectie oogt rustiger maar hun samenspel is uiterst strak. Wanneer D:A:D het podium opkomt, is de keet goed gevuld en staan de voorste rijen volgepakt. Meteen zit de ambiance er goed in met ‘A New Age Moving In’, de eerste track van het nieuwe album: ‘DIC.NII.LAN.DAFT.ERD.ARK’. Het collectief is meteen goed op dreef en zanger Jesper Binzer entertaint het publiek en trekt de gekste gezichten. Meteen hierachter wordt ‘Jihad’ gespeeld, een oud nummer dat de fans meezingen. De uitgebalanceerde set waarin oude en vijf nieuwe tracks worden gespeeld is afwisselend en amusant. Het is niet enkel Jesper die de fans vermaakt maar ook de blonde bassist Stig Pedersen die zich uitleeft op zijn alom bekende tweesnarige basgitaren die in allerlei gedaantes tevoorschijn worden gehaald. Een doorschijnend plexi model, één in space shuttle vorm, één met auto –en pinklicht en ik vergeet er wellicht nog enkele op te noemen. Jacob Binzer met onafscheidelijke hoge hoed blijft weliswaar in de schaduw van zijn broer Jesper maar speelt uitstekend gitaar en tenslotte drummer Laust, getooid met hemd en das roffelt er lustig op los. D:A:D brengt oude klassiekers als: ‘Reconstrucdead’, ‘Bad Craziness’ en de hits ‘Sleeping My Day Away’ en ‘Grow Or Pay’ met verve, de voorste rijen zingen gretig mee. Op het laatst spelen de twee broers een mooie ingetogen versie van ‘Laugh ‘N’ A ½’ begeleidt met akoestische gitaar. Zotskap Stig krijgt de eer om de set af te sluiten met ‘It’s After Dark’, een groot zanger is hij niet maar het nummer wordt massaal meegebruld. Dit optreden zal hoog eindigen in mijn jaarlijstje. Met een grote smile en vers D:A:D T-shirt keer ik meer dan tevreden huiswaarts.Walter Maes
Setlist:
1) A New Age Moving In
2) Jihad
3) The End
4) Everything Glows
5) Point Of View
6) Monster Philosephy
7) Reconstrucdead
8) Riding With Sue
9) Last Time In Neverland
10) We All Fall Down
11) I Want What She’s Got
12) Bad Craziness
Eerste bis:
13) The Place Of The Heart
14) Sleeping My Day Away
Tweede bis:
15) Laugh ‘N’ A ½
16) It’s After Dark
Alcest, Les Discrets, Soror Dolorosa - woensdag 22 februari 2012 - Rockfort, Hoboken
Je hebt zo van die concerten waar je meer naar uitkijkt dan naar andere. De recentste tournee van Alcest, samen met boezemvrienden Les Discrets en Soror Dolorosa was daar een mooi voorbeeld van. Natuurlijk heeft Alcest de laatste twee jaren regelmatig gespeeld her en der, maar hun land- en labelgenoten van Les Discrets hadden tot nog toe België nog niet aangedaan. Het was meteen duidelijk dat hier veel mensen naar hadden uitgekeken, want de show bleek uitverkocht en had men een grotere zaal gehad, dan had die ook vol gezeten, zo hoorden we langs alle kanten van mensen die achter een ticket visten. Hoe dan ook, het was ook een eerste kennismaking met Fort 8 in Hoboken als concertadres en net zo kil als het er langs buiten uit zag, zo knus had men het binnen weten te maken. Er lag een kamerbreed tapijt op de vloer, het gedempte blauwe licht gaf het geheel een onaardse schijn en het podium was door de bands opgemaakt met takken en ranken klimop. Niet het alledaagse concert dus, maar het waren dan ook geen alledaagse metalbands die we te zien zouden krijgen.Openers Soror Dolorosa waren trouwens helemaal geen metalband, want zij namen ons mee terug in de tijd, naar de hoogdagen van Joy Division, The Cure en Sisters Of Mercy. Waar is de tijd van de vleermuizenfuiven in de Limelight en de Cinderella in Antwerpen?! Blijkbaar is die geest toch enigszins in ’t Stad blijven hangen, want deze Franse cold wavers hadden meteen het publiek mee. De start ging wat moeizaam vanwege problemen met de zangsound en een manke backline op het podium, doch dat kon de pret niet vergallen. Nummers als ‘Low End’ (met een knipoog naar The Cure) of ‘Autumn Wounds’ (schatplichtig aan de Sisters) gingen erin als koek en ook al is dit natuurlijk niet echt origineel te noemen, toch is het dat weer wel dankzij het feit dat er nauwelijks nog bands van deze strekking zijn. Gave opener.
Op Les Discrets hadden we lang gewacht en zij maakten alle verwachtingen waar. Deze melancholische rockers rond Fursy Teyssier zitten serieus in de lift en dat is niet zonder reden. Met als begeleidingsband allemaal leden van Alcest (Neige op bas, Winterhalter die eigenlijk in beide bands zit op drums, en gitarist Zero) die een dubbele shift voor hun rekening namen, zat het overigens helemaal snor. Het heerlijke ‘Song For Mountains’ zweefde langs, ‘La Nuit Muette’ kon de fans van post rock wel overtuigen en de donkere schoonheid van ‘Le Mouvement Perpétuel’ maakte ons tegelijk depressief en toch opgetogen. En hoewel frontman Fursy achteraf klaagde over het totale gebrek aan backline op het podium, zodat ze zichzelf niet hoorden spelen, konden we daar vanuit het publiek niets van horen en kregen we een geweldig doorleefde set te horen. Wat ons betreft mogen ze snel terugkeren!
Met Alcest weet je eigenlijk vooraf al dat je zelfs in een warme zaal meermaals kippenvel mag verwachten en dat was deze avond niet anders. De mix van post black, shoegaze en post rock die deze Parijzenaars brengen is zonder meer uniek te noemen en brengt de toeschouwers steeds weer in vervoering. Nu ze pas hun nieuwste album ‘Les Voyages De L'Âme’ uit hebben, was het natuurlijk hoog tijd om dit op het podium te brengen, al werd het eerdere werk zeker niet vergeten. ‘Écailles de Lune’ en ‘Sur L'Océan Couleur De Fer’ van hun voorgaande album mochten niet ontbreken en waren weerom bloedmooi, maar ook een cover van henzelf kwam eraan te pas in de vorm van ‘Gas In Veins’ (van hun oude band Amesoeurs). Het fragiele ‘Ciel Errant’ van hun debuut passeerde, maar dat viel een beetje in het niet in vergelijking met nieuwe songs als ‘Les Voyages De L'Âme’, ‘Là où Naissent les Couleurs Nouvelles’ of het bloedmooie ‘Autre Temps’, dat wel van een andere wereld afkomstig leek. Ook hier liet het geluid af en toe een beetje aan de wensen over, maar niettemin was het weer een erg geslaagde set van Alcest en achteraf liepen de fans dan ook op wolkjes de zaal uit. Vive la France!
Tekst: Morbid Geert
Cowboys And Aliens / Fields Of Troy / We Eat The Cat - zaterdag 25 februari 2012 - Magdalenazaal, Brugge
Er smeult weer iets in West Vlaanderen. Sinds 4 heerschappen, die samen door het leven gaan als Cowboys And Aliens, de instrumenten opnieuw omgorden borrelt het eeuwen oude stof dat de Brugse bodem rijk is op nieuw op. Niet het Zwin maar het Venetië van het Noorden dreigt opnieuw te verzanden en dat allemaal als rechtstreeks gevolg van de ongemeen smerige stoner grooves die het viertal opnieuw de wijde wereld in spuwen. Er werd net een ep op de argeloze mensheid losgelaten die als titel ‘Sandpaper Blues Knockout’ meekreeg en die voelt inderdaad aan als of er een vel schuurpapier met grove korrel in je onderbroek is genaaid. Reden genoeg dus om een feestje te bouwen en het kleinood boven de doopvont te houden. Daarbij werden twee bevriende bands uitgenodigd. Het jonge We Eat The Cat mocht het bacchanaal in gang trappen en dat terwijl ondergetekende nog vrolijk in zijn rijtuig zat op weg naar de plaats delict. Tegen dat we aankwamen zat hun taak er jammer genoeg op maar een glimmende vader, die later als frontman van de headliner zou fungeren, liep apentrots rond. Wie we wel in actie zagen was Fields Of Troy. Een brok stevige moderne metalcore die meer dan te pruimen was. Vaak zie je bij dit soort bands overacting en tracht men heavy as fuck uit de hoek te komen om toch maar indruk te maken op het vrouwelijk deel van het publiek. Dat lieten deze jonge snaken achterwege door te kiezen voor songs die ook echt song bleken te zijn. Vooral het doordachte gitaarwerk zorgde ervoor dat deze band iets te bieden heeft wat je bij anderen al eens mist. Uiteraard is de weg nog lang naar eeuwige roem maar dit lijkt een solide basis te zijn. Even na tien was het dan tijd voor de wellicht strakste stoner act die België ooit heeft voortgebracht. Wil er aub eens iemand een opname van deze heren naar Chris Goss sturen zodat die hen dat extra steuntje in de rug zou kunnen geven. Niet dat ze het nodig hebben, de muziek staat immers op zich maar het zou de ogen kunnen open van zij die ze nu argeloos dichthouden van kortzichtigheid. Enfin, het zou een thuismatch worden voor Cowboys And Aliens en met ‘Simple Things’ stak men het vuur aan de lont. Nu was het alweer een tijdje geelden dat wij C&A, zoals we dit combo graag afkorten, aan het werk hadden gezien en aanvankelijk bleven we een beetje op onze honger zitten. Er werd strak gespeeld, de drive en vooral goesting waren duidelijk aanwezig alleen, ze kunnen beter. Dat we van de bindteksten geen snars verstonden had nog wel zijn charme, en lag voor de rest verder volledig aan ons zelf, maar het snedige uit het verleden ontbrak een beetje. Gelukkig blijft de tongue-in-cheek aanwezig en komt een glimp van de echte klasse zo nu en dan toch bovendrijven. Tijdens ‘Bad Sexx’ bijvoorbeeld, iets waarvan we de heren toch niet verdenken als we de toch wel talrijke fraaie verschijningen in het publiek zien genieten. Ook het titelnummer van hun laatste full cd, ‘Language Of Superstars’, liet duidelijk merken dat de jaren enkel maar een positief effect hebben gehad op de stembanden van Henk Van Hee. Om nog maar te zwijgen van de finesse waarmee John Pollentier nog steeds de meest knappe riffs uit zijn gitaar haalt. De ondertussen kort gewiekte drummer Peter Gaelens laat er ook geen misverstand over bestaan dat hij er ongelooflijk veel zin in heeft en geselde zijn drumstel dan ook als een middeleeuwse meester-beul. De meest strakke figuur blijf hoe dan ook bassist Kris Vandekerckhove, KVK voor de dames. Die ziet er letterlijk het meest afgetraind uit en beweegt over de bühne met een souplesse waar Nikki Sixx alleen maar van kan dromen. Naast alle lolbroekerij is er ook plaats voor bittere ernst. Niet zo lang geleden verloren de Cowboys, en ook wij, een hele goede vriend. David Revyn was er bij sinds dag één en lag eigenlijk ook aan de basis van hun wederopstanding. Als teken van respect droeg men Davids lievelingsnummer, ‘U Draw The Line’, op aan hem. Tijdens en na de speech, van een duidelijk nog steeds geëmotioneerde KVK, werd het muis stil om daarna de stilte te doorbreken met een hartverwarmend applaus en een versie van de bewuste song die hun en onze vriend alle eer aandeed. Verder viel ook op dat de nieuwe songs probleemloos paste in hun repertoire. Vooral een sterke versie van ‘Question VS Answer’ gaf aan dat er nog lang geen sleet op deze formule zit. Met ‘Highly Overrated’ en ‘Ghost In The Speaker’ nam men afscheid en hopelijk is dit de start van opnieuw een mooi parcours. The Cowboys Are Back.Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker
Setlist
Simple Things
Let me Walk U Home
Bad Sexxx
In My Time
Language Of Superstars
Another Fine Display
Share The Goods
Worth Your While
U Draw The Line
Waiting At The Gates
Question VS Answer
Sign Of The Omen
Highly Overrated
Ghost In The Speaker
Thin Lizzy + Roof - zondag 5 februari 2012 - Trix, Antwerpen
Het vroor nog eens de stenen uit de grond in ons landje maar gelukkig bleef de voorspelde sneeuw achterwegen. Vandaar dat we, weliswaar warm ingeduffeld, vol goede moed de trip richting Trix aanvatten. Daar speelde Thin Lizzy ten dans en na hun geslaagde passage op de Lokerse Feesten vorig jaar keken we best uit naar hoe men het er in een zaal vanaf zou brengen.Tijdens het Britse luik van hun tournee had men onze eigenste Trigger Finger meegenomen als opwarmertje maar aangezien die band in eigenland te populair is werd er voor een lokale opener gekozen. Het ons totaal onbekende Roof was vast van plan die taak met verve te volbrengen. Helaas is 100% inzet en veel lef niet altijd een garantie om een doorgewinterd rockpubliek, dat vanavond toch aangroeide tot een meute van om en bij de 700 liefhebbers, te overtuigen. Muzikaal viel het nog enigszins mee, al hoorde je van ver dat de drummer uit een jazz milieu komt en de bassist eerder een schooljongen leek te zijn dan een woeste rocker. De gitarist kweet zich aardig van zijn taak maar het was vooral de zanger die de aandacht trok met zijn nagelwitte pak. Keurig met stropdas en al bewoog het heerschap zich vrij spastisch over het podium waardoor hij ons eerder deed denken aan een bastaard neef van Bart Kaël of Billy idols mindervalide broer. Kortom: weg ermee.
Nu kon het de aanwezigen ook weinig of niets schelen. Thin Lizzy, daar kwam men voor en net als vorige zomer schitterde de band vanaf de eerste tonen van ‘Are You Ready’. Niet alleen het publiek was er klaar voor ook de groep reed een foutloos parcours. Ricky Warwick is nu echt wel helemaal ingespeeld in zijn rol van frontman en doet dat met ongelooflijk veel klasse en stijl. Zijn stem klinkt perfect en classics als ‘Jailbreak’ en het heel beklijvende ‘Angel Of Death’ onderstreepten dat nog eens dubbel en dik.
Ook nieuwkomer Damon Johnson viel op met zijn sublieme gitaarspel dat perfect aanklampte met de nog steeds op dreef zijnde Scott Gorham. Ondertussen heeft iedereen zijn stek opgeëist en ook keyboardspeler Darren Wharton vertolkte een hoofdrol tijdens ‘Still In Love With You’ waarbij hij samen met Warwick de lead vocals deelde.
De zaal genoot en ging helemaal mee in de feestroes toen ‘Whiskey In The Jar’ de revue passeerde. De reguliere set werd afgesloten met ‘The Boys Are Back in Town’ en dan nog was het hoogtepunt van de avond nog niet bereikt. Dat kwam er bij de eerste bisronde toen met het aan Trigger Finger opgedragen ‘Emerald’ uit de mouw schudde.
IJzersterk en wat een gitaarsolo persten beide gitaristen eruit. Geniaal noemen we zoiets. Het werd perfect opgevolgd door de Bob Seger-cover ‘Rosalie’. Zo goed zelf dat het afsluitende ‘Black Rose’ een beetje in het niets verzonk. In elk geval Thin Lizzy toonde nog maar eens, zoveel jaren na de dood van Phil Lynott, dat ze de eer, erfenis en geest van de band met respect en waardigheid hoog houden. Dat verdient een staande ovatie.
Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker
Setlist
Are You Ready
Jailbreak
Bad Reputation
Don't Believe A Word
Killer On The Loose
Dancing in the Moonlight (It's Caught Me in It's Spotlight)
Massacre
Angel of Death
Still In Love With You
Whiskey in the Jar
Sha La La
Suicide
Waiting For An Alibi
Cowboy Song
The Boys Are Back In Town
Emerald
Rosalie
Black Rose
Tekst: Stef Maes
Curved Air - donderdag 2 februari 2012 - Spirit Of 66, Verviers
De jaren zeventig waren voor uw dienaar de muzikale wonderjaren. Gentle Giant, Atomic Rooster, King Crimson, Yes, Caravan, Soft Machine … en Curved Air. Curved Air was in vele opzichten uniek met de sexy, mysterieuze en tot de verbeelding sprekende zangeres Sonja Kristina, een violist die luisterde naar de naam Darryl Way en verder vreemde namen zoals Florian Pilkington-Miksa‘ (drummer) en multi-instrumentalist Francis Monkman.De geschiedenis
Ze scoorden in 1971 een hit met ‘Back Street Luv’ en mijn vader bracht vanuit Engeland de lp ‘Second Album’ mee, een plaat met een prachtige gelaagde en arty klaphoes in pastelkleuren en boordevol schitterende en verbluffende muziek. Ze hadden toen een jaar eerder al een debuut uitgebracht en dat was meteen een van de eerste picture discs uit de rockgeschiedenis. Daarop stonden klassiekers zoals ‘Vivaldi’, ‘Stretch’ en ‘It Happened Today’. In 1972 volgt hun derde album ‘Phantasmagoria’ met krakers zoals het titelnummer, het verbluffende ‘Marie Antoinette’ en ‘Melinda (More Or Less)’. Nadien valt de band uit elkaar en bouwt Krisitina aan een nieuwe line-up met o.a. Eddie Jobson (Roxy Music, UK, Zappa, …). Het album ‘Air Cut’ is commercieel geen succes, maar bevat het schitterende ‘Metamophosis’. Onmiddellijk na de release neemt deze line-up nog een album op, maar dat zal slechts het levenslicht zien in 1990 onder de titel ‘Lovechild’. Een jaar later zijn Way, Monkman en Pilkington-Miska terug en wordt er een live lp opgenomen. Op het nieuwe studioalbum ‘Midnight Wire’ zijn Monkman en Pilkington-Miska opnieuw verdwenen en heeft Kristina een relatie met Stuart Copeland, die nu ook achter de trommels zit. Later zou hij wereldberoemd worden als drummer van The Police. Het titelnummer van deze plaat staat nog steeds op de playlist van de groep. Een jaar later volgt ‘Airborne’ en dan is het over. Kristina gaat solo en Monkman vindt de roem bij de superband Sky. Way heeft een groep Wolf genaamd en maakt ook klassiek getinte platen. In 1990 volgt een reünie met Way, Monkman en Pilkington Miksa, maar die is van korte duur en levert een live album op van middelmatige opnamekwaliteit. In 2008 is het terug menens. Way en Pilkington-Miksa nemen samen met gitarist Andy Christie en Marvin Ayres (waarmee Kristina ook samenwerkt in Mask) een nieuwe cd op met beste van Curved Air onder de muzikale leiding van Darryl Way. Het resultaat is de schitterende cd ‘Reborn’. De balans tussen de instrumenten en de productie van Way laat de nummers perfect tot hun recht komen en Kristina zingt de sterren van de hemel. Way is ondertussen opnieuw verdwenen en Curved Air is nu vooral een live band bestaande uit zes topmuzikanten die de complexe en subtiele arrangementen van het repertoire alle recht aandoen. Het was die bezetting die we aan het werk zagen in de Spirit Of 66.
Het concert
Wat allereerst opvalt is dat Sonja Kristina op de gezegende leeftijd van 62 jaar er nog steeds goed uitziet, ze is wat bijgekomen, maar ze heeft niets van haar uitstraling verloren. En wat de stem en de zang betreft is alles nog perfect in orde. Ze mist geen enkele noot en klinkt nog steeds bijzonder toonvast met haar prachtige stem. Muzikaal heeft de groep een unieke progressieve fusion weten te creëren tussen rock, folk, jazz en klassiek. Ook het musicalverleden van Kristina klinkt af en toe door in haar zangvoordracht (ze begon haar carrière in de originele cast van Hair in Londen). Alles zit bovendien zo in elkaar dat deze stijlen niet als een soort collage elkaar opvolgen, maar alles is mooi geconsolideerd, wellicht dankzij de aanzienlijke muzikale bagage van eerder componisten zoals Monkman en Way. De setlist trakteert ons op alles wat we willen horen en de band blijft twee uren lang boeien. Het publiek geniet mateloos en hangt aan de lippen van Kristina. Gitarist Kit Morgan speelt zich vlekkeloos en gedreven doorheen de complexe partijen en de ritmesectie met Pilkington-Miksa en bassist Chris Harris leggen de perfecte ritmische basis. Violist Paul Sax is de lolbroek van de band en alhoewel hij niet de klassieke beheersing heeft van Darryl Way, is hij als violist een waardige vervanger. Keyboardspeler Robert Norton mist elke vorm van uitstraling op het podium, maar speelt verbluffende piano- en keyboardpartijen, inclusief de soms elektronische sounds die Monkman zo geniaal wist te verwerken in de muziek. Jammer genoeg kon de band geen bisnummers meer spelen omwille van een handprobleem van een van de muzikanten. Hij moest zich sparen om de dag nadien ook nog in Nederland te kunnen spelen. Geen nood, de band komt vrijwel onmiddellijk de zaal in en mengt zich onder de aanwezigen. Kristina begint onmiddellijk aan een handtekeningsessie en de merchandising wordt bestormd en verkoopt cd’s aan de lopende band. Kristina vertelt me dat er een live cd met bonus dvd zit aan te komen. Er wordt ook al gedroomd van een nieuwe studioplaat. Kristina poseert nog vriendelijk om samen op de foto te gaan. Ik droom weg met nog 160 km te gaan in de ijskoude nacht. Wat een concert!
Geert Ryssen
www.curvedair.com
Amorphis / Leprous / The Man-Eating Tree - zaterdag 14 januari 2012 - Biebob, Vosselaar
De laatste jaren deed Amorphis al meermaals ons land aan, maar dat is voor de fans zeker geen belemmering om ook deze avond af te zakken naar de Biebob. Het is zelfs gezellig druk wanneer we de Belgische rocktempel binnenkomen en dan moet het spektakel nog beginnen. Na een vliegende start als death metalband en het succes van ‘Tales From The Thousand Lakes’ ging het een poosje bergaf met de Finnen, maar sinds de man met de ongelofelijk lange dreadlocks zich is gaan moeien (Tomi Joutsen als nieuwe zanger) gaat het succes terug in stijgende lijn. Hij voerde de grunts terug in, maar Amorphis heeft ook songs die we toegankelijke gothic rock kunnen noemen.Wij zijn eerst echter razend benieuwd naar The Man-Eating Tree. Na de uitstekende albums ‘Vine’ en ‘Harvest’ willen we weten hoe de nieuwe band van ex-Sentenced-drummer Vesa Ranta het er live vanaf brengt. Ironisch genoeg is Ranta zelf niet aanwezig: hij moest verstek laten gaan voor heel deze tour omdat zijn vrouw gaat bevallen. Gelukkig heeft men vervanging gevonden in Aksu Hanttu van Entwine. Vanaf de beklijvende, introverte intro ‘Harvest Bell’ waarna in ‘At The Green Country Chapel’ dynamische gitaren invallen tot het wilde ‘Code Of Surrender’ heeft het zestal het publiek in de ban. We merken zelfs dat vele mensen al goed met het materiaal vertrouwd zijn en de teksten kennen. De muziek van de band is weemoedig en atmosferisch, met de stem van Tuomas Tuominen welhaast zwevend boven de instrumentatie. Die man is één van de opvallendste zangers van dit moment en ook live weet hij dit volledig waar te maken. Hij weet ons te vertellen dat één van zijn voorvaders van België naar Finland getrokken is en deze plek dus herinneringen bij hem oproept. Leuke anekdote om te delen met de aanwezigen. Met het stevige ‘Amended’ gaan zowaar al enkele vuisten de lucht in en men houdt deze heftigheid vast tijdens het opzwepende ‘The White Plateau’. Een moment van rustige magie is ‘Of Birth For Passion’. Fantastisch dat dit ook live gebracht wordt. Natuurlijk is het slim om te eindigen met het catchy ‘Code Of Surrender’, waarna de band zich al spoedig onder de fans begeeft. The Man-Eating Tree moet even groot worden als Amorphis! Hun stijl is vergelijkbaar, hun songs zijn kwalitatief even goed (of beter) en ze hebben met Tuomas een opvallende frontman in huis.
Leprous is al enkele jaren de vaste live-band van Ihsahn en daarom was onze interesse destijds meteen gewekt. Het vijftal bestaat dan ook uit geschoolde, virtuoze muzikanten. Bovendien vertoont vooral zanger/keyboardspeler Einar Solberg een enorme energie op het podium en hij is met zijn springerige dreadlocks een entertainend heerschap. Het drie kwartier durende concert was dan ook geen straf om te bekijken, maar de rode draad in de muziek raakt geregeld zoek. Gelukkig speelt het zestal vooral materiaal uit ‘Bilateral’, het laatste album, zodat we toch een beetje herkenning ervoeren. Het weemoedige ‘Thorn’ is de verrassende opener, normaal met gastrol van Ihsahn en sax, maar hier volgt een gestripte versie. ‘Restless’ doet zijn naam alle eer aan, terwijl in ‘MB Indifferentia’ de samenzang goed uit de verf komt en duidelijke Porcupine Tree invloeden niet te ontkennen zijn. Het gebalde ‘Waste Of Air’ is dan weer gemakkelijker te behappen, maar wanneer de band afsluit met het lange ‘Forced Entry’ bevinden we ons alweer in een complex klankentapijt waar we het spoor bijster raken. Leprous blijft een band om thuis rustig te beluisteren, ondanks hun tomeloze inzet op het podium. Daar gaat een flink deel van hun raffinement (letterlijk en figuurlijk) in rook op.
Na de ombouw van het podium is het rond tien uur tijd voor Amorphis. Deze tour staat in het teken van het vorig jaar verschenen ‘Beginning Of All Times’. Men gaat dan ook van start met de intro van ‘Battle For Light’, ‘Song Of The Sage’ en ‘Mermaid’, waarna we later nog kunnen genieten van ‘You I Need’ en ‘Crack In A Stone’. Het geluid zit meteen goed en de band heeft er zin in. Zanger Tomi Joutsen steelt – moeten we dit nog vermelden? – de show met zijn lange dreadlocks en begeesterde uitstraling. Maar ook met zijn vlekkeloze overgangen tussen grunts en cleane zang. Het publiek eet uit zijn hand en gaat verrukt uit de bol tijdens de oudjes ‘The Smoke’ en ‘Against Windows’ en later in de set ‘Into Hiding’. Deze songs mogen als vaste prik in de set beschouwd worden, maar vanavond was de grootste verrassing de Abhorrence-cover ‘Vulgar Necrolatry’ dat ooit te vinden was op het eerste album ‘The Karelian Isthmus’. Lekker ruig! Wanneer Amorphis na een uur de bisnummers inzet is de strijd al lang gewonnen. De bisset is standaard, maar heerlijk. De intro van ‘Thousand Lakes’ gaat over in hun eerste ‘hit’ ‘Black Winter Day’, een semi-akoestisch moment met ‘My Kantele’ en de meezinger ‘House Of Sleep’. Na twintig jaar staat Amorphis nog steeds als een rots in de branding en op deze manier kunnen ze nog wel een tijdje verder.
Setlist Amorphis
Battle For Light intro
Song Of The Sage
Mermaid
The Smoke
Against Windows
Sampo
You I Need
Sky Is Mine
Karelian intro
Vulgar Necrolatry
Into Hiding
Crack In A Stone
Alone (plus introduction band)
Silver Bride
Encores:
Thousand Lakes intro
Black Winter Day
My Kantele
House Of Sleep
Setlist Leprous
Thorn
Restless
Passing
MB. Indifferentia
Waste Of Air
Dare You
Forced Entry
Setlist The Man-Eating Tree
Harvest Bell
At The Green Country Chapel
Amended
The White Plateau
Of Birth For Passing
Code Of Surrender
Tekst: Vera Matthijssens
Grand Magus / Bullet / Steelwing / Skull Fist / Vanderbuyst - zondag 8 januari 2012 - Biebob, Vosselaar
De komst van Grand Magus als hoofdact was voor ons een aangename verrassing. De band van ex-Spiritual Beggars zanger JB had immers nog nooit in die gedaante België aangedaan. Bovendien brachten zij nog vier andere bands mee, zodat een avondje traditionele, maar energieke heavy metal gegarandeerd was. Er heerste een gezellige drukte, maar echt storm lopen deed het nimmer vanavond.Het Nederlandse Vanderbuyst heeft de laatste tijd een goede reputatie opgebouwd met heel wat live-shows. Wij waren nog niet van de partij, maar hoorden later niets dan lof over deze opener van de avond. Wanneer Skull Fist aanvangt met een cover van Tokyo Blade’s ‘Attack Attack’ weten we al dat de jaren tachtig en meer bepaald NWOBHM hun set zal bepalen. Dat doen ze met een aanstekelijk enthousiasme, waardoor songs als ‘Sign Of The Warriors’ en ‘Heavier Than Metal’ goed ontvangen worden. De Canadezen beleven er duidelijk veel plezier aan en beide gitaristen excelleren geregeld in voortvarende twinsolo’s.
Glitter en spandexbroeken heersen nog steeds bij Steelwing, een naam die allerminst uitblinkt in originaliteit en dat kunnen we evengoed zeggen van hun muziek. Zwaar geïnspireerd door Iron Maiden presenteren ze vanavond een aantal songs van het nieuwe album ‘Zone Of Alienation’, afgewisseld met wat ouder werk. Zanger Riley zoekt daarbij graag de hogere regionen op. ‘Full Speed Ahead’ en ‘They Came From The Skies’ onthouden we als beste momenten. Maar er zijn nog straffere copycats. Wat te denken van het Zweedse Bullet? Met Airbourne hebben we al een – behoorlijk succesvolle – kloon van de Aussies, de heren van Bullet doen er nog een schepje bovenop. Zonder blikken of blozen – maar gelukkig met de nodige humor en relativering – spelen ze een strakke set die in goede aarde valt bij het publiek. AC/DC is nu eenmaal razend populair en omdat deze formule zelfs voor coverbands werkt, ondervindt Bullet evenmin weinig kritiek. Zanger Dag Hell Hofer - een iets te gezellige dikkerd – weet alle clichés netjes na te bootsen en de gitaristen kijken op geen noot meer of minder. Amusant maar ook niet meer dan dat. Onze portie Spinal Tap hebben we dan wel gehad, want bij Grand Magus gaat het er (gelukkig) heel wat serieuzer aan toe. Met albums als ‘Iron Will’ en het recente ‘Hammer Of The North’ staan ze kwalitatief dan ook mijlenver boven de andere bands. Wel missen ze de uitgelatenheid van diezelfde bands, zodat Grand Magus het eerder van hun muziek alleen moet hebben. Het Zweedse trio oogt van oudsher al wat norser, maar geeft kordaat de aftrap met het beenharde ‘Kingslayer’, meteen gevolgd door het bijzonder aanstekelijke ‘Like The Oar Strikes The Water’. Het geluid wordt elk moment beter, al blijft het geen sinecuur om met slechts drie man het geluid van de albums te evenaren. Tijdens ‘Silver Into Steel’ lijkt JB’s stem wel wat op die van David Coverdale, maar dit is dan ook een sensitieve track. De lont wordt terug aan het vuur gestoken met het nieuwe ‘I, The Jury’. Het is genieten geblazen wanneer in het oudere, stuwende ‘Wolf’s Return’ de aloude doominvloeden nog even komen bovendrijven. Maar verder is dit toch zeker ‘power doom’ inclusief overwinningsgevoel tijdens ‘Ravens Guide Our Way’. Om voorlopig af te ronden kiest Grand Magus voor twee aanstekelijke, stuwende tracks: ‘The Shadow Knows’ en ‘Hammer Of The North’. Maar de band heeft nog een verrassing in petto. Wanneer ze na een korte pauze terug opkomen, zetten ze ‘Ulvaskall (Vargr)’ in. Deze pure doom metaltrack uit het ‘Monument’-album waarin JB als zanger schittert, hadden we allerminst verwacht! Daarna is ‘Iron Will’ de spetterende afsluiter. Volgende keer wat minder bands en een langere set? Daar tekenen wij voor, want nu misten we bijvoorbeeld ‘Savage Tales’ in de set.
Setlist Grand Magus:
Intro
Kingslayer
Like The Oar Strikes The Water
Silver Into Steel
I, The Jury
Wolf’s Return
Ravens Guide Our Way
The Shadow Knows
Hammer Of The North
Encores:
Ulvaskall (Vargr)
Iron Will
Tekst: Vera Matthijssens
Aurora Infernalis Festival - zaterdag 29 oktober 2011 - LuxorLive, Arnhem - NL
Sinds drie jaar vindt in Arnhem een erg aardig black metal festival plaats, waar men gaat voor de ‘andere’ aanpak. Men boekt er geen bende ‘true’ bandjes vol corpsepaint die maar wat over Satan staan te brullen, in plaats daarvan wordt gekozen voor bands met een iets kunstzinnigere aanpak. Donderdag- en vrijdagavond vonden al shows plaats in de nabijgelegen Willemeen, waar acts als Dordeduh, Hades en Forgotten Tomb ten dans speelden, maar helaas was dit allemaal volgeboekt en konden we er niet bij aanwezig zijn. De grotere namen stonden echter op zaterdag geboekt in de grotere (en architecturaal erg knappe) LuxorLive en wij waren erbij.Openers Farsot kozen voor de lastige aanpak en gingen direct voor hun gloednieuwe album ‘Insects’, dat pas enkele dagen in de winkels lag. Weinig bands zouden dit aandurven en eerder kiezen voor een ‘best off’-aanpak, zeker op een festival en als opener, maar deze eigenzinnige Duitsers verkozen ervoor om hun fans niet te pamperen en dat waarderen wij bij Rock Tribune enorm. Qua show was Farsot erg minimalistisch: er was geen enkel showelement te bekennen en de band liet alles over aan de songs zelf, die wel perfect werden gebracht. Op dat gebied was er zeker geen klagen, maar Farsot mist helaas nog zoiets als uitstraling op het podium. Men stond er erg droog bij en dat scheelt meteen als je je publiek wil meekrijgen. Toch was het niettemin een aardige start van wat een lange dag zou worden.
Het Roemeense Negura Bunget is altijd een beetje een vreemde eend in de bijt. Niemand verstaat hun teksten, die ze in de moedertaal brengen, maar gelukkig lenen de bijtende klanken ervan zich perfect voor het brengen van ‘Transylvanian black metal’. De sfeer zat meteen goed, zoals we dat van de band gewend zijn. Met hoorns, een panfluit en vreemde percussie-instrumenten weet het veelkoppige gezelschap steeds een sterke etnische sfeer op te bouwen die zondermeer uniek mag worden genoemd, maar ook de mystieke en bezwerende gitaarklank van de heren (en dame) doet een flinke duit in het zakje. Inmiddels was de zaal lekker gevuld en de reacties logen er niet om dat de show erg gesmaakt werd door de aanwezigen.
Met Virus had men een zo mogelijk nog vreemder geval weten te strikken. Deze band kwam voort uit het avantgarde black metal combo Ved Buens Ende, maar liet alle black metal elementen vallen terwijl Virus zich ontwikkelde. Je ziet hen niet vaak optreden, dus dit was een kans die je niet mocht missen als je hun bevreemdende muziek wel kan waarderen. Gezien de ‘arty’ aanpak van Aurora Infernalis stond de band zeker op haar plaats… al was ‘stond’ wat veel gezegd in het geval van zanger/gitarist Czral. De man viel of sprong in 2005 van de vierde verdieping van zijn appartement en zit daardoor op een kruk tijdens zijn optredens. Dat deed echter niet af aan zijn speelvreugde, want hij was duidelijk geraakt door de positieve ontvangst van zijn hersenkronkels. De bizarre songs wriemelden alle richtingen uit en konden vlotjes menig mens knettergek maken, maar in combinatie met de donkere en theatrale zang werd het een erg apart gebeuren. Je houd ervan of je hebt er een hekel aan, maar Arnhem lustte er duidelijk pap van.
Het was alweer jaren geleden dat we de Noren van Khold (met leden van Tulus en Sarke) nog aan het werk gezien hadden, dus hier keken we ook erg naar uit. We waren niet alleen daarin, want Khold was de eerste band die het publiek ook echt aan het meebrullen van de songs kreeg. Het ging initieel een beetje stroef vanwege een uitgelopen soundcheck en wegvallende vocalen in de eerste song, maar eenmaal die horde genomen was, kon het niet meer stuk. Deze band stond live dan ook als een huis en je kon absoluut niet stilstaan op de beukende, zompige midtempo black van de heren, waarbij het altijd vet headbangen geblazen is. De reutels van frontman Gard hebben een al even eigen klank als hun pakkende riffs en we werden dan ook getrakteerd op een knallende set die ons nog wel even zal heugen.
Dat mocht ook gezegd worden over de wonderlijke wederopstanding van Covenant. In 1999 moesten zij hun naam veranderen in The Kovenant vanwege een eerder bestaande Zweedse electropop-band, maar voor de gelegenheid werd de oude naam nog eens opgediept. Men bracht namelijk een exclusieve ‘one-off’ show deze avond, want speciaal voor dit festival werd debuutplaat ‘In Times Before The Light’ uit 1995 integraal gespeeld. Het gezelschap kwam ‘dressed to kill’ het podium op: strak in het pak en met een masker van ‘V for Vendetta’ op het gezicht (althans tijdens de eerste en laatste song).
Gezien Nagash de songs sindsdien nauwelijks nog speelde, had hij spiekbriefjes nodig voor zijn teksten (al had zijn bezoek aan een koffieshop eerder die middag ook zijn weerslag op ’s mans geheugen én op zijn vrolijke stemming), doch dat mocht de pret niet drukken. De songs werden strak gespeeld, de muzikanten hadden er evenveel zin in als het publiek en het zaakje stond als een huis. Blij dat we dit mochten meemaken!
Bij de doortocht van Dødheimsgard hadden we helaas een eerder gemengd gevoel. De verwachtingen waren nochtans hooggespannen, zeker omdat deze Noren al in geen eeuwigheid onze contreien nog aandeed. Op zich is Dødheimsgard altijd al een speciaal geval op muzikaal gebied en ook nu was de manier waarop ze old school black koppelden aan postmoderne bizarheden best uniek. Helaas ging men vooral tijdens de hypersnelle passages vooral de mist in en eindigde men met een geluidsbrij waarvan het moeilijk genieten was. Bovendien weigerden hun samples op computer op het laatst dienst, waardoor men zat te knoeien en het hele zaakje stilviel (of zelfs ineenstuikte als een soufflé). Men had de meubelen nog kunnen redden wanneer men meteen had doorgespeeld zonder de samples, maar nu was de vaart er compleet uit en ging men op het einde jammerlijk onderuit. Spijtig, maar net als veel andere aanwezigen hadden we hier meer van verwacht.
Qua headliner hadden we ons geen betere keuze durven dromen dan Absu. De Texanen gebruikten deze one-off show als Europese cd-presentatie van hun nieuwste worp ‘Abzu’ en geloof ons vrij dat het keihard in de roos was. Tegenwoordig is Absu nog slechts een drietal, wat af en toe wat stress opleverde voor gitarist Vis Crom, die moest voorkomen dat er te grote gaten ontstonden van zodra hij een solopartij moest spelen. Misschien had men daarom voor een tweede sessiegitarist gekozen zoals tijdens hun tournee in 2009, toen men toch een voller geluid had, maar dat was slechts een kleine kanttekening op een verder overrompelende show. Hun bassist/vocalist Ezezu plamuurde dit gaatje al deels mee dicht, maar het was toch niemand minder dan opperhoofd/drummer/zanger Proscriptor McGovern die alle aandacht naar zich toetrok en imponeerde ondanks zijn kleine gestalte. Zijn aankondigingen doen aan als een maniakaal ritueel, zijn gezicht was bedekt met zilveren verf en zijn onovertroffen en uiterst gevarieerde drumpartijen flitsen om je oren, terwijl de man tegelijk ook op vocaal gebied zijn demonen op je loslaat... en dat gedurende de volle 75 minuten! We kennen niemand die hem dat nadoet met zoveel overtuiging en het was dan ook genieten van begin tot einde. Nieuwe songs als ‘Earth Ripper’ en de instant klassieker ’13 Globes’ (van ‘Absu’) werden afgewisseld met ouder werk als ‘The Coming Of War’ en de verplichte afsluiter ‘Never Blow Out the Eastern Candle’. Na afloop van al dat black/thrash geweld zat iedereen behoorlijk op zijn tandvlees, maar jongens, wat een dag! Had elk festival maar zo’n affiche, de wereld zou meteen een pak mooier zijn…
Tekst: Morbid Geert
Diablo Blvd - zondag 18 december 2011 - AB, Brussel
Het leek me geen slecht idee om het concertseizoen af te sluiten met een optreden van de band die volgens U trouwe dienaar toch wel verantwoordelijk is voor de plaat die in 2011 het meest indruk heeft nagelaten. Daarbij komt dan nog eens dat de groep in kwestie ook live op verschillende gelegenheden bewees dat ze er staan. Ik heb het dan over Diablo Blvd. Deze Antwerpse vriendenclub mag met een meer dan op zijn plaats zijnde fierheid terugblikken op een geslaagd jaar en een album dat staat als een huis. ‘Builders Of Empires’ overklast mijns inziens alles en iedereen, al zijn er waarschijnlijk personen die me daar in tegenspreken maar kom, iedereen heeft recht op fouten maken. De AB dus. Op een regenachtige zondagavond en dan nog wel om 18.30. Dit omdat de drie Belgische bands die vanavond op de affiche staan samen gedobbeld hebben om de volgorde van aantreden te bepalen. Frontman Alex Agnew moest het onderspit delven tegen het jonge snaakje van Steak Number 8 en de robuuste frontman van Drums Are For Pardes. Je kan zoiets jammer vinden maar de driegende sneeuwbuien, die het landelijke wegennet alweer eens dreigden te gijzelen, zorgden er dan weer voor dat ik niet rouwig was met de uitkomst van dit robbertje pokeren voor beginners. Ik geloof er trouwens rotsvast in dat Diablo Blvd in analogie met Slayer geen rekening hoeft te houden met hun positie op de bill. Je zal maar achter deze heren op moeten. We kregen gelijk. Vol zelf vertrouwen verschenen de vijf muzikanten op de bühne en deden wat ze moesten doen. Schitteren. Het publiek had er zin in, althans dat leid ik toch af aan de aardig gevulde zaal. Beweging kreeg Alex er echter niet in. Hoe hard de zanger ook smeekte om een circle pit, de zondagavond mentaliteit bleef er halsstarrig inzitten. Ondertussen kregen we muzikaal fraaie dingen aangeboden zoals ‘Black Heart Bleed’ en de fenomenale titeltrack van de laatste cd. In plaats van het kopje te laten hangen ging Alex het publiek een beetje teasen. En wat dacht je. In zijn ultieme poging om er toch een beetje beweging in te krijgen slaagde hij erin om alsnog een wall of death te creëren in deze matig gevulde AB. Een vette pit ontstond plots uit het niets. Point proven denk ik dan. Als toemaatje durven de heren het dan nog eens aan om het beste nummer van de plaat, het absoluut magistrale ‘Saint Of Killers’, in een ijzersterke versie live te brengen. Een song met een berensterk verhaal. Zoek het maar eens op. Dit wordt de volgende single en videoclip waarmee Diablo Blvd zich nu al 2012 in katapulteert en ons doet vermoeden dat het sprookje nog lang niet uit is. Nog een paar kopstoten, waaronder ‘Endless Reign’ volgen en de klus zit erop. Een fijne eerste keer AB en wat daarna zou komen kon ons eigenlijk gestolen worden. Want muzikaal en ook qua attitude kunnen de bands niet verder uit elkaar liggen. We zien Steak Number 8 nog hun set aanvangen. Super strak en vol vuur gaven die jonge muzikanten zich maar dit is toch iets helemaal anders. Niet minder goed verre van maar zelfs het poppenmieke dat daar zo goed als naakt haar tietjes vol rode verf komt smeren kan er niet voor zorgen dat we het de moeite vinden om te blijven kijken. Ondertussen vallen de sneeuwvlokken iets te gretig uit de grijze hemel. We feliciteren de Diablo jongens, die ondertussen vertoeven in de hal rond hun merchandise stand, wensen hen nog een prettig einde jaar en off we go. Up tot 2012, Builders Of Empires, ook de komende 12 maanden. Have a happy one.Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker
Machiavel - zondag 11 december 2011 - Spirit Of 66, Verviers
Eén van onze oudste en jammer genoeg in Vlaanderen nog steeds ondergewaardeerde bands heeft een nieuwe cd uit: ‘Eleven’. Die ondersteunen ze met een aantal shows, voorlopig alleen in Wallonië. Muzikaal zijn ze moeilijk in één vakje te stoppen: progressieve rock, artrock, en hedendaagse kwaliteitspop, het zijn allemaal labels die je hen wisselend kunt opplakken. Constante waarden in de groep zijn de ritmesectie van het eerste uur Marc Ysaye en Roland De Greef. Ook de unieke zanger Mario Guccio vervoegde hen kort nadat hij de groep in de jaren zeventig van de vorige eeuw zag op Jazz Bilzen en hen aansprak op het feit dat ze een goede zanger misten. De afgeladen volle Spirit Of 66 wordt opgewarmd door Philippe Thibaut, een gitarist uit Mons die solo op elektrische gitaar enkele stukken speelt uit één van zijn in eigen beheer uitgebrachte cd’s. Enkel begeleid door een goed afgestelde ritmebox, heeft hij toch een paar nummertjes de tijd nodig om opgewarmd te raken. Eens dat het geval is, ontpopt zich een gitarist met een mooie toon en goed beluisterbare nummers. Geen shredtoestanden, maar ritmisch en melodisch goed opgebouwde nummers vallen het receptieve publiek gedurende een klein half uurtje te beurt. Machiavel hadden hier een ereronde kunnen rijden door een set te spelen met het beste uit hun straks veertig jarig bestaan, maar dat doen ze niet. Klavierspeler Hervé Borbé vertelt me voor de show dat ze bijzonder tevreden zijn over hun nieuwe plaat en dat hebben we geweten. Er wordt gulzig getapt uit het vaatje van ‘Eleven’, met slechts hier en daar een door iedereen bekende song. ‘Over The Hill’,’ Lay Down’, ‘Rope Dancer’, ‘After The Crop’ en natuurlijk de hit ‘Fly’ krijgen allemaal een strategische plaats in de set die voor de rest bestaat uit recenter werk dat minder progressief is, maar daarom niet minder interessant en origineel. De ban neigt naar atmosferische rock en daar is de unieke stem van Guccio een schitterend instrument voor. Stergitarist Thierry Plas heeft onlangs de gelederen verlaten en is vervangen door Christophe Pons die meer dan een waardige vervanger blijkt te zijn. Hij mag dan al niet het charisma van Plas hebben, muzikaal moet hij niet onderdoen en hij ziet er uit als een jongere versie van zijn voorganger. Het publiek is razend enthousiast en roept de band tot twee maal terug. Daarmee maken ze gul twee uur vol en dat is een hele tijd voor een band om op een podium te staan in een bloedhete Spirit. Groots!Geert Ryssen
Orphaned Land / Arkan / Myrath / Artweg - zondag 20 november 2011 - Biebob, Vosselaar
The Tour To OR Shalem verenigt vele culturen in een ravissante muzikale belevenis. Aangevoerd door de Israëlische ambassadeurs voor vrede tussen alle mensen van verschillende afkomst en/of religies Orphaned Land, nemen zij ook de Algerijnse/Marokkaanse (maar in Frankrijk wonende) band Arkan en het Tunesische Myrath mee op pad.Wanneer we binnenkomen is Artweg bezig aan een potje metalcore dat allerminst aan ons of het publiek besteed is. Publiek? Er is geen publiek, hoogstens enkele mensen die een drankje nuttigen of de merchandising bekijken. Maar de lucht klaart met de komst van Myrath. Hun album ‘Desert Call’ (2010) kon al op aanbeveling rekenen en met het recente ‘Tales Of The Sands’ is het hek helemaal van de dam. We zouden zeggen: ze worden de hemel in geprezen, maar die uitspraak ligt vanavond gevoelig. We zagen de band vorig jaar al aan het werk tijdens ProgPower, maar met een nieuw album uit werd dit een gloednieuwe ervaring, want enkel ‘Madness’ deed nog een stapje terug in de tijd. Met een natuurlijke charme weet de band de progressief getinte power metal met oosterse strijk- en percussieornamenten aan de man te brengen. Zanger Zaher Zorgati maakt contact met het publiek op een charmante manier en in meerdere songs vinden vinnige duels tussen gitaren en keyboards plaats. Vooral in ‘Under Siege’ is dit erg geslaagd. Met het titelnummer van de nieuwe cd neemt de band ons mee naar de woestijn in Tunesië, aldus Zaher. ‘Beyond The Stars’ is de afsluiter van een prima concert van de eerste band in Tunesië dat een buitenlands label wist te interesseren.
Arkan geniet al iets langer bekendheid in onze contreien. Ze werden aan ons voorgesteld als de nieuwe band van Foued Moukid, voorheen drummer bij The Old Dead Tree, waarin hij zijn culturele roots meer in de muziek zou integreren. Het eerste album ‘Hilal’ beviel ons net iets meer dan het tweede, omdat de band nu gekozen heeft voor meer vrouwelijke zang, naast de toch al niet misselijke ruwe grunts en mannelijke cleane zang. Het is wat krap op het podium: Foued zit rechts weggedoken achter zijn drumstel, voor ons beweegt zich een bijzonder energieke bassist, beide gitaristen overdonderen ons ook met zang, en dan spreken we nog maar van een begin. Die start kiest men voor heftigheid (en zo horen we de band het liefst): met ‘Origins’ en ‘Tied Fates’ weekt men enthousiasme los bij het publiek. Maar men heeft nog meer troeven: vanaf ‘Inner Slaves’ komt zangeres Sarah Layssac in een schitterende (letterlijk) creatie op (een wit kleed met pareltjes en zijde) en voegt haar charismatische stem toe aan de songs. Tijdens ‘Deus Vult’ komt Kobi van Orphaned Land meezingen (dat deed hij ook al op het album), waarna het hardere ‘Groans Of The Abyss’ nog even terugkeert naar het ‘Hilal’-debuut. Het is opvallend hoe Arkan en Orphaned Land muzikaal naar elkaar toe gegroeid zijn, dezelfde doelen nastreven en logischerwijze daar samen voor ijveren. Sterk hoe de band soms wild tekeer gaat, maar er telkens in slaagt om een folky toets of melodie er tussen te smijten. Wij denken dat ze de aanwezigen wel overtuigd hebben.
Maar we hebben natuurlijk nog het summum van de samensmelting tussen (melodieuze) death metal en invloeden uit het Midden Oosten tegoed. Voor het eerst kunnen we in België een volledige show beleven van Orphaned Land en deze deed ons qua setlijst terugdenken aan de zopas verschenen dvd ‘The Road To OR-Shalem’, ook al zijn er geen gastmuzikanten en klinkt de band daardoor wat meer ‘rudimentair’. Dat is een groot woord, wanneer we het over Orphaned Land hebben, want hun sierlijke ornamenten zijn telkens aanwezig, ook in songs zoals ‘From Broken Vessels’ en ‘Ocean Land’ waar het er wat ruwer aan toe gaat. ‘Barakah’ en ‘Sapari’ vertonen dan weer een toegankelijkheid die je in de popcultuur terugvindt, verfraaid met oosterse melodieën. Melancholie heerst in ‘A Neverending Way’, en het aanverwante ‘In Thy Never Ending Way’. Zanger Kobi Farhi houdt zich er aan om in verschillende toga’s te verschijnen, maar relativeert dit ook: ‘I am not Jesus Christ and I like to run around in my pyjama’, meldt hij ons grinnikend na enkele songs. Een Orphaned Land-concert blijft een unieke belevenis. Niet alleen zingt Kobi zowel in het Engels, Hebreeuws als in het Arabisch en neemt hij dikwijls vredelievende poses aan; hij is ook de motor (en mentor) die de band doorheen hun technisch hoogstaande passages voert. Gitarist Yossi mogen we daarbij niet vergeten te vermelden. Hij kronkelt omheen zijn gitaar als de Carlos Santana uit het Midden-Oosten, maar verblijdt allen ook door in ‘El Meod Na’ala’ bouzouki te spelen. Gitarist Matti is in onze ogen de meest westerse muzikant, maar ook de bijzonder enthousiaste drummer Mathan Shmuely draagt bij tot de uitzonderlijke plaats die Orphaned Land inneemt in onze geliefde metalcultuur. Rest ons nog bassist Uri, een sympathieke bonk met baard en lange haren die eveneens het metalen karakter van Orphaned Land accentueert. Zangeres Shlomit is niet aanwezig, maar we krijgen wel een wulpse en overdadig versierde buikdanseres te zien, die zich naar het einde van de set toe, kronkelend een weg baant over het (te kleine) podium. De bisnummers nemen ons mee naar het prille begin van Orphaned Land. Enkel Kobi en Yossi nemen bezit van het podium en brengen beklijvende versies van ‘The Beloved’s Cry’ en ‘The Storm Still Rages On’, deze laatste is een song die cryptisch overal aanwezig is in het oeuvre. Magisch! Het publiek uit zich in spreekkoren wanneer zij van het podium verdwijnen, maar na enkele minuten baden we in de oosterse klanken van ‘Norra El Norra’ en voegen onze vrienden er nog een uitgelaten versie van ‘Ornaments Of Gold’ aan toe. Deze band heeft een uniek geluid dat ze ook live kunnen waarmaken. Het is dan ook ronduit schandalig dat de opkomst vrij karig was. Na al die jaren noeste arbeid hadden we toch minstens een volle Biebob verwacht.
Setlist Orphaned Land:
Halo Dies (The Wrath of God)
Birth of the Three (The Unification)
Olat Ha'tamid
Barakah
The Kiss of Babylon (The Sins)
A Neverending Way
Sapari
From Broken Vessels
The Path, Part 1: Treading Through Darkness
Ocean Land (The Revelation)
Vayehi Or
The Warrior
El Meod Na'Ala
In Thy Never Ending Way
The Beloved's Cry
The Storm Still Rages Inside
Norra el Norra (Entering the Ark)
Ornaments of Gold
Setlist Arkan:
Origins
Tied Fates
Inner Slaves
Deus Vult
Groans Of The Abyss
Beyond Sacred Rules
Salam
Setlist Myrath:
Sour Sigh
Braving The Seas
Merciless Times
Under Siege
Wide Shut
Tales Of The Sands
Madness
Beyond The Stars
Tekst & foto’s: Vera Matthijssens
Tyr / Moonsorrow / Crimfall / Hamfero - donderdag 17 november 2011 - Biebob, Vosselaar
The Dead Tyrants tour biedt ons Týr, Moonsorrow en Crimfall, maar een deel van die tour worden ze ook nog vergezeld van Hamferð, een jonge band die net als Týr afkomstig is van de winderige Faeröer Eilanden. Zo ook vanavond in de Biebob. Zes mannen in zwart maatpak en das komen op en laten hun zware doomriffs de zaal in rollen. Hun statige vertoning past natuurlijk bij de trage, slepende songs. We hadden vanavond allerminst (bijna funeral) doom verwacht, maar ontdekken toch nog enkele fraaie passages in de interactie tussen grunts en cleane zang, plus gesproken stukken. Helaas moet de band openen voor een handvol aanwezigen.Ook bij Crimfall is het nog niet druk, maar men weekt zich ten minste al los van de bar wanneer de flamboyante frontvrouwe Helena Haaparanta op het podium verschijnt en samen met de woeste Viking Mikko Häkkinen er wild tegenaan gaat in het vrij catchy ‘The Crown Of Treason’. We zagen de band al in het voorjaar aan het werk met Turisas en dat was toen een aangename verrassing. Hun twee albums zijn tot in de puntjes afgewerkte orkestrale Viking metal, die wel wat gemeen heeft met Turisas. Crimfall is natuurlijk de band van componist Jakke Viitala, maar het zijn toch vooral beide vocalisten die de show moeten dragen. Dat lukt hen aardig met ‘Frost Upon Their Graves’ want refreinen worden gretig meegezongen. Met het hectische‘Storm Before The Calm’, het melodieuze ‘Son Of North’ en het geraffineerde en complexe ‘Silver And Bones’ als afsluiter krijgen we nog drie songs van het dit jaar verschenen ‘The Writ Of Sword’. ‘Ascension Pyre’ en het opzwepende ‘Wildfire Season’ zijn blijvertjes van het debuut. We kunnen niet ontkennen dat een flink deel van de veelgelaagde, filmische muziek van een tape komt, terwijl de drukke songs live ook niet gemakkelijk te volgen zijn, maar het enthousiasme op het podium werkt aanstekelijk.
Týr en Moonsorrow zijn deze tour aangekondigd als ‘double headliner’. Dat betekent dat de ene keer Moonsorrow afsluit, de andere keer Týr. Tijdens de podiumwissel wordt al vlug duidelijk dat vanavond Moonsorrow als eerste aan de beurt is. We maken ons dus klaar voor een tocht voorbij het einde van de wereld. Elk Moonsorrow-concert is net even anders, maar allen hebben gemeen dat de liefhebbers met hart en ziel opgaan in de lange, ruwe songs met folky, semi-akoestische passages. Het recente ‘Tähdetön’ van het nieuwe album ‘Varjoina Kuljemme Kuolleiden Maassa’ opent de set, een slepende hymne vol excellent gitaarwerk, met natuurlijk Ville Sorvali’s zwartgeblakerde krijs er bovenuit. ‘Sankarihauta’ gaat terug in de tijd en zet toetsenist Markus Eurén even in het zonnetje. Hij zorgt doorlopend voor de toegankelijke folk melodieën. Na het uit 2003 stammende ‘Raunioilla’ stelt Ville (overbodig) de band voor en meldt dat hij ons een les in Finse geschiedenis gaat geven. Een Zweedse bisschop zette voet aan wal in Finland, maar de Finse regering liet hem aan mootjes hakken. Dat is het verhaal achter ‘Köyliönjärven Jäällä (Pakanavedet II)’, een stokoud nummer uit het debuut. Gitarist Mitja Harvilahti wisselt wijdbeens en molenwiekend riffs en solo’s af, maar samen met eeuwige live-sessiegitarist Janne Perttilä verzorgt hij ook de heidense koorzang die zo kenmerkend is voor de band. Het feest gaat verder met ‘Jotunheim’ en ook nog ‘Sankaritarina’. Maar gelukkig ontbreekt het hoogtepunt van het nieuwe album ook niet. Het machtige ‘Kuolleiden Maa’ houdt men voor het laatste en na deze allerlaatste epische uitbarsting vormt het sfeervolle ‘Matkan Lopussa’ op band een mooi afbouwen van de adrenaline na anderhalf uur Moonsorrow met een verrassende set.
Het vergt een aanpassing in geestesgesteldheid om daarna Týr op waarde te schatten. Gelukkig blijft het gezellig druk en doet het viertal van de Faeröer Eilanden er alles aan om het de aanwezigen naar de zin te maken. Dat betekent veel meezinghymnen en toegankelijke songs. Het publiek lust daar wel pap van en leeft zich dan ook volop uit op recente songs als ‘The Lay Of Thrym’, ‘Shadow Of The Swastika’ en ‘Flames Of The Free’, allen te vinden op het nieuwe werkje ‘The Lay Of Thrym’. Later zullen nog drie nieuwe songs volgen, terwijl de twee eerste albums en het progressievere ‘Land’ volledig genegeerd worden. Natuurlijk heeft men intussen al veel andere songs om uit te kiezen en uit ‘By The Light Of The Northern Star’ (2009) wordt dan ook het titelnummer gespeeld, gevolgd door het knappe ‘Tróndur I Gøtu’. Frontman Heri Joensen toont zich een stoere, maar beminnelijke Viking en een fris gekortwiekte Terji Skibenæs (gitaar) en bassist Gunnar Thomsen (de enige die duidelijk niet naar de gym gaat) zorgen ook nu weer voor de vlekkeloze koorzang, wat vooral in het net vermelde ‘Tróndur I Gøtu’ mooi geïllustreerd werd. Terji is trouwens onherkenbaar, nu zijn lange blonde lokken plaats hebben gemaakt voor een vetkuif met bakkebaarden. De meezinger ‘Take Your Tyrant’ brengt de handen op elkaar. We genieten van de neoklassieke gitaarsolo ‘The Rage Of The Skullgaffer’ die overgaat in ‘The Hunt’, waarmee meteen aangetoond wordt dat het materiaal op ‘Ragnarok’ toch wel complexer was. Een mooie onderbreking der strijdliederen komt er in de vorm van het sensitieve ‘Evening Star’, met een kanjer van een bloedstollende gitaarsolo. Zo wordt het toch nog een erg geslaagd concert, dat met ‘Northern Gate’ en ‘Hall Of Freedom’ de feestvierders pleziert. Na een korte pauze krijgen we nog een greep uit het vorige album ‘By The Light Of The Northern Star’. Het ophitsende ‘Hold The Heathen Hammer High’ en het heroïsche ‘By The Sword In My Hand’ laten enkel verhitte gezichten achter. We stellen vast dat Týr zes nieuwe songs en vijf van het vorige album heeft gespeeld. Het is duidelijk dat de simpelere songs beter aanslaan bij het publiek, maar wij missen toch een beetje de aloude krakers zoals ‘Regin Smiður’ en ‘Sinklars Visa’. Dat heb je nu eenmaal als je vasthoudt aan het verleden van een band.
Setlist Týr:
The Lay of Thrym
Shadow of the Swastika
Flames of the Free
By the Light of the Northern Star
Tróndur Í Gøtu
Take Your Tyrant
The Rage of the Skullgaffer
The Hunt
Evening Star
Northern Gate
Hall of Freedom
Encores:
Hold the Heathen Hammer High
By the Sword in My Hand
Setlist Moonsorrow:
Tähdetön
Sankarihauta
Raunioilla
Köyliönjärven Jäällä (Pakanavedet II)
Jotunheim
Sankaritarina
Kuolleiden Maa
Matkan Lopussa @Tape
Setlist Crimfall:
The Crown Of Treason
Frost Upon Their Graves
Ascension Pyre
Storm Before The Calm
Son Of North
Wildfire Season
Silver And Bones
Tekst & foto’s: Vera Matthijssens
Monster Magnet / Black Spiders - maandag 29 november 2011 - Trix, Antwerpen
Het bordje ‘sold out’ werd nog eens van stal gehaald voor de komst van Monster Magnet. Voor het zover was vergaapte de massa zich aan de Britse band Black Spiders. Deze underground band speelt een stevige en oerdegelijke pot hardrock waarin invloeden van Motörhead, Black Label Society, Black Sabbath en AC/DC doorsijpelen. Hun debuut ‘Sons Of The North’ dat begin dit jaar uitkwam werd lovend onthaald. De set bestaat dan ook uit nummers van dit debuut. De bebaarde en in het zwart uitgedoste Engelsen spelen een strakke set en blijken een prima opwarmer voor het psychedelische stonerrock gezelschap Monster Magnet. Voor de gelegenheid spelen ze tijdens hun Europese tour integraal ‘Dopes To Infinity’. De lp die zestien jaar geleden het levenslicht zag is hun meest succesvolle tot hiertoe. De songs worden in volgorde de zaal ingestuwd. Het podium oogt sober en op de achtergrond hangt een groot scherm waar het logo van Monster Magnet op prijkt. Op het scherm vloeien grote luchtbellen of iets wat daar op lijkt door elkaar, het geheel komt psychedelisch over. Dit is ook het geval met de openingssongs ‘Vertigo’ en ‘I Control, I Fly’ die in een psychedelisch sfeertje baden. Het is pas na ‘Look To Your Orb For The Warning’ dat de titeltrack van het album voorbijkomt en de sfeer stilaan beter wordt onder het publiek. Het zijn vooral de stevigere rocksongs die de meeste erkenning genieten. Uit ‘Dopes To Infinity’ is ‘Blow ‘Em Of’ één van de betere live songs. De akoestische gitaar en de relaxte uitvoering maken hier een mooi moment van. Dave Wyndorf is goed geluimd en dankt het massaal opgekomen publiek na dit nummer. Na het mooi ingetogen ‘Dead Christmas’, eveneens begeleidt met een akoestische gitaar komt ‘Third Alternative’ voorbij dat te lang duurt en waarbij te lange en drammerige solo’s de ambiance uit het optreden haalt. De twee laatste songs uit het album laten het publiek een beetje onberoerd. Het is pas vanaf de vier toegiften dat de fans echt uit de bol gaan. ‘Negasonic Teenage Warhead’ zet aan tot een klein feestje dat wordt verder gezet met het logge maar meeslepende ‘Hallucination Bomb’. De afsluiters ‘Powertrip’ en ‘Space Lord’ worden luidkeels meegebruld. De climax liet lang op zich wachten zodat we een beetje met een dubbel gevoel de zaal verlieten. In het geval van Monster Magnet vind ik integraal een album spelen geen goed idee. De band heeft weliswaar goede albums gemaakt, maar geen enkel dat over de hele lijn boeit. Aan hun passage op Graspop eerder dit jaar houd ik betere herinneringen over.Walter Maes
Thrashfest Classics - zaterdag 26 november 2011 - Schaaf City Theater, Leeuwarden - NL
In een niet uitverkocht maar goedgevuld Schaaf City Theater in Leeuwarden houdt het veelbesproken Thrashfest vroeg in de tour – de aftrap was een dag eerder in München – halt. Dat de karavaan nog perfect op gang moet komen is merkbaar, maar een mooiere metalavond hadden de opvallend enthousiaste aanwezigen zich niet kunnen wensen.De website van de organiserende zaal rept van een openingstijd om 17.30 uur, maar bij aankomst rond zessen staat er een lange rij voor een potdichte deur. Dat metalheads fatsoenlijk, kalm en bedeesd zijn wisten we al, maar het verschil met een om niets morrend poppubliek dat deze recensent een week eerder ervoer is wel erg groot. Dat het een gezellige avond wordt, is daarom op dat moment al aan te voelen. De reden van de vertraging lijkt na opening direct duidelijk: openingsact Mortal Sin zit nog steeds middenin de soundcheck. Zoiets kan een concertavond flink in de war schoppen, want gezien de verplichte sluitingstijd kunnen bands wel eens nummers moeten inleveren. Sepultura lijkt het daar later in het programma niet mee eens te zijn en negeert de aan de zijkant gebarende organisatoren langdurig tegen het einde van zijn set. De Brazilianen leken overigens de gedoodverfde headliner, maar wanneer de intro van ‘Arise’ inzet wanneer we Exodus denken te gaan zien, is duidelijk dat in elk geval in Leeuwarden de kaarten anders liggen. Lee Altus, die ook in Exodus speelt, schreeuwt tijdens zijn Heathen-set nog iets onaardigs door de microfoon, maar daarmee hebben we alle (zichtbare) strubbelingen toch echt gehad.
Alhoewel het er dus op lijkt dat er achter de schermen iets broeit, halen alle bands het onderste uit de kan om de bezoekers te geven waar ze voor kwamen: thrash uit de oude, metalen doos. Het Australische Mortal Sin brengt vooral songs van zijn eerste twee platen, aangevuld met onder meer ‘Hatred’ van de nieuwe cd ‘Psychology Of Death’. Gitarist Andy Eftichiou laat met zijn strijdvaardige poses zien wie de scepter zwaait in de band en geeft met zijn maten een goede show weg, dat begint met een iets tegenvallend geluid dat snel bijgesteld wordt en waarin de eerste en enige stagediver langskomt. Een nors kijkende beveiliger voorkomt de rest van de avond dat er meer de stoute schoenen aantrekken.
Heathen is daarna aan de beurt en komt ook met een ‘best of’ set. Voor dit publiek lijkt de band iets te ‘muzikaal’: de prachtige, gedragen metalzang van David White en de lange soloblokken contrasteren nogal met de stampende beukthrash van de andere acts op de bill. Van alle acts krijgt Heathen misschien daarom de handen nog het minst op elkaar, maar de show is er beslist niet minder om en met de rappe afsluiter ‘Death By Hanging’ weet de sympathieke band toch nog de volledige aandacht op zich gevestigd.
Destruction staat altijd garant voor een metalfeestje, waarbij het leer, ijzer en de podiumaankleding de authentieke, drukke thrash behoorlijk versterken. Hoewel de nadruk ligt op materiaal van ‘Sentence Of Death’ en ‘Infernal Overkill’, komen ook krakers als ‘Curse The Gods’ voorbij en het publiek, waaronder opvallend veel dertigers en veertigers - soms met meegebrachte headbangende kinderen, smult ervan.
Dan worden weer de podiumdoeken verwisseld, maar het is niet Exodus dat naar verwachting aantreedt maar het ooit veel grotere Sepultura. De band speelt enkel songs uit de gouden periode dat beide Cavalera’s nog het beeld bepaalden en velen zijn sceptisch, maar Derrick Green (die al veertien jaar in de band zingt maar altijd ‘the new guy’ zal blijven) veegt de vloer aan met alle kritiek. Zijn podiumpresentatie, uitstraling en hondsagressieve strot bewijzen de setlist, waarin van mij best wat van ‘Schizophrenia’ had gemogen, alle eer.
Exodus sluit het feest zoals gezegd af en doet dat met verve. Met een overdaad aan inzet, speelplezier en aantrekkelijke agressie leveren de hard en strak spelende heren rond oerlid Gary Holt een daverende show, met een publiek waar de overleden eerste zanger Paul Baloff trots op zou zijn: geen poser die zich tussen de eerste rijen zou durven begeven tijdens nummers als ‘Bonded By Blood’ of ‘Piranha’.
Het is lang geleden dat er een metalavond van dit formaat en met zo’n gemoedelijk publiek in deze Noordelijke stad was, en dat doet een mens goed.
Johannes Keekstra
YES - AB, Brussel - zondag 20 november 2011
Een met veertigers, vijftigers en zestigers tot de nok gevulde AB verwelkomt YES met een daverend applaus. Een warme sfeer die zich gedurende het ruim twee uren durend concert zal handhaven. YES zijn hun zesde decennium ingegaan met één van de meest ingrijpende bezettingswijzigingen uit hun geschiedenis. Het zowel klankmatige als visuele boegbeeld Jon Anderson staat niet langer achter de microfoon. Zijn vervanger Benoit David draagt een loodzware uitdaging met zich mee. Anderson met zijn karakteristieke falsetstem vervangen is geen evidentie en dat is een understatement. Dat Benoit zijn plaats in de groep verdient bewijst het dit jaar verschenen album ‘Fly From Here’ waarop Yes de unieke combinatie van progressiviteit en toegankelijkheid heeft teruggevonden. Dat de groep volop gelooft in de plaat bewijzen ze door er heel wat stukken uit te spelen, met een sublieme uitvoering van de uit vijf delen bestaande suite ‘Fly From Here’ als orgelpunt. Voor de rest bestaat de set uit een aantal klassiekers met – nog steeds – het zwaartepunt op ‘The Yes Album’ waaruit driekwart wordt gespeeld. Opener ‘Yours Is No Disgrace’ wordt in een te lage versnelling gespeeld en doet ons twijfelen aan wat komen gaat. Verderop loopt het ook niet allemaal perfect met Benoit’s zang. In ‘And You And I’ of ‘Wonderous Stories’ heeft hij duidelijk last met de hoge noten en gaat meer dan eens naast de toon. Gelukkig wordt dit gecompenseerd door het spelniveau van de anderen en het publiek ziet het allemaal mild door de vingers. Het is begrijpelijk want wat de groep laat horen in bijvoorbeeld de finale van ‘Starship Trooper’ zorgt voor een puur kippenvelmoment. Wat een onbeschrijfelijk spannende muzikale climax! Dat David een goed zanger is wordt duidelijk als hij de nummers van ‘Fly From Here’ zingt of het magistrale ‘Machine Messiah’ uit het onderschatte ‘Drama’ album, destijds ook al zonder Anderson. Dit is duidelijk op zijn stem geschreven en daar werkt hij zich dan ook foutloos doorheen. Twee jaar geleden stonden ze ook al met David in Antwerpen, maar klavierspeler Oliver Wakeman maakte toen een bijzonder makke indruk. Wat een verschil met de opnieuw toegetreden Geoff Downes die dat flamboyante aan de groep teruggeeft. Hij gebruikt ook veel meer keyboards en dat zorgt voor een ongehoorde klankrijkdom. Bovendien brengt de man de nodige humor in een groep die daar voor de rest weinig kaas van heeft gegeten. Gitarist Steve Howe is één van de beste gitaristen ter wereld, maar zelden hebben we een rockmuzikant met zo’n ernst weten op een podium staan. Chris Squire is een monumentale bassist, maar weet met zijn kolossale lichaam nauwelijks blijf. Grappig is bij vlagen wel het contrast tussen de kleine David en de reus Squire! Drummer Allan White kwijt zich bijzonder van zijn taak maar zit de hele tijd verdoken achter zijn kit. De groep sluit af met het onvermijdelijk ‘Roundabout ‘ waar nog maar eens pijnlijk duidelijk wordt dat David geen Anderson is. Het publiek blijft echter onverstoord enthousiast en dat deed ondergetekende ook. Dit was ondanks enkele schoonheidsfoutjes een briljant concert van muzikanten die duidelijk alles echt ‘live’ doen en de meest complexe arrangementen met verve uit hun instrumenten toveren. We hebben ons geen seconde verveeld. Ze mogen morgen al terugkomen! Geert RyssenDimmu Borgir - zaterdag 12 november 2011 - Trix, Antwerpen
Het was alweer even geleden dat we Dimmu Borgir hier te lande nog konden zien als headliner, want de enige tournee die de Noorse black metalband ondernam ter promotie van hun recentste album ‘Abrahadabra’, was in het kielzog van Korn. Wellicht een goede zet van de band om een breder publiek aan te boren, maar voor de fans van het eerste uur was het géén goede zaak, gezien ze de band er slechts een goed half uurtje zouden zien spelen. Dimmu Borgir had zich dan ook geen betere timing kunnen opleggen dan nu een thema-avond op te zetten onder de titel ‘An evening with Dimmu Borgir’. Het concept? Geen supportband, maar wél een dubbelshow van Dimmu Borgir in een avondvullend programma. Het Duitse Metal Hammer organiseerde samen met de band een enquête onder de fans om te horen welke oude plaat de band integraal zou moeten brengen en de keuze viel (niet geheel verwonderlijk) op ‘Enthrone Darkness Triumphant’, de doorbraakplaat van de band uit 1997. Tijdens deel 1 van de show werd deze plaat dus integraal gebracht en het was meteen duidelijk dat de schijf een ‘evergreen’ is die nog niks van haar kracht verloren is. De band opende meteen met de klassiekers ‘Mourning Palace’ en ‘Spellbound (By The Devil)’, waardoor de avond al meteen niet meer stuk kon voor de uitverkochte (en inmiddels op haar kop staande) zaal. Toch vond ondergetekende het nog net iets leuker wanneer men niet de ‘meezingers’ speelde, maar grimmiger werk als ‘Master Of Disharmony’ en het geselende ‘Relinquishment Of Spirit And Flesh’. Hoe dan ook, het was een erg aangename ‘trip down memory lane’ en na veertien jaar stonden de songs nog allen als een huis. Het enige minpunt ten opzichte van destijds is het hele ‘hey, hey, hey’-gedoe van het publiek, waarbij we oprecht met weemoed terugdachten aan de eerder onderkoelde presentatie van destijds. Het hoeft niet allemaal ‘true and evil’ te zijn, maar te vrolijk moet black metal echt niet worden. Het enige andere minpunt (dat gedurende de hele avond opviel) was dat de gitaren veel te ver achterion de mix stonden en constant werden overstemd door de keyboards en drums. Jammer, want Galder en Silenoz gaven echt wel het beste van zichzelf en toonden aan wat een goed geoliede tandem ze vormen. Achteraf ontdekten we dat er een nieuwe geluidsman mee was voor deze tournee en dat de jongeman deze avond pas voor de tweede keer Dimmu’s geluid deed. Iedereen moet het ergens leren natuurlijk, maar wij vonden het wel jammer dat de man zijn ding niet eerst grondiger onder de knie had alvorens met Noorwegen’s grootste black metalband de hort op te gaan. Op naar deel 2 van de show, na een korte pauze. Hierin mochten we een ‘best of’-set verwachten met deels klassiekers, deels nieuw werk. Helaas kreeg drummer Daray meteen de kans om een drumsolo te brengen (the horror, the sheer horror!), maar gelukkig kon dat de vaart niet uit de set halen omdat men pas net terug begon te spelen. Toch mocht men dit soort drummasturbatie achterwege laten en in plaats een song meer spelen. Na deze valse start ging de band er gelukkig weer stevig tegenaan. Van hun nieuwste album ‘Abrahadabra’ passeerden onder andere ‘Gateways’ (met de achtergrondzang van Agnete Kjølsrud van Djerv, weliswaar op band) en het anthem ‘Dimmu Borgir’, maar van ons hadden ze er gerust nog een paar meer mogen toevoegen. Verder werd er ook stevig de nadruk gelegd op ‘Puritanical Euphoric Misanthropia’ (naar onze bescheiden mening één van de absolute hoogtepunten in de carrière van de band!), waarvan monstersongs ‘Progenies Of The Great Apocalypse’, ‘Kings Of The Carnival Creation’ en het heerlijk mechanische ‘Puritania’ de revue passeerden. In songs als het epische ‘The Serpentine Offering’ misten we toch wel de inbreng van ICS Vortex, wiens bombastische zang steeds een mooie toevoeging was, ook al ving men dat deels op door de tape te laten meelopen voor die stukken. Ook al was het niet ideaal om Shagrath te zien meelippen op stukken die hijzelf niet zong, het was beter om ze op band te hebben dan helemaal niet, want ze zijn toch de kers op de taart in deze songs. Hoe dan ook, de totaalindruk was alleszins positief en Dimmu Borgir gaf zich duidelijk helemaal, zowel de vaste kern (Shagrath, Silenoz en Galder) als de sessieleden die het sextet vervolledigen. Toen we dus huiswaarts trokken, hoorden we dan ook enkel enthousiaste fans die blij waren dat ze hun favoriete band eens zo lang aan het werk hadden kunnen zien en horen… en daar konden we het deze keer mee eens zijn zonder enige cynische toevoeging.Opeth / Pain Of Salvation - dinsdag 15 november 2011 - 013, Tilburg
Wat doet een mens zoal op een mistige dinsdagavond? Van alles, maar een pak mensen namen de optie om van een avondje hoogstaande progressieve rock/metal te gaan genieten in een uitverkocht 013 in Tilburg. Zowel Pain Of Salvation als Opeth zijn door de jaren heen sterk blijven evolueren en hebben zich keer op keer opnieuw uitgevonden. Zo ook bij hun laatste releases gaven beide bands blijk van een niet te stuiten energie en drive om nieuwe dingen uit te proberen en dat wordt hen in dank afgenomen. Toch door het grootste deel van de fans. Pain Of Salvation begon stipt om 20.00u aan hun korte maar overtuigende set waar het materiaal van de dubbele ‘Road Salt’ saga een hoofdrol in speelde. Hun nieuwe, op de seventies geënte sound, is aanstekelijk maar stuit ook op behoorlijk wat kritiek. Vooral fans van het eerste uur die het moeilijk hebben om mee te groeien verwijzen graag naa de goeie oude tijd. Zo hoorden we verschillende opmerkingen dat het toch niet meer was zoals destijds of dat het allemaal meer weg heeft van een Daniël Gildenlöw project dan van Pain Of Salvation. We willen deze mensen even onderwerpen aan een reality check en zeggen dat Pain Of Salvation al altijd sterk geëvolueerd is en dat Daniel Gildenlöw van dag één de mentale en creatieve leider is geweest. Als je dan ook nog de veertig minuten vult met sterke songs als ‘Softly She Cries’, ‘Ashes’, ‘Conditioned’, ‘1979’, ‘To The Shoreline’, ‘Kingdom Of Loss’ en het krachtige ‘No Way’ dan kun je niet anders dan zeggen dat je hier alleen maar meer van wil. Ook met de nieuwe leden staat Pain Of Salvation sterk en op stevige benen. Hopelijk kunnen ze snel terugkomen voor een headline toer. Na een korte ombouwpauze werden de lichten voor de tweede keer gedoofd en betraden Michael Akerfelt en zijn companen de bühne. Met ‘The Devils Orchard’ werd een schitterende start genomen. Onmiddellijk wordt je meegezogen in de wondere wereld van Akerfeld en die laat je niet meer los. ‘I Feel The Dark’, ‘Face Of Melinda’ en ‘Porcelain Heart’ vervolgden de set op intense, soms subtiele en af en toe fragiele wijze. In Porcelain Heart zat een drum solo verwerkt waaruit bleek dat Martin Axenrot echt wel van alle markten thuis is en vooral ook heel soepel en jazzy uit de hoek kan komen. Na ‘Nepenthe’ waagde de band zich aan een kleine akoestische set waar het speciale en eigenzinnige ‘The Throat of Winter’ aan bod kwam die speciaal werd geschreven voor de sound track van het game ‘Gods Of War’. Het tweede luik van de akoestische set werd ingevuld door ‘Credence’ waarna Akerfeld doorging op de akoestische gitaar maar de band overschakelde naar de elektrische instrumenten voor een zeer gesmaakte versie van het knappe ‘Closure’. Met het nieuwe plaatje ‘Heritage’ etaleert de band, en dan vooral Akerfeld, de voorliefde voor de zeventiger en tachtiger jaren waar de hoogdagen van de metal lagen. Althans als we Akerfeld zelf mogen geloven die op geheel eigen wijze zijn kijk op de metal scène uit de doeken deed op zijn gekende gortdroge humoristische manier. Bovendien is hij een enrome fan van Ronnie James Dio en als ode aan de kleine man met de grote stem schreef hij ‘Slither’ wat we dan ook gepresenteerd krijgen. De heren schakelen meteen over naar een jaren tachtig attitude en etaleren een talent voor heavy metal poses. Ze hebben er duidelijk plezier aan en dat straalt dan ook af op de zaal. Met ‘A Fair Judgement’ en ‘Hex Omega’ komt er een einde aan de set. We zijn van onze sokken geblazen door zoveel schoonheid, zoveel creativiteit en vooral zoveel durf om de geijkte paden te verlaten en te doen waar je zelf zin in hebt. Geen enkele grunt hebben we tot nu toe gehoord en dat zal vele fans in het verkeerde keelgat geschoten zijn. Hier en daar hoor je dan ook de opmerking dat ze nu maar een uurtje lekker vettige death metal moeten gaan spelen maar dat hebben ze duidelijk al genoeg gedaan. Met ‘Folklore’ wordt aan de roep om grunts geen gehoor gegeven en trekt men gewoon de lijn door die men is ingeslagen zonder compromissen te maken. Wij kunnen alleen maar bewondering hebben voor zoveel techniek, speel plezier en moed. Wat ons betreft mag Opeth op deze weg blijven doorgaan. De plaatjes en live shows zullen dan ook in de smaak blijven vallen. We zijn bij thuiskomst gelukkig dat we geopteerd hebben voor de actie ipv voor de luie zetel voor TV. Een kippenvel avond op vele vlakken.Dominique Van Hauteghem
Within Temptation/Anneke Van Giersbergen - zondag 13 november 2011 - AB, Brussel
Een avondje rock met vrouwelijk schoon als aanvoerders is nooit te versmaden. Vanavond kregen we Anneke Van Giersbergen als opwarmer. De ex-frontvrouw van The Gathering heeft ondertussen heel wat watertjes doorzwommen en kon met haar stevige poprock en herkenbare stem hier en daar wat reactie losweken. Uiteraard is het materiaal allemaal relatief nieuw en was het dus wel wat wennen maar af en toe zwom er een leuke song voorbij en van een voorprogramma kan niet veel meer verwacht worden. Exact om 21.00u doofden de lichten voor de tweede maal en werd een (te?) lange intro gespeeld op de immense videomuur. Met ‘Shot In The Dark’ schoot Within Temptation de avond op gang en werd meteen duidelijk dat we hier te maken hadden met een tot in details strak geregisseerde show waar niets aan het toeval werd overgelaten. Iedere track had zijn eigen video begeleiding wat weinig ruimte laat voor spontaneïteit of afwijkend gedrag op het podium. De instrumentale kern van de band, bestaande uit Ruud Jolie (g), Martijn Spierenburg (k), Jeroen Van Veen (b), vormt de backbone van WT. Nieuwe leden Mike Coolen (d) en Stefan Helleblad (g) hebben zich duidelijk goed ingewerkt en gedragen zich natuurlijk op de planken. Sharon Den Adel is natuurlijk nog steeds de blikvanger en doet er dan ook alles aan om het allemaal aantrekkelijk te houden. Veelvuldige verkleedpartijen, energieke presentatie en hier en daar een paar gewone maar natuurlijke bindteksten. ‘In The Mid Of The Night’, ‘Faster’, en ‘Fire And Ice’ zaten goed in elkaar ook al kwam het allemaal het een beetje tam over. Ook de snaredrum stond behoorlijk stevig in de mix wat een beetje irritant was. Gaandeweg verbeterde het geluid en viel op dat Sharon duidelijk een toontje lager is gaan zingen door de jaren heen. Met ‘Ice Queen’ werd een eerste oudje uit de doos getoverd en dat miste zijn effect niet. Met ‘The Howling’, ‘Our Solemn Hour’ en ‘Stand My Ground’ stonden er. Het mooi aangeklede podium met verhoogde achtersteven werd optimaal gebruikt. Ook de lichtshow zat goed in elkaar en gaf de verschillende nummers een eigen sfeer mee. Het dansbare ‘Sinead’, het bekende ‘What Have You Done’, met beelden van de originele, niet omgebouwde versie van Keith Caputo, ‘Iron’, het fragiele ‘Angels’, ‘Where Is The Edge’ en ‘See Who I Am’ leidden ons tot het slot van de show waar ‘Mother Earth uiteraard perfect dienst voor doet. Ondertussen werd de jarige Stefan Helleblad’ getrakteerd op een taart met kaarsjes en een luidkeels gezongen happy Birthday wat hem duidelijk plezier deed. Toegift ‘Stairway’ maakte een eind aan anderhalf uur WT. De spontaneïteit en onverwachte zijsprongetjes zijn duidelijk helemaal verdwenen. Het professionalisme heeft volledig het heft in handen en dat kan soms een beetje steriel over komen. Voor de rest was dit andermaal een aangename doortocht van Nederlands beste exportproduct.Dominique Van Hauteghem.
Alter Bridge / Black Stone Cherry - zaterdag 5 november 2011 - AB, Brussel
Het kon niet uit blijven. Nna jaren ploeteren, zweten en vooral ondergewaardeerd te worden in ons Belgenland kon Alter Bridge met trots de borst vooruit steken want vandaag hing op de gevel van de AB het bordje Sold Out! Gerechtigheid. Nu betreft het hier nieuws van de band zelf want volgens ons konden er nog wel wat mensen bij maar met ruim 1.800 bezoekers mogen ze best een beetje overmoedig communiceren. Nog voor de band met dezelfde initialen als de zaal er aan begon liepen we zelfs Kim Clijsters tegen het lijf die samen met haar Amerikaanse echtgenoot kwam genieten van een stevige streep Amerikaans top entertainment. Ze hadden helaas wel al de meer dan sublieme opener, Black Stone Cherry gemist. Wat heeft die band een grote sprong voorwaarts gemaakt. Hier en daar staken er bij de release van hun recentste plaat ‘Between The Devil And The Deep Blue Sea’ kwatongen de kop op dat ze zich meer in de richting van Nickelback aan het begeven waren en als het ware een knieval maakte voor een commerciëler, lees platter, geluid. Wat kregen die oelewappers lik op stuk. Overlopend van de adrenaline en met volle overgave vlogen ze erin met ‘Change’. Vooral drummer John Fred Young kweet zich van zijn taak op John Bonhamianse-wijze. Om nog maar te zwijgen van gitarist Ben Wells die meer is dan een blonde God op een poster. Frontman Chris Robertson beschikte dan weer over een stel stembanden die meer dan goed in vorm waren en ook Jon Lawhon liet zich op zijn bas niet onopgemerkt. Samen zorgden ze ervoor dat het plaatje klopte en het publiek hadden ze in geen tijd op hun hand. Zelfs de ballade ‘Peace Is Free’ bleef overeind, niet in het minst dankzij de hulp van de entousiaste meute. Het overige nieuwe materiaal, met koplopers ‘White Trash Millionair’ en ‘Blame It On The Boom Boom’, deden de rest en maakt van dit alles een meer de doorsnee opwarmertje voor de hoofdbrok van vanavond. Alter Bridge en de AB in Brussel, het was in 2008 een perfect huwelijk. Het blijft voor ons nog steeds de meest magistrale live ervaring in deze concerttempel. Het is dan ook een understatement om te zeggen dat we naar deze avond uitkeken. De band had er zin in en voor een volle zaal kon er dan ook weinig mis gaan. Dat was echter buiten de, verder allicht sympathieke, geluidsman gerekend. Die maakte er vanaf de eerste tonen een potje van. De ballans tussen de muzikanten en de zang zat nooit optimaal. Een brei werd het gelukkig nooit maar het excellente werk van Tremonti ging vaak verloren. Gelukkig was Myles, wat had je anders gedacht, prima bij stem. Die gast staat scherp. Je ziet gewoon dat die man zichzelf verzorgd. De fans kregen een mooie bloemlezing uit hun drie pracht albums waarvan de songs heel evenwichtige over de set werden verspreid. Hoogtepunten waren ‘White Knuckles’, ‘Ghost Of Days Gone By’ een alweer fenomenale unplugged versie van ‘Wacht Over You’ en het onvergetelijke ‘Blackbird’. Het georkestreerde en iet wat geforceerde gitaar duel tussen Tremonti en Kennedy was iets wat wij in de toekomst graag zouden zien verdwijnen maar met ‘Isolation en ‘Rise Today’ breiden ze er alsnog een aardig slot aan. Alter Bridge deed dus weer wat we van hen verwachtten maar de term onvergetelijk laten we deze keer wel op zak zitten. Toffe avond maar op naar de volgende zouden we zo zeggen. Hopelijk lopen we dan Justin Hennin niet tegen het lijf.Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker
Setlist
White Knuckles
Slip to the Void
Before Tomorrow Comes
I Know It Hurts
All Hope Is Gone
Metalingus
Ghost of Days Gone By
Broken Wings
Come to Life
Watch Over You
Ties That Bind
Open Your Eyes
Find the Real
Blackbird
Isolation
Dueling Guitar Solos – Mark and Myles
Rise Today
Volbeat / Clutch - 14 november 2011 - Lotto Arena, Antwerpen
Het was juni 2005 toen we een sample-cd ontving van het nieuwbakken Rebel Monster Records, wat een sublabel bleek te zijn van het Nederlandse Mascot. Daarop twee bands met elk een paar songs. Van een act zouden we bij God niet meer weten om wie het ging. De andere trok onze aandacht quasi onmiddellijk. De Denen van Volbeat gaven een sterk visitekaartje af waarvan we voorspelden dat het niet anders kon dan dat we hier een topper in wording kregen voorgeschoteld. Zeker als ze erin zouden slagen om de kracht die ze in de studio ontwikkelden ook live te vertalen. Fast forward nu naar 2011. We hebben gelijk gekregen. Vanavond staat Volbeat, voor de tweede keer in amper een jaar, in een zo goed als uitverkochte Lotto Arena wat toch betekend dat 7.000 mensen hun maandagavond hiervoor willen opofferen. Er zijn natuurlijk nog bands die muziek op het scherp van de snee brengen en dat weten de heren van Volbeat maar al te goed. Nadat ze vorig jaar Entombed meenamen kozen ze nu voor de Amerikanen van Clutch om hen te vergezellen als opener.Al 22 jaar hebben deze heren uit Germantown, Maryland een cult status en vandaag wandelden ze zonder schroom het grote podium op en stonden daar 30 minuten lang te schitteren dat het geen naam had. Alhoewel 90% van de aanwezigen totaal geen besef had van wie daar op de bühne stond, en dus ook amper reageerde op al dat fraais, bleef de band gaan. Zanger Neil Fallon zijn zware maar cleane stem kwam, net als alle andere instrumenten, loepzuiver de PA uit. Die was werkelijk perfect afgeregeld. Voor heel veel Clutch-fans was de ticketprijs van 38 Euro net iets te hoog want aan Volbeat hebben de meesten van hen absoluut geen boodschap. Hierdoor kregen deze top muzikanten amper reactie. Het klopt natuurlijk dat een groep als Clutch veel beter tot zijn recht komt in een knusse club, maar toch zag je de bandleden genieten en daar draait het uiteindelijk om.
Waar het bij het gros van het talrijk opgekomen publiek om draaide was Volbeat. Vooral sinds ze de overstap naar Universal maakte, beschikt de groep rond frontman Michael Poulsen over de nodige fondsen om er een waar feest van te maken. Succes heeft natuurlijk ook een prijs. Heel wat die hard fans die een paar jaar geleden Trix, toen nog gewoon Hof Ter Loo, tot aan de nok vulde hebben afgehaakt. Te comemrcieel. Een oud zeer maar zo agat dat nu eenmaal. In de plaats krijg je dan veel meer vrouwelijk schoon, al zitten daar een hoop huppelkutten bij die luisteren naar de roepnaam Marina en komen voor de blinkende ogen van Poulsen. Met bijna 25 minuten vertraging, een technisch probleempje zo bleek, schoot Volbeat uit de startblokken en leefde de volle Lotto Arena helemaal op. Het eerste wat ons opviel nadat het grote Volbeat-doek viel, was dat de podiumopstelling exact dezelfde bleek te zijn als vorig jaar. Ergens begrijpelijk maar een beetje pyro had wonderen gedaan. Het zou de aanwezigen echter worst wezen. Poulsen en de zijnen gooiden er met ‘Guitar Gangsters & Cadillac Blood’ en ‘Heaven Nor Hell’ onmiddellijk enkele hits tegenaan waardoor ze eigenlijk nog weinig verkeerd konden doen. Aangezien het hier niet meer gaat om een doorsnee metal publiek vonden de meeste aanwezigen het natuurlijk ontzettend leuk dat het geluid knoerthard stond. Dan konden ze de dag erna op kantoor opscheppen dat ze een echte hard rock show hadden meegemaakt. Van waar wij stonden zagen we de verplichtte db-meter echter constant in het rood gaan, met pieken tot boven de 110db. Nu hebben we daar niet echt iets op tegen, het is en blijft immers rock-‘n-roll, maar waar was het prima geluid dat we bij Clutch mochten genieten. Nu stond alles veel te schel. De zang was te fel op de voorgrond gemixt en telkens weer leek het alsof de geluidsman dan trachtte de gitaren en drums daar boven te zetten. Al gauw kreeg je een soort van geluidsbrij over je heen. Het publiek stoorde er zich echter niet aan. Ze gingen en masse uit de bol en de Volbeat jongens draafde door.
In het eerste deel van de set had ik de indruk dat er een beetje op automatische piloot werd gespeeld. Gitarist Thomas Bredahl trok vel rustoger dan anders aan zijn 6 snaren en bassist Anders Kjølholm huppelde op zijn gemak van links naar rechts op het toneel. Het ging er pas losser aan toe toen men plots met ‘We Will Rock You’ een Queen classic inzette die werd gevolgd door het vrij amusante ‘I Want To Break Free’ dat luidkeels door het publiek werd aangevuld. Applaus voor jezelf dus en terecht. Tot onze tevredenheid werd ook ‘Rebel Monster’ nog eens van stal gehaald en de massa nieuwe fans lieten zich niet onbetuigd bij ‘Still Counting’. Nu zat het geluid eindelijk ook stukken beter. Helaas niet voor lang want toen men met ‘A Warrior’s Call’ de bisronde inzette was het alweer een grote brij die over je heen spoelde. Er werden bij ‘Thanks’ gewoontegetrouw weer een horde fans op de bühne getrokken, al viel het ons op dat er plots verdacht veel Marinakes van uit de coulissen opdoken. De pret was er niet minder om al kon de security net iets minder glimlachen met de talrijke enthousiastelingen die langs voor het podium opklauterden. De echte finale, met de Dusty Springfield evergreen ‘I Only Wanna be With You’, dat de zanger opdroeg aan zijn vrouwtje en haar prompt een zoen gaf, en het onvermijdelijke ‘Pool Of Booze, Booze, Booza’ verzande een beetje in een chaos. Dat zou veel sterker kunnen, ook al was dat stukje Slayer (dat kennen we nu wel) er weer bonk op. We kunnen concluderen dat de meeste aanwezigen heel tevreden huiswaarts keerden. Wij hebben het nu wel even gehad met Volbeat. Ons lijkt het tijd voor een break en de start van een nieuwe creatieve periode die moet leiden tot een volgende cd. Dat zal nog wel even duren als je weet dat 2012 begint met alweer een tournee in de VS. Misschien moeten ze daar hun pijlen eens wat extra op richten zodat we hier opnieuw honger krijgen want het zou totaal verkeerd zijn om Volbeat nu al af te schrijven. In deze groep huist talent. Het is alleen aan hun om dat nu te laten primeren boven alle commerciële voordelen die zich op dit moment ongetwijfeld voordoen. Stay heavy, stay true. Elvis is watching you.
Stef Maes
Foto’s: Gino Van Lancker
Setlist
Intro Born To Raise Hell [Motörhead]
Find That Soul / Hallelujah Goat
Guitar Gangsters & Cadillac Blood
Mr. & Mrs. Ness
Heaven nor Hell
Sad Man's Tongue
The Mirror and the Ripper
Mary Ann's Place
A New Day
The Garden's Tale
The Human Instrument
We Will Rock You / I Want to Break Free
Radio Girl
Rebel Monster
Still Counting
River Queen
16 Dollars
A Warrior's Call
Fallen
Thanks
I Only Want to Be with You / Boa [JDM]
Pool of Booze, Booze, Booza
Hammerfall / Vicious Rumors / Amaranthe / Death Destruction - 1 november 2011 - Trix, Antwerpen
Wanneer we om 19:45 uur de zaal binnenkwamen was deze nog maar voor een vierde gevuld en speelde de Gothenburgse band Death Destruction al zijn voorlaatste song. De nieuwe band was begonnen voor het aangekondigde aanvangsuur. We hoorden nog een stuk van het simplistische ‘Fuck Yeah’ en daarna was het al de laatste song dat uit hun titelloze debuut kwam. De moderne metal met hardcore invloeden was hard en strak maar maakte weinig indruk. Kort daarna zag ik voor een tweede keer Amaranthe aan het werk. De Zweedse band is een geval apart in het metalwereldje. Hun opzet is vrij origineel te noemen doordat ze met drie vocalisten werken. Je hebt enerzijds de poppy zang van Jake en de appetijtelijke Elize en anderzijds de screams van Andy. Een bassist, gitarist en drummer maken het geheel compleet. Opnieuw moest ik aan het eurosongfestival denken wanneer ik de band bezig zag. De bombastische songs zijn heel toegankelijk en tegelijk stevig. De muzikanten zijn goed op elkaar ingespeeld en hebben een prima live geluid. Er zijn invloeden van Lacuna Coil, Nightwish (post Tarja tijdperk) en hedendaagse pop in waar te nemen. Ik weet niet wie het doelpubliek nu is van deze band. Feit is dat ze er toch in sloegen om de voorste rijen aan zich te binden met het aanstekelijke ‘Automatic’ en hun single ‘Hunger’. Blijft een twijfelgeval voor een metalpubliek. (Walter)Vicious Rumors is dat zeker niet. We zagen hen deze zomer al in bloedvorm tijdens het Alcatraz Metal Festival, maar ook nu vertonen ze de gretigheid van een stel jonge honden. Vooral nieuwe zanger Brian Allen laat het publiek uit zijn hand eten en blijkt een aanwinst wanneer strakke versies van ‘Don’t Wait For Me’ en het populaire ‘Digital Dictator’ als handgranaten de zaal in gemikt worden. Oudgedienden gitarist Geoff Thorpe en drummer Larry Howe blijken een sterke bezetting bijeen gescharreld te hebben. Zij brengen zowel nieuwe thrashkrakers ‘Murderball’ en ‘Let The Garden Burn’ als oudere songs ‘Minute To Kill’, ‘Lady Took A Chance’ en ‘Abandoned’ op een energieke manier tot leven. De priemende blik van Brian Allen brengt de hoogtijdagen van bands als Annihilator en Metal Church tot leven. Opvallend is dat de Amerikanen enkel teruggrijpen naar de vier eerste albums plus een tweetal songs uit het recente ‘Razorback Killers’. Dankzij deze scherpe keuze uit hun repertoire weten ze tegen ‘Hellraiser’ en het afsluitende ‘Soldiers Of The Night’ – titelsong debuutalbum - de zaal in vuur en vlam te zetten. (Vera)
Zijn de gloriedagen van HammerFall achter de rug of zijn er teveel metalbands die ons land op heel korte tijd aandoen? Feit is dat HammerFall de zaal niet vol kreeg, er waren nog enkele lege plaatsen in Trix te bespeuren. Aan het nieuwe album zal het alvast niet liegen. ‘Infected’ is hun beste cd in jaren en de band verkeert in grote vorm. Wat meteen opvalt is het harde doch heldere geluid. Minpunt was wel de snare drum en de zang die te hard in de mix stonden. Opener ‘Patient Zero’ uit het nieuwe album was meteen een schot in de roos en knalde hard de zaal in. Joacim Cans was goed bij stem en zette gedurende de hele avond een goede vocale prestatie neer. Het moet wel gezegd dat hij weinig uitstraling heeft, dit viel enorm op na de geweldige show die Brian Allen van Vicious Rumors neerzette. Uit ‘Infected’ werd het nummer ‘Bang Your Head’ opgedragen aan Saxon, de band waardoor Joacim een echte metalhead werd. ‘Dia De Los Muertas’ viel enigszins tegen, maar de twee andere nieuwe songs ‘One More Time’ en ‘Let’s Get It On’ zijn regelrechte meezingers en blijvertjes. Er zat een goede vaart in de show van de Zweden, er vielen geen zwakke momenten te noteren. Je moet het toch maar voor elkaar spelen, zonder echt grote songs/klassiekers een groot publiek weten aan te boren. Geen grote nummers, wel vlotte eenvoudige meezingers zoals: ‘Hearts On Fire’, ‘Steel Meets Steel’ en ‘Riders On The Storm’ die na de show bleven nazinderen. Op het laatst ging het nog even mis toen Joacim tijdens ‘Glory To The Brave’ zijn micro het liet afweten, maar het publiek nam dankbaar de tekst over. Na een uur en veertig minuten werd de hammer in de ring gegooid en keerde iedereen tevreden huiswaarts. (Walter)
Iced Earth / White Wizzard / Fury UK - donderdag 3 november 2011 - Trix, Antwerpen
Nadat het nieuwe album ‘Dystopia’ ingeblikt was met nieuwe zanger Stu Block en de fans op plaat alvast konden kennismaken met de opvolger van Matt Barlow, vertrok Iced Earth op wereldtournee. Dit wordt hun langste rondreis ooit, maar wanneer we het concert in Antwerpen bijwonen is alles nog fris en nieuw. Het is immers pas het vierde concert op deze Europese trek. Natuurlijk waren we razend benieuwd hoe de nieuwe frontman het er live zou afbrengen. We kunnen kort zijn: in één woord schitterend! Dit is de juiste man op de juiste plek. Vooraleer we getuige zijn van één van de beste Iced Earth shows ooit, worden we vergast op twee (onbekende) support acts.Fury UK heeft de moeilijke taak te openen voor weinig volk en slaagt er met zijn sterk op Iron Maiden geënte heavy metal amper in om de mensen van de bar weg te lokken. Nochtans klinken ‘Saviour’ en ‘Alien Skies’ niet verkeerd, maar aan enige originaliteit mag nog danig gewerkt worden. White Wizzard is eenzelfde lot beschoren. Iedereen komt duidelijk voor Iced Earth en ondanks de gedreven inzet van de band weet hun klassieke heavy metal maar weinig reactie los te weken. Alle aandacht is dus gericht op de hoofdact om van deze avond een memorabele gebeurtenis te maken. Iced Earth had ons, naast de vuurdoop van Stu Block, enkele verrassingen in de setlist beloofd en ze hielden woord. Er wordt slim afgetrapt met het aanstekelijke ‘Dystopia’, eveneens de opener van het nieuwe album. De handen gaan meteen op elkaar en de vuisten de lucht in. Er volgt een ontlading van jewelste in het publiek. Het wordt bovendien een keuze uit het repertoire om U tegen te zeggen, want na ‘Burning Times’ gaat men met het briljante ‘Angel’s Holocaust’ en ‘Slave To The Dark’ terug naar de beginperiode van de Amerikaanse band. Stu Block heeft zijn huiswerk goed gemaakt en vooral: hij toont zich een charismatische frontman die moeiteloos contact met het publiek legt en heel wat beweeglijker is dan zijn voorgangers. Bovendien evenaart hij de warme melancholie in Barlow’s stem, terwijl hij de hoge uithalen eveneens ogenschijnlijk moeiteloos uit zijn strot knijpt. Bandleider Jon Schaffer heeft duidelijk een fantastische keuze gemaakt met deze Canadees binnen te halen. Hij staat dan ook heel het optreden tevreden zijn band te over schouwen en gaat geheel op in zijn rol van strakke ritmegitarist en stoere bandleider. Zoals we verwachtten, kregen we vanavond heel wat nieuwe songs te zien, maar liefst zeven, waarvan ‘V’ en ‘Dark City’ vervolgens aan de beurt zijn. Ook songs die we zelden aantroffen in de set, zoals ‘When The Night Falls’ uit het debuut en ‘Damien’ uit ‘Horror Show’, maken van deze show een waar spektakel. Stu bewijst ook van een semi-ballad als ‘End Of Innocence’ een kippenvelmoment te kunnen maken. Het publiek staat er ademloos naar te kijken en geniet met volle teugen. Het is opvallend dat men vooral teruggrijpt naar de beginperiode, want ‘Ten Thousand Strong’ was één van de zeldzame momenten dat men uit de pas achter ons liggende albums puurde. ‘The Glorious Burden’ was enkel vertegenwoordigd door het strakke ‘Declaration Day’. Het wordt omsingeld door een keur aan nieuw werk: ‘Anthem’ en ‘Days Of Rage’ passeren nog de revue alvorens het epische ‘Tragedy And Triumph’ de reguliere set afsluit. Wanneer de band – duidelijk aangedaan door het enthousiasme in de zaal – terugkomt, gaat een wens van velen in vervulling. Het lange, epische ‘Dante’s Inferno’ houdt allen een kwartier lang in de ban. Dit is werkelijk briljant! Met het luchtige ‘Iced Earth’-anthem is het dan nog eenmaal feest vooraleer we kunnen besluiten dat Stu Block live een openbaring was, dit natuurlijk zonder de voortreffelijke kunde van de ritmesectie (bassist Freddie Vidales en drummer Brent Smedley), de fantastische solo’s van Troy Steele en de intense strakheid van Schaffer’s spel te onderschatten. Iced Earth schrijft meteen geschiedenis na deze nieuwe start!
Setlist Iced Earth:
Dystopia (Dystopia)
Burning Times (Something Wicked This Way Comes)
Angel’s Holocaust (Night Of The Stormrider)
Slave To The Dark (The Dark Saga)
V (Dystopia)
Stand Alone (Something Wicked This Way Comes)
When The Night Falls (Iced Earth)
Damien (Horror Show)
Dark City (Dystopia)
Pure Evil (Night Of The Stormrider)
End Of Innocence (Dystopia)
Ten Thousand Strong (Framing Armageddon)
Anthem (Dystopia)
Declaration Day (The Glorious Burden)
Days Of Rage (Dystopia)
Tragedy And Triumph (Dystopia)
Encores:
Dante’s Inferno (Burnt Offerings)
Iced Earth (Iced Earth)
Insomnium / Before The Dawn / MyGrain - 16 november 2011 - Trix - Antwerpen
Ditmaal beleefden we een Finse avond. Nu kunnen we wel een maand lang Finse avonden organiseren, want dat land is nu eenmaal de plek met de meeste (puike) bands per aantal inwoners, maar deze avond krijgen we te maken met een beloftevolle nieuwe band, een stel stugge doorzetters en een band dat haar eerste Europese tournee als headliner waagt. De knusse kleine Trix-zaal loopt een beetje moeizaam vol, maar uiteindelijk heerst er een gezellige drukte.MyGrain verraste ons vorig jaar met een bijzonder energiek naamloos derde album. Ook live presenteren ze hun melodieuze death metal met de inzet van bezetenen. Toetseniste Eve is in haar olijke ‘Cat-on-a-snowboard’ T-shirt een aantrekkelijke verschijning en speelt, net als op het album een vrij dominante rol. Beide gitaristen geven echter flink tegengas en zanger Tommy schreeuwt de boel aan elkaar met ruwe zang met een metalcore tintje. Het half uur speeltijd, waarin o.a. ‘Plastic’ en ‘Trapped In An Hourglass’ passeren is dan ook zo voorbij.
Wij hebben een boon voor alle muzikale activiteiten van Tuomas Saukkonen en Before The Dawn is daarvan de bekendste exponent. In het voorjaar kwam het uitstekende ‘Deathstar Rising’ uit bij Nuclear Blast en de man hoopte hiermee potten te kunnen breken door te toeren. Dat is nu dan toch gelukt. We weten allemaal dat de band werkt met sessiemuzikanten, maar het verdwijnen van Lars Eikind vinden we geen goede zet. Op bas is er adequate jonge vervanging gevonden in Pyry Hanski (erbij gesleept uit Tuomas’ andere projecten Black Sun Aeon en RoutaSielu), maar het is vreemd om de songs met enkel de grunts van Tuomas te horen. Daar ontbreekt een wezenlijk deel. Uit de keuze van de setlist blijkt ook de eigenzinnigheid van onze componist. Enkel ‘Wraith’ wordt gespeeld van het laatste album, terwijl ‘The Ghost’ uitverkoren is met ‘Disappear’ en ‘Repentance’. De singles ‘Deadsong’ en ‘Faithless’ schitteren door afwezigheid. Bovendien is de man alweer bezig met een volgende episode in zijn muzikale universum, getuige het spelen van drie nieuwe songs tijdens dit luttele drie kwartier op het podium. Before The Dawn laat ons een beetje met gemengde gevoelens achter. Er mag dringend terug een heerschap voor cleane zang zijn intrede maken.
Insomnium vereerde ons land al met meerdere bezoeken, o.a. tournees met Ghost Brigade en Dark Tranquillity. Vooral tijdens hun laatste doortocht viel hun bekendheid me op. De tijd was rijp om als hoofdact te toeren, nu onder de vleugels van Century Media, zo kunnen we eindelijk genieten van een volledige show van anderhalf uur. Men gaat de baan op om vooral het pas verschenen album ‘One For Sorrow’ een duwtje in de rug te geven en dat album wordt vanavond bijna helemaal gespeeld (behalve twee songs). Maar het is ook heerlijk wentelen in de doorgedreven weemoed van ‘The Killroy’ en het van het eerste album afkomstige ‘The Elder’. Zanger/bassist Niilo Sevänen weet met zijn minzame persoonlijkheid het publiek mee te trekken in een perfecte herfststemming. Immers, geen Fin kan zonder dat melancholieke tintje en daar is deze band ook heel straf is. De gevoelige solo’s van gitaristen Ville Friman en Ville Vänni missen hun uitwerking niet en hierbij laten we niet na om het perfecte geluid in de zaal te vermelden. Het meeslepende ‘Weighed Down With Sorrow’ is een voorlopig culminatiepunt, maar er wachten ons nog twee lange bissets. Het eerste blokje grijpt terug naar het doorbraakalbum ‘Above The Weeping World’ (met ‘The Gale’ en ‘The Mortal Share’), het tweede voert het enthousiaste publiek nieuw werk. Een betere afsluiter dan het titelnummer ‘One For Sorrow’ had men niet kunnen bedenken voor deze Finse muzikale belevenis van hoge kwaliteit! Insomnium is dan ook de naam headliner waardig!
Setlist Insomnium:
Inertia
Through The Shadows
Only One Who Waits
Where The Last Wave Broke
The Killroy
The Elder
Song Of The Blackest Bird
Down With The Sun
Unsung
The Day It All Came Down
Weighed Down With Sorrow
The Gale
The Mortal Share
Every Hour Wounds
One For Sorrow
Setlist Before The Dawn:
Disappear
Fear Me
Repentance
Wraith
Unbreakable
Vege
Surmaproge
Juntta
Narko
Neckbreakers Ball Tour - 6 november 2011 - Trix - Antwerpen
Deze tour heeft een poos geleden Death Angel moeten schrappen en de Amerikanen werden vervangen door het Zwitserse Gurd, qua reputatie en stijl helemaal onvergelijkbaar, maar de rest van het aanbod was eveneens ruim de moeite waard om op pad te gaan. Bij binnenkomst blijkt er nog minder volk te zijn dan de voorbije concerten (HammerFall en Iced Earth) en is het Finse Omnium Gatherum al begonnen. Het is onbegrijpelijk dat zij na vijf goede albums nog steeds als openingsact moeten fungeren, maar veel is de band nog niet op pad geweest. Hun melodieuze death metal met enige progressieve trekjes is nochtans de aandacht waard. Sinds de release van ‘New World Shadows’ blijkt men toch wat meer buiten te komen, dus laat ons hopen dat gitarist Markus Vanhala en co alsnog wat meer succes kunnen scoren. Wij waren nog net op tijd om van dit laatste album het titelnummer, ‘Ego’ en Soul Journeys’ mee te pikken.De albums van Gurd vonden wij altijd vrij inconsistent, maar live was dit – tot onze verbazing – een meevaller. Onder aanvoering van bandleider V.O. Pulver (een Zwitserse versie van Peavy Wagner van Rage) bolderen ze het podium op om daar veertig minuten te excelleren in meedogenloze thrash metal met degelijke groove. Het recente ‘Never Fail’ zou immers hun hardste plaat zijn en wanneer die klinkt als wat we vanavond hoorden, geloven wij dat graag. Het enthousiasme van de band werkte aanstekelijk en wie de moeite nam om aandachtig te volgen hield hier zeker geen verkeerd gevoel aan over.
Varg kregen we ooit al eens te zien tijdens een Paganfest, maar de in warpaint gedropte Duitsers blijken er een drukke agenda op na te houden. De agressieve act – met een zanger in maliënkolder – zet er flink de beuk in en zorgt voor een portie strijdvaardige death metal. Het showelement lijkt me vooralsnog een grotere troef om te scoren dan hun muzikale originaliteit, maar ook hier merken we een inzet alsof men voor een uitverkocht huis speelt.
Het album ‘Metamorphosis’ betekende dit jaar een nieuwe start als kwartet voor Mercenary. In die hoedanigheid lieten ze geen verpletterende indruk na tijdens de Power of Metal tour in maart en ook nu stellen we vast dat de vroegere progressieve trekjes van de band opgeborgen zijn en plaats hebben gemaakt voor een meer rechttoe rechtaan thrash metalgeluid; dit alles onder aanvoering van zanger/bassist René Pedersen als enige vocalist. De setlist is een beetje door elkaar gegooid, maar bevat grotendeels dezelfde songs als in maart, vooral recent materiaal dus. Nog steeds is de aandacht bij het publiek bedroevend. Na een fanatieke eerste rij gaapt er een kloof van jewelste en staat men met een afwachtende houding het gebeuren gade te slaan.
De metamorfose in de zaal grijpt pas plaats wanneer alles in gereedheid gebracht wordt voor beide hoofdacts. Wij konden Eluveitie nog nooit betrappen op een zwakke show en ook deze avond doen ze waar ze goed in zijn: een energieke show met een prima keuze uit het steeds groeiende repertoire, waarbij luchtige folkriedels fladderen rond de rauwe death growls van Chrigel. Sinds begin september werkt Eluveitie aan een nieuw album. Chrigel vertelde ons dat ze er zelfs aan verder werken op de tourbus tijdens deze tournee. Een trek die veel betekent voor de zanger, want hij is immers steeds een fan geweest van de Gotenburg sound. Bovendien is deze tour ook een uitstekende gelegenheid om nieuwe fans te overtuigen, want totnogtoe predikten ze vooral voor eigen parochie door deel uit te maken van Paganfest en Heidenfest tours. Het wordt vanavond dan ook een “best of” setlist met na de introtape van ‘Otherworld’ het titelnummer van de laatste cd ‘Everything Remains As It Never Was’ en het opzwepende ‘Nil’. Om de toegankelijkheid ten top te drijven last men al vlug een moment in waarop Anna (het meisje met de draailier) en violiste Meri wat meer in de schijnwerpers treden. Dan hebben we het natuurlijk over de hit ‘Inis Mona’ en ‘Slania’s Song’. Naast de dames hebben folkinstrumentalist Päde Kistler en bassist Kay Brem sinds 2008 ook een vaste stek in de band veroverd. Chrigel weet de massa (nu zijn ze eindelijk wakker!) op zijn hand te krijgen met zijn fluitspel en een integer moment op mandoline. Na het recente ‘Quoth The Raven’ is er natuurlijk ook aandacht voor oudjes als ‘Your Gaulish War’, The Somber Lay’ en ‘Tarvos’, allen van het succesvolle ‘Slania’. Men bouwt de spanning geleidelijk op, zodat zelfs het oude ‘Tegernakô’ (van het eerste album ‘Spirit’) een heerlijke afsluiter vormt. Wij vernamen achteraf dat vele aanwezigen die niet meteen opgezet zijn met folk metal deze band toch een interessante ontdekking vonden. Dan is je missie als band geslaagd, denken wij zo.
Maar de avond is nog niet voorbij, integendeel. We kennen Dark Tranquillity als een band dat zich altijd voor 200% geeft op het podium en ook ditmaal stelden ze ons geenszins teleur. De ongekroonde Zweedse koningen van melodieuze death metal hadden ons enkele verrassingen beloofd en zij hielden hun belofte. Er wordt nu al een poos getoerd na het verschijnen van ‘We Are The Void’, maar het was opvallend hoeveel men – naast drie songs uit dit ‘nieuwe’ album – teruggrijpt naar songs uit ‘Fiction’. Opener ‘Terminus’ ontplooit zich langzaam van dat typische keyboardgeluid van Martin Brandström in solide riffs, het handelsmerk van de heren. Maar later in de set komen ook ‘The Mundane And The Magic’, ‘Blind At Heart’ en ‘Inside The Particle Storm’ voorbij van dat album uit 2007, terwijl het opzwepende ‘Misery’s Crown’ vaste prik blijft tijdens de bisnummers. Zanger Mikael Stanne rent als bezeten over het podium, daarbij de massa opjuttend met zijn mimiek. Hij springt zelfs even tussen het volk om uitgebreid handjes te schudden. Verrassingen uit de oude doos waren er ook: ‘The Sun Fired Blanks’ (uit ‘Projector’) en ‘The Wonders At Your Feet’ uit ‘Haven’ zagen we zelden of nooit live. Een speciale toureditie van ‘We Are The Void’ met lekker veel extras is nu verkrijgbaar. Tussen de nooit eerder verschenen nummers bevindt zich ‘Zero Distance’ en dit kregen we voor het eerst live te zien. Kortom, met een weloverwogen keuze van songs die we nooit eerder live te zien kregen, was dit een fantastisch concert, dat met het prachtige ‘The Fatalist’ nog een mooi slotakkoord kreeg. De afwezigen hadden ongelijk!
Setlist Dark Tranquillity:
Terminus (Where Death Is Most Alive)
In My Absence
The Treason Wall
Lost To Apathy
The Wonders At Your Feet
The Mundane And The Magic
Blind At Heart
The Sun Fired Blanks
Inside The Particle Storm
Zero Distance
Dream Oblivion
Final Resistance
Misery’s Crown
The Fatalist
Setlist Eluveitie:
Otherworld (intro – tape)
Everything Remains As It Never Was
Nil
Inis Mona
Slania’s Song
Quoth The Raven
The Song Of Life
Your Gaulish War
Kingdom Come Undone
The Somber Lay
Tarvos
Tegernakô
Alice Cooper, The Treatment - 2 november 2011 - AB, Brussel
Terwijl Vlaanderen wakker werd met het droevige nieuws dat een van de Benidorm Bastards het aardse voor het eeuwige had geruild, kwam een nieuwe kandidaat voor het verborgen camera programma zich als het ware aanbieden. De 63 jarige Vincent Furnier, door de massa beter gekend als Alice Cooper, slaagt er echter op zijn gezegende leeftijd nog in om de AB maanden op voorhand uit te verkopen en straalt een niet te vatten jeugdigheid uit dat hij het allerminst nodig heeft door het leven te gaan als het uithangbord van de derde leeftijd die de jeugd bij de neus wil nemen. In tegendeel. Hij geeft die jeugd graag nog een zetje in de goede richting. Zo mocht het jonge Britse The Treatment de boel opwarmen. In tegenstelling tot de trend die tegenwoordig heerst om een support-act totaal te negeren stond de zaal, bevolkt met een opvallend ouder publiek, meer dan goed gevuld en geamuseerd te kijken nar de no-nonsense rock-‘n-roll van deze jonge honden. Ook wij zagen dat het goed was. De songs van hun onlangs opnieuw verschenen debuut ‘This Might Hurt’ deden allerminst pijn aan onze oortjes. Fijne kennismaking en iets zegt ons dat we hier nog meer van gaan horen. Ondanks de ruime aandacht voor The Treatment kwamen de mensen hoofdzakelijk voor de man, de mythe en na al die jaren nog steeds klasbak genaamd Alice Cooper. Hij heeft net een nieuwe plaat uit met ‘Welcome 2 My Nightmare’ wat een vervolg is op zijn in 1975 verschenen elpee met dezelfde titel, alleen schreef hij toen ‘to’ waar nu het cijfer 2 er de nadruk oplegt dat dit een sequel is. Hoe enthousiast de domineeszoon ook mag zijn over zijn recenste wapenfeit, er zou vanavond met ‘I’ll Bite Your Face Off’ maar 1 nummer passeren uit die nieuweling. Een mooi bewijs dat artiesten als Cooper platen uitbrengen als excuus om te toeren en verder hun fans geven wat ze willen: classics. En of we die kregen. Al van bij het begin was het prijs met de creepy intro van horror legende Vincent Price, voor de jonge lezertjes onder ons dat is de zelfde stem van op ‘Thriller’ van Michael Jackson, en het machtige ‘Black Widow’. Als een sfinx verscheen Cooper op een preekstoel en overzag hij een vol gepakte AB genieten. Hij had blijkbaar ook nog een paar handschoenen van Channel Zero-frontman Franky DSVD gevonden in de backstage en die zorgde al bij aanvang onmiddellijk voor vuurwerk, letterlijk. De toon was gezet. ‘Eightteen’, ‘Under My Wheels’, ‘Billion Dollar Babies’ en ‘No More Mister Nice Guy’ op een rijtje. Om daarmee je setlist op gang te trekken, daar kunnen collega’s alleen maar van dromen. Want na dat sterke begin had Cooper nog niet de helft van zijn pijlen verschoten. Heel vaak krijgt Alice Cooper het verwijt dat hij de aandacht van de muziek wegtrekt met overmatige showelementen. Dat gebeurde nu dus niet. Het uiterst fraaie aangeklede podium fungeerde bijna heel de set als sfeervolle ondersteuning voor de alweer voortreffelijk band waardoor hij zich liet omringen. Van de line-up die vorig jaar op de Lokerse Feesten schitterden schiet enkel bassist Chuck Garric nog over. Met Steve Hunter op gitaar keert een oude bekende terug want hij was er jaren geleden ook al bij op de eerste ‘Nightmare’ plaat. Gitarist Tommy Henriksen is ook een aanwinst. Die jongen bloeit nu helemaal open nadat hij eerder achter de schermen voor ondermeer Lady Gaga en (rochel) Lou Reed werkte. Iets waaraan ook Hunter zich trouwens schuldig maakte. Achter de drums zat met Glen Sobel ook een jonge snaak die van wanten wist. Enkel gitariste Orianthi Panagaris lijkt ons een beetje over het paard getild. Griekse roots zijn heden ten dage niet zo populair in Europa meid. Maar goed back to the show en die was uitmuntend. Zelfs de solospot van Garric en Sobel was vermakelijk. De ster is en blijft echter mr Cooper, die alweer het publiek nauwelijks toesprak. De show zat strak in elkaar, het geluid was optimaal en vooral de stem van onze 63 jarige vriend was top. Zo top dat sommige die hards zelfs durfden twijfelen of alles wel helemaal live was. Een zaak waarin wij de eminentie van de rock-‘n-roll graag het voordeel van de twijfel geven. We leggen trouwens de nadruk op rock-‘n-roll want de songs werden, in tegenstelling tot het verleden, verrassend waarheidsgetrouw gespeeld. Een erg vintage geluid dus en geen heavy metal versies ook niet van het meer popy werk als van ‘Hey Stupid’, ‘Poison’ of ‘Feed My Frankenstein’. Er werden met ‘Halo Of Flies’, ‘Muscle Of Love’ en het iets recentere ‘Wicked Young Man’ ook enkele minder voor de hand liggende tracks gespeeld wat er voor zorgde dat echt iedereen tevreden was. In de finale kwam dan het showgedeelte dan toch uitgebreid aan bod. Eerst was er bij ‘Feed My Frankenstein’ een volgens ons van Iron Maiden geleende Eddie die werd omgebouwd tot een Alice Frankenstein-monster en uiteraard ontbrak ook de guillotine niet om snel de man waarom het allemaal draaide een kopje kleiner te maken. Het monde uit in het onvermijdelijk en door Garric uitmuntend gebrachte ‘I Love The Dead’ dat dan weer naadloos overging in ‘School’s Out’ waarin op werkelijk sublieme wijze ‘Another Brick In The Wall’ van Pink Floyd werd verweven. Nog een laatste schorpioenenprik kwam er met ‘Elected’. ‘There’s political problems in Antwerp and Brussels. Personaly I don’t give a shit’ riep Cooper het publiek toe terwijl hij met de Belgische driekeur wapperde. En gelijk heeft hij want net als vorig jaar toen hij op Belgische bodem stond, is ons land nog steeds een stuurloos schip. Je zou van minder schijt hebben aan alles. Alice Cooper kwam, zag en zette een heel aardige prestatie neer. Als hij zijn 65ste verjaardag wil vieren mag hij gerust komen want tegen dan zijn er wellicht opnieuw verkiezingen in dit Apenland. En een trap onder de kont kunnen ze in de Wetstraat altijd wel gebruiken.Setlist
The Black Widow
Brutal Planet
Eighteen
Under My Wheels
Billion Dollar Babies
No More Mr. Nice Guy
Hey Stoopid
Is It My Body
Halo of Flies
I'll Bite Your Face Off
Muscle of Love
Only Women Bleed
Cold Ethyl
Feed My Frankenstein
Clones
Poison
Wicked Young Man
I Love the Dead
School's Out / Another Brick in the Wall part II
Elected